Theodor Holman. Beeld Artur Krynicki

Alle drie de klasgenoten op deze foto zijn dood

Plus Theodor Holman

In mijn oude foto­albums zitten vakantiefoto’s waar ik duidelijk op sta, maar ik weet niet meer waar en wanneer die zijn genomen. Ja, een camping – op de foto staat 1969 en vermoedelijk was het ergens in Nederland.

Het is geen onverdeeld genoegen naar die foto’s te staren. Niet alleen omdat ik alles wat daarop staat ben vergeten, maar vooral omdat ik een ­arrogante kwal zie.

Wat had ik het met mezelf getroffen; de wereld lag als een balletje in mijn hand. Soms gooide ik dat voor de lol zomaar een eind weg. Wat kon mij gebeuren?

Er is ook een foto waarop ik op een hek zit, met naast me drie klasgenoten. Geen idee waar en wanneer die is genomen. Het is nog een zwart-wit-kiekje. De drie klasgenoten zwaaien naar de onbekende fotograaf of het een passant was die ons een goede dag had gewenst. Ik zwaai niet, maar zit wat ineengedoken. In mijn linkerhand een shagje. Winner waarschijnlijk, lichte tabak. Rizla rood als vloeipapier. Van de kartonnetjes rolde ik filters voor de joints, maar ik gebruikte het ook om dicht­regels op te schrijven. Ik herinner me: ‘Waarom wil jij niet zwemmen in mijn tranenmeer.’

Langzaam drijven beelden naar boven. Vierde klas, Amsterdams Lyceum, we gingen met een stel kamperen in Bergen. Ruzie gehad. Dronkenschap. De geest verliest brokken geheugen, maar af en toe drijft zo’n homp terug en klontert dan weer even vast. Als een drenkeling die weet dat hij uiteindelijk toch moet loslaten.

De foto schraapt aan mijn hart: alle drie de klasgenoten zijn dood. Twee zelfmoord, één aan een hartstilstand. ­Eigenlijk al een tijd geleden. En van eentje weet ik de achternaam niet meer.

Ik pak mijn vergrootglas en kijk naar het hoofd van A – degeen die niet in mijn tranenmeer wilde zwemmen, waarmee ik poëtisch bedoelde uit te drukken dat ik op haar verliefd was en zij niet op mij.

Wat was ze mooi, met haar rode haren. In 2003 kwam ik haar in het Van Goghmuseum tegen op een schilderij van Dante Gabriel Rossetti, Lady Lillith, maar toen was ze al dood.

Het vergrootglas vergroot niet zozeer het beeld als wel het stil verdriet. De vele betekenissen van het woord ‘zonde’ dwarrelen door mijn hoofd en dalen ergens neer waar het koud en eenzaam is.

Later zal dit album worden weggegooid. Dat besef troost niet.

Theodor Holman (1953) is columnist, schrijver, televisie- en radiomaker. Elke dag, uitgezonderd zondag, lees je hier zijn column. Lees al zijn columns terug in het archief.

Reageren? t.holman@parool.nl

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met Het Parool?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van Het Parool rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@parool .nl.
© 2019 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden