Babs Gons. Beeld Artur Krynicki
Babs Gons.Beeld Artur Krynicki

Al die tijd hield hij er een tweede gezin op na

PlusBabs Gons

Al die tijd hield hij er een tweede gezin op na. Al die keren, dagen, nachten dat hij niet thuis kwam, was hij dáár. Of misschien had hij zelfs meerdere adresjes. Gisteravond was ik het zo zat, ik ben gewoon gaan aanbellen waar ik vermoedde dat hij zich vaak ophield. Een grote, vriendelijke vrouw opende de deur. Ze leek me niet helemaal zijn type maar je weet het nooit. Ze wist gelijk over wie ik het had, ze zag ’m zo nu en dan. Niet bij haar thuis- maar wilde ik niet even binnenkomen?

Ik liep achter de vrouw de lange gang door, op zoek naar een spoor van hem maar het huis was vrij kaal en ik zag geen persoonlijke spullen liggen. Ze stopte voor de deur naar de tuin en wees door het raam. Hier heb ik ‘m wel eens gezien, zei ze en ze verontschuldigde zich voor haar overgroeide kleine tuintje.

“Mag ik even,” vroeg ik, en ze gebaarde toestemming. Ik stapte de begroeide tegels op en keek door het hek naar de achterkant van het huis ernaast. De achterdeur stond open.

“Daar,” zei ze zachtjes, “heb ik ‘m wel eens gezien. Nummer negentien, als ik het goed heb.”

Terwijl ik door de ramen tuurde van het donkere huis dacht ik even een schim te zien.

“Dank je hartelijk,” zei ik tegen de vrouw terwijl ze me weer uitliet.

Met langzame passen liep ik naar de glimmende mosgroene deur waar met witte letters negentien in het hout was geverfd. Voordat ik aanbelde haalde ik even diep adem. Zou ik zo oog in oog staan met zijn andere gezin? Wat voor mensen waren dit? En wat als ze nou zouden zeggen dat wíj het andere gezin waren? Of alles zouden ontkennen? Maar de GPS wees al tijden uit dat hij zich hier vaak ophield.

De deur ging open en een kleine, vrolijk ogende man verscheen.

“Sorry dat ik stoor maar kan het zijn dat Sep hier misschien is?”

“Sep,” zei de man verbaasd terwijl ondertussen het onderwerp zelf achter hem verscheen. En alsof het de gewoonste zaak van de wereld is, stapte Sep de drempel over en bleef naast mij staan.

“Ah, je bedoelt Zoë,” zei de man.

“Nee,” zei ik, “Sep, September eigenlijk.”

De man keek verbaasd. “Nou, die komt hier heel vaak. Hoort hij bij jullie?”

Terwijl we rustig onze straat terug in lopen, lach ik hardop.

“Zoë, waarom noemen ze je daar toch Zoë? De buren aan de overkant noemen je Jamila, het buurmeisje van een paar huizen verder zegt steevast December. Hoeveel identiteiten hou je erop na?”

Zwijgend loopt hij mee naar huis, zijn rood-witte staart wuivend in de wind.

Spokenwordartiest, schrijver en ­docent Babs Gons maakt ons deelgenoot van haar belevenissen. Lees al haar columns hier terug.

Reageren? b.gons@parool.nl

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met Het Parool?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van Het Parool rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@parool .nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden