Ruben KoopsBeeld Artur Krynicki

Aast Asscher al op de ketting van Halsema?

PlusRepubliek Amsterdam

Lang geleden, voor een andere krant, had ik eens een interview met toenmalig D66-lijsttrekker Jan Paternotte. Hij stond op het punt de raadsverkiezingen te winnen en zat op de praatstoel. Na een lang en persoonlijk gesprek vroeg ik hem naar zijn ambities: wat zou nu zijn ultieme droombaan zijn? “Burgemeester van Amsterdam,” klonk er beslist, “de allermooiste baan die er is.”

Kort daarna, nog voordat ik begonnen was met de uitwerking van het interview, kreeg ik een belletje van Paternotte. Of hij die opmerking over het burgemeesterschap kon terugnemen? Eberhard van der Laan was immers de burgemeester en die deed het uitstekend. Hoewel de twee een moeilijke verhouding hadden en elkaar in debatten het licht in de ogen niet ­gunden, vond Paternotte zijn opmerking met terugwerkende kracht ongepast en niet chic. Bovendien zou hij later als raadslid moeten oordelen over de herbenoeming van de zittende burgemeester. Over sommige dingen moet je gewoon geen ruis willen creëren, vond hij.

Eind vorig jaar vond het tegenovergestelde plaats. In de voetbalpodcast Kick-Off van De Telegraaf zei PvdA-leider Lodewijk Asscher desgevraagd dat hij graag nog eens burgemeester van Amsterdam zou willen worden. “Prachtig, als ik later groot ben lijkt mij dat leuk.” Het zorgde voor nogal wat opgetrokken wenkbrauwen in de Stopera. “Ze winnen één verkiezing en denken meteen weer dat ze de lakens kunnen uitdelen,” werd er gefoeterd bij de andere progressieve partijen. Was het een onschuldige opmerking, of een openingszet?

Op zich is het te prijzen dat Asscher transparant is over zijn ambities, en spreekt zonder meel in de mond. Maar het ongemakkelijke is natuurlijk dat Asscher op papier een heel geschikte kandidaat voor het ambt is. Juist in zijn geval is het geen hypothetisch antwoord, zo van: “Ja, natuurlijk zou ik volgend seizoen graag de opvolger van Hakim Ziyech bij Ajax worden.” Als de profielschets een beetje lijkt op die van de afgelopen keren, zou Asscher geknipt zijn voor de post.

Het probleem is alleen: er zit net iemand anders, Femke Halsema. Had hij zich dat moeten realiseren?

De vraag die door de opmerking van Asscher boven de markt hangt, is nu: wat gaat hij doen in 2024, als de eerste termijn van Halsema afloopt? Ruis waar de zittende burgemeester natuurlijk niet blij mee is.

Het werd nog erger toen PvdA-fractievoorzitter in Amsterdam Sofyan Mbarki begin dit jaar, opnieuw in De Telegraaf, nog eens verder filosofeerde over de kwestie. “Dat zou zomaar kunnen,” zei hij als antwoord op de vraag of de volgende burgemeester weer een PvdA-burgemeester wordt.

Ook Mbarki bedoelde het vast niet verkeerd. Maar dat Halsema, als door een wesp gestoken, vervolgens een boos berichtje stuurde naar Mbarki vanwege het interview, geeft wel aan hoe gevoelig het allemaal ligt.

Halsema ligt toch al onder een vergrootglas. Van Jack van Gelder tot Gerard Joling – de kletsende klasse, zoals politicoloog André Krouwel het noemt – iedereen is zich een mening aan het vormen over haar functioneren. Halsema weet als geen ander dat niet alleen haar daden, maar ook het beeld dat over haar bestaat doorslaggevend wordt voor het succes van haar burgemeesterschap. Met haar politieke profiel uit het verleden en het feit dat ze de eerste vrouw is op de post, heeft ze het al zwaar genoeg met de beelden die over haar bestaan.

Als de PvdA alternatieven aandraagt, wordt het alleen maar moeilijker.

Politiek verslaggevers Michiel Couzy en Ruben Koops belichten beurtelings op zaterdag in ‘Republiek Amsterdam’ een politiek onderwerp uit de stad.

Reageren? r.koops@parool.nl.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met Het Parool?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van Het Parool rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@parool .nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden