Plus Column

Alle oude, Joodse grafstenen ademen geschiedenis

Yasmina Aboutaleb (29) rapporteert op dinsdag en donderdag vanuit de stad.

Yasmina Aboutaleb Beeld Agata Nowicka

Over de Joodse Begraafplaats Zeeburg schreef Boudewijn Büch op 18 juni 1982 in Het Parool: 'Overal liggen mensen, soms op oude zerken, de zon te aanbidden. Bij sommige zerken zijn duidelijk vrijplaatsjes ingericht. Uit het manshoge gras steken steeds meer blote lijven omhoog. Soms zijn er kleine vuilnisbelten ontstaan bij de 'romantische' plekjes. Het Jodendom heeft het waarachtig toch niet verdiend uiteindelijk op een vuilstortplaats terecht te komen.'

Een bedevaartsoord voor zonaanbidders is de begraafplaats, gelegen aan de zuidzijde van het Flevopark, allang niet meer. Wel ligt hij nog altijd verscholen tussen riet, water en hoge bomen. Ik ben er zeker tien keer langsgefietst zonder dat hij me was opgevallen. Nu staat de gietijzeren toegangspoort open.

Over een klein grindpad loop ik het terrein op. Waar de kleine witte steentjes stoppen, begint een groot, groen veld. Een wilde tuin. Tussen het hoge gras groeien gele boterbloemen, paardenbloemen en blauwpaarse hondsdraf. Zelfs de brandnetels dragen bloemen.

Terwijl ik me een weg baan door het veld, loop ik tegen een stuk steen aan. Een zerk. Verweerd en hier en daar afgebrokkeld. Daarachter, verspreid, meer oude grafstenen. Sommige mooier dan andere, maar allemaal ademen ze geschiedenis.

Ketellapper, Koekkoek en Kneggie. De oude Joodse namen zijn in het Nederlands en het Hebreeuws gebeiteld. Bij een zerk blijf ik langer staan:

Hier rust het stoffelijk overschot van Isaac Mouritz Beer, overleden op 16 jarigen leeftijd, den 20 januari 5646.

Jong, denk ik. En daarna: thuis even die Joodse jaartelling opzoeken. Het graf daarnaast is van een man die 92 jaar werd. Gelukkig.

Een man met een grijze baard en een zilveren klavertje vier aan een ketting om zijn nek loopt naar me toe. Bart Voorzanger, hij komt hier elke maand. Hij vertelt: de Joodse begraafplaats bestaat al sinds 1714. Er zijn ongeveer 150.000 graven, allemaal arme Joodse Amsterdammers. Hij is acht hectare groot en loopt helemaal door tot het begin van het park. Twee jaar geleden werd hij gerenoveerd - soms ontdek je pas laat dat iets van waarde is. Het terrein is nu omheind door hekken. Elke eerste zondag van de maand gaat de poort open.

Dan vertelt hij me dat onder het mooie veld met de bloemen, de wilde tuin, honderden kinderen en baby's liggen. Tot dit moment was ik een naïeveling, voortaan zal ik hier nooit meer gedachteloos voorbij kunnen fietsen.

We zeggen niets en kijken naar de dodenakker.

"We staan op mensen," verbreek ik de stilte. De man glimlacht en zegt: "Als je het respectvol doet, dan mag het."

yasmina@parool.nl

yasmina@parool.nl

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met Het Parool?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van Het Parool rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@parool .nl.
© 2019 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden