Jessica Kuitenbrouwer.Beeld Artur Krynicki

Alle vier een heel eind van huis

PlusJessica Kuitenbrouwer

In de snikhete snackbar zitten vier jongens friet en kipsaté te eten. Ze dragen allemaal dezelfde broek van zwart polyester en wijdgesneden witte overhemden. De twee jongens van wie ik de gezichten kan zien, dragen geruite stropdassen en een soort badge aan hun borstzakje. Ze zijn te oud om op schoolexcursie te zijn, maar te jong voor een werkcongres (en die worden toch nog niet gehouden?).

Ik vraag ze naar de stropdassen, waarom ze allemaal dezelfde dragen. Licht gepikeerd houden ze de dassen omhoog. Van een afstand leken ze identiek, maar met nog maar anderhalve meter tussen ons zie ik inderdaad subtiele kleurverschillen.

“We do, however, all wear the same name tags,” zegt een van de jongens. Ik knijp met mijn ogen om hun namen te kunnen lezen.

“Elder… And you’re Elder too… Wait! You’re mormon?”

“Yes, very well. How did you know? Did you learn that from the musical?”

Ik begin te lachen.

“Yes, I did see The Book of Mormon. And I played a mormon mother on stage once, when I was a student.”

“Ben jij een ac-tries?,” vraagt een van de jongens.

“Je spreekt Nederlands! Nee, geen actrice, schrijver.”

“Een beetje, spreek ik Nederlands. Wij wonen hier.”

“In Amsterdam?”

“Swifterbant. Wij wonen alle-maal in Flevoland. Vandaag zijn we een dag-je in Amsterdam. Voor het eerst. Ik woon nu ander-half jaar in Flevoland, hij ook -” Hij wijst naar de jongen tegenover zich. “- en zij kort-er, zeven maanden.”

Hij spreekt langzaam en met veel zorg, lettergreep voor lettergreep. Zijn Nederlands klinkt daardoor wat onnatuurlijk, maar er is verder weinig op aan te merken.

“Goh, anderhalf jaar al... Hoe oud ben je?”

“Negen-tien, mevrouw.”

Ik word overvallen door plaatsvervangende heimwee.

“Vind je dat niet moeilijk? Zo ver van huis zijn? Zeker nu…”

“It’s part of our calling, ma’am,” zegt een van de andere jongens kordaat.

“Het hoort er-bij. Twee jaar-en ben je van huis. Iedereen.”

“Maar vind je het niet eng dat je tijdens een pandemie gescheiden bent van je ouders?”

“No, Flevoland is great!” glimlacht de allerjongste van het stel.

Ik kijk de tafel rond, naar vier gladde gezichten waar nog maar weinig baardgroei op te bekennen is. Naar de ongezonde saté en hun brave kapsels.

“Dat vind ik dapper van jullie. Just make sure to call home every once in a while, okay?”

Ik walg van mijn tuttige uitsmijter, maar als ik op de weg naar huis denk aan alle eenzame mormonen-moeders in Utah die hun kinderen moet missen, ben ik toch blij dat ik het heb gezegd.

Jessica Kuitenbrouwer (1993) is schrijver, ­columnist en audioproducer. Ze schrijft deze ­zomer over haar leven in de binnenstad.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met Het Parool?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van Het Parool rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@parool .nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden