Nico Dijkshoorn. Beeld Artur Krynicki
Nico Dijkshoorn.Beeld Artur Krynicki

Ajaxsupporters, dat waren ooit coole motherfuckers

PlusNico Dijkshoorn

Nico Dijkshoorn

Ajax kreeg in twee wedstrijden tegen Napoli tien doelpunten om de oren. Daar kunnen we maandenlang over door blijven zeuren, dat het allemaal aan Edwin van der Sar ligt, die de club probeert te leiden met de bij elkaar gescharrelde woordenschat van een wilsonbekwame, maar wij, Amsterdammers, kunnen daar zelf ook iets aan doen.

We kunnen van Ajax weer een ongenaakbare club maken, een club die je zonder enige schaamte bezoekt, maar dan moeten we wel ons gedrag aanpassen. Ik zou willen beginnen met een verbod op het dragen van het clubshirt.

Ik ben voor een rigoureuze terugkeer naar de supportersbeleving van de jaren 1970, toen Ajax nog ongenaakbaar sexy was. Alleen de spelers droegen een rood-wit shirt. De toeschouwers droegen gewonemensenkleren. Dat zag er fijn uit. Groen gras, rood-witte tenues en daaromheen de grauwe, naar natte regenjassen ruikende toeschouwers.

Alleen op die manier kunnen wij Ajax nog redden, als we terugkeren naar nederig supportersgedrag. Laten we afspreken dat er vanaf nu niet meer wordt gezongen. Dat is meer iets voor Limburgers, die op een plein naar een violist kijken met het kapsel van Mel Gibson. Amsterdammers kijken voortaan zwijgend naar Ajax en ze laten hun kinderen thuis.

Daar zit namelijk de kern van de huidige Ajaxcrisis: het begint op de tribunes steeds meer te lijken op de EO-Landdag. Ajaxsupporters, dat waren ooit coole motherfuckers. Ze liepen, in een gewone jas, zwijgend naar het stadion, zongen niets, riepen niets, kochten een kussentje als ze een zitplaats hadden, keken naar de wedstrijd en liepen daarna weer zwijgend naar huis. Daarna aten ze iets Amsterdams. Ossenworst of een bedorven ui.

Nu lijkt het alsof 59 carnavalsverenigingen tijden de wedstrijd een gezamenlijke jaarvergadering houden. Iedereen, ook mannen met buiken als springkussens, zingen vlak voor de wedstrijd heel hard het lied Bloed, Zweet en Tranen van André Hazes.

Dat is verkeerd. Ajaxfans zwegen. Wie in de jaren 1970 tijdens de rust het liedje Three Little Birds van Bob Marley zou hebben gezongen riskeerde levenslange verbanning uit het stadion. Nu is dat iedere thuiswedstrijd een gezelligheidsmomentje, drie doelpunten achter je oren en dan op zo’n lome reggaebeat zingen dat het allemaal wel weer goed komt.

Wij, de supporters uit 1970, gingen ervan uit dat het juist allemaal verkeerd zou gaan. Ik wil deze reddingsactie hard inzetten. Het muziekkorps moet terug. Vlak voor de wedstrijd begint wordt er omgeroepen dat de lichten van een blauwe Fiat Panda nog branden. Alleen die gewoonheid kan Ajax nog redden.

Nico Dijkshoorn schrijft wekelijks een column voor Het Parool en spreekt zijn bijdragen ook geregeld in.

Reageren? n.dijkshoorn@parool.nl.

Wilt u belangrijke informatie delen met Het Parool?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van Het Parool rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@parool .nl.
© 2023 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden