Opinie

'Alertheid op kindermishandeling zorgt voor ongemak'

Ziekenhuizen moeten volgens kinderarts Rian Teeuw alerter zijn op kindermishandeling. Sandra Donker voorziet ongemak voor arts, ouder en kind op de spoedeisende hulp.

null Beeld Kristel Steenbergen
Beeld Kristel Steenbergen

Kinderen die in het ziekenhuis belanden, zouden van top tot teen onderzocht moeten worden op eventuele sporen van kindermishandeling, lees ik in de kranten. God weet dat het nodig is - ik schreef ooit een stuk over dit onderwerp en lag drie nachten wakker -maar toch ben ik ergens wel blij dat dit voorstel niet al een jaar of twee geleden is ingevoerd.

Ik liep de deur een tijdje praktisch plat bij de spoedeisende hulp.
Inderdaad, drie zoons.

Eentje viel van een hek bij de bso en brak zijn pols.
Eentje had een gat in zijn hoofd.
Diezelfde had een gat in zijn hoofd.

Eentje slikte een muntje van 50 cent in.
Eentje had een jaap van 15 centimeter in zijn onderbeen.
De ander had een jaap van 8 centimeter in zijn onderbeen.

Eentje had met gym een gekneusde voet.
Eentje had allemaal rare vlekken op zijn rug.
Eentje botste op school tegen de verwarming en had een gat in zijn tandvlees.

Dit waren de meest acute verwondingen.

Foute boel
Tijdens een van de bezoeken keek de behandelend arts mij vorsend aan. Met nummer twee was ik op een zaterdagochtend in het Waterlandziekenhuis in Purmerend beland.

Wat er precies was gebeurd, weet ik niet. Er was luidruchtig gestoei boven en gespring met een hoop gegil van diverse kinderen. Ik zat beneden aan de koffie. Toen een knal en een ander gegil, van het soort waarvan je onmiddellijk weet dat het foute boel is.

Ik rende naar boven en zag dat alle ledematen, ogen en oren er nog op en aan zaten en zuchtte opgelucht.

Maar toen ik de politiepet van Alosja's hoofd haalde om te kijken waar hij pijn had, gutste het bloed over zijn hoofd en op zijn shirt en op de vloerbedekking.

Toen was ik het die gilde.

Terwijl de arts vakkundig het hoofd van Alosja dichtplakte met snelhechtende lijm, vroeg hij hem hoe dit zo was gekomen.

Ik mocht niks zeggen, gebaarde hij.

Alosja zweeg. Hij is altijd al de meest stoïcijnse van het stel, maar dat wisten ze natuurlijk niet in het ziekenhuis.

Ik zei hem dat hij wel antwoord mocht geven, maar toen kreeg ik weer die blik van de arts.

Ik wilde hem zeggen dat ik het heel goed vond dat ze zo argwanend waren gezien kindermishandeling en alles, maar besloot toch maar mijn mond te houden.

De assistent vroeg nu hoe hij aan dat gat in zijn hoofd kwam. Vriendelijk, maar ook een beetje dwingend.

"Ik ben gevallen," antwoordde Alosja uiteindelijk nurks. Een gat in zijn hoofd was niet zijn definitie van cool.

Hij zei nog net niet dat hij van de trap was gevallen, of geduwd, door mij bijvoorbeeld, wat uiteraard niet zo was, maar zo kwam het misschien wel over.

"Waar ben je gevallen?" ging de arts/rechercheur door.

"Op mijn hoofd natuurlijk!" riep mijn lieve jongen geïrriteerd.

Kennelijk was dit een goed antwoord, of de juiste toon, want de arts gaf een knikje aan de assistent en vroeg niet verder.

Gevangenis
"Wil je de volgende keer even gewoon vertellen wat er is gebeurd?!" zei ik toen we buiten waren. "Anders denken ze nog dat ik het gedaan heb en dan kan ik mooi de gevangenis in!'"

Zijn gezicht klaarde op. "Echt?" vroeg hij, plots zeer geïnteresseerd. Hij zat midden in zijn politie-, boef- en bajesfase en zijn ogen begonnen te glinsteren.

"Als je het maar uit je hoofd laat!" riep ik uit.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met Het Parool?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van Het Parool rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@parool .nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden