PlusMaarten Moll

Al een jaar lang worden er geen kroegverhalen meer gemaakt

Maarten Moll Beeld Sjoukje Bierma
Maarten MollBeeld Sjoukje Bierma

Op weg naar een afspraak bij het Rembrandtplein ­fietste ik langs:

De Avonden.

Elsa’s.

Ruk & Pluk.

De Biertuin.

Koosje.

Eik en Linde.

Smit & Voogt.

’t Hooischip.

Langereis.

Schiller.

Allemaal dicht natuurlijk. En als ze het afgelopen jaar open waren, mochten er maar een paar man in, op anderhalve meter van elkaar. Niets aan.

Al een jaar lang worden er geen kroegverhalen meer gemaakt. Het kroegverhaal wordt met uitsterven bedreigd. Zeer ernstig. Wat is de wereld zonder kroegverhalen?

Ik dacht aan de laatste kroegscène, vlak voor de uitbraak.

In een café in de Utrechtsestraat zat zevenachtste man voor de jukebox. Op een krukje. Rechts naast hem een gereedschapskist.

Het hoofd van de man bevond zich in de opengeklapte jukebox.

Na een tijdje hoorden we een gesmoord ‘au, godverredomme’ uit de jukebox komen.

Het was geen plaatje.

De man kwam met zijn hoofd uit de jukebox, en wreef over zijn glimmende, kale hoofd, waarop ik een paar littekens zag, en enkele korsten.

Hij rommelde wat in de gereedschapskist, pakte een tang en verdween weer in de jukebox.

Even later hoorden we opnieuw een ‘au, godverredomme’, en we zagen de hand die over de schedel wreef. En een pijnlijke grimas op het gezicht van Ruurd.

“Wil ’t lukken?” vroeg de barman met een uitgestreken smoel.

“Wat een onding,” zei Ruurd. En daar ging hij weer.

Heel even dachten we een flard muziek te horen.

“Nummertje B6 graag!” riep de barman baldadig.

Gegrom uit de jukebox.

Een klein halfuur en vier vloeken later in deze tragikomische act. Er liep een lang, rood spoor langs het linkeroor van Ruurd. Precies bovenop zijn schedel parelde een speldenknopje bloed. Een korst had losgelaten.

Ik wees. Ruurd pakte een doek en wreef. Nu zaten er ook zwarte vegen op zijn hoofd.

“Ik ben grotere kasten gewend,” zei hij. En nauwelijks hoorbaar: “Klein kutding.”

“Moet ik helpen?” vroeg de barman olijk.

Ruurd verdween in de jukebox.

We hoorden geknetter.

“Au! Godverredomme!”

Hij bloedde uit drie wondjes.

“Wil je een pleister?” zei de barman.

“Nee,” zei Ruurd, “eerst moet dit gemaakt.”

En hij stak zijn hoofd weer tussen de plaatjes van vinyl.

Het was minuten stil in de jukebox. En nog langer.

De barman knipoogde.

“Wil je wat drinken, Ruurd?” riep hij.

We zagen het hoofd van Ruurd met een ruk omhoogkomen.

“Au, godverredomme, au, au, au!!”

Nog meer bloed.

Amsterdamse humor.

De barman zette een vaasje op de toog.

Ruurd dronk gulzig.

De jukebox zweeg nog steeds.

Maarten Moll schrijft over dagelijkse beslommeringen in de stad. Lees al zijn columns terug in het archief.

Reageren? m.moll@parool.nl.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met Het Parool?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van Het Parool rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@parool .nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden