Erik Jan Harmens. Beeld Artur Krynicki
Erik Jan Harmens.Beeld Artur Krynicki

Alleen aangelijnd ben je vrij

PlusErik Jan Harmens

Deze week werd de avondklok verlengd tot sint-juttemis. Een paar uur na de persconferentie maakte ik een late wandeling. Dat mocht, want ik was met mijn hond. Alleen aangelijnd ben je vrij.

Ik liep langs de huizen en keek zo’n beetje schuin naar binnen bij mijn dorpsgenoten. Vrijwel iedereen zat op de bank tv te kijken of te netflixen. Een aantal was aan het multitasken; terwijl ze kassie keken waren ze op hun smartphone aan het swipen. Eentje keek Pornhub en was vergeten de gordijnen te sluiten: een stukje openheid op de dinsdagavond.

Wie wil weten of Nederland ontleest moet ’s avonds eens een blik in de huiskamers werpen. Ik zag ongeveer nul mensen met een boek en zelf ben ik inmiddels ook zo murw (spreek uit: ‘murf’) dat ik blij ben als ik in bed lig en op mijn laptop een serie kan kijken over de zombie-apocalyps. Van murw zijn word je niet vrolijk, maar pas geleden in de wachtkamer bij de tandarts las ik iets over neurolinguïstisch programmeren en hoe je met taal negatieve gedachten in je kop kunt verruilen voor positieve. Dat ging ik nu uitproberen en wel door in de vorige zin het woord murw te vervangen door smurf. Nu stond er: ‘Van smurf zijn word je niet vrolijk’ en dat leidde juist tot het tegenovergestelde. Er verscheen een glimlach op mijn gezicht bij de gedachte aan dat schattige dorpje en natuurlijk ook de charmes van Smurfin.

Ik liet de huiskamers links liggen en begaf me het park in. De afgelopen weken was het er rond dit uur steevast uitgestorven, maar nu hangen er steeds vaker weer groepjes jongeren rond. Niet raar, want de rek is er nu echt uit en ze knappen als elastieken. Ik dacht een route te hebben gevonden waarmee ik ze zou vermijden, maar stuitte ineens toch op een groepje van twintig, lurkend aan lachgasballonnen. Ze checkten me uit, maar concludeerden dat ik geen agent was. De letterlijke tekst luidde: “Het is geen kankerpopo.” De groep verraden door 112 te bellen deed ik niet, want ik ben geen NSB’er. Groeten liet ik ook na, want ik kwam er niet uit hoe. ‘Goedenavond’ vond ik te formeel en ‘alles chill?’ te geforceerd voor een man van vijftig. Ik liep niet met een boog om ze heen, want dan word je prooi en zij jager. In plaats daarvan kneep ik mijn ogen toe als Charles Bronson en kuierde ogenschijnlijk ontspannen dwars door de groep heen. Toen ik ze voorbij was versnelde ik niet, maar toen iemand iets onverstaanbaars riep, mogelijk voor mij bestemd, liep ik ook niet terug om te vragen wat hij zei en vroeg ik ook niet of hij voortaan iets duidelijker kon articuleren.

Erik Jan Harmens (1970) is schrijver en dichter. Hij schrijft elke week een column over prikkels en andere zaken.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met Het Parool?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van Het Parool rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@parool .nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden