null Beeld Sjoukje Bierma
Beeld Sjoukje Bierma

Aan het einde van de oorlog was mijn vader drie weken zoek

PlusMaarten Moll

Maarten Moll

Mijn vader is rond de bevrijding een tijdje zoek geweest.

Hij werd afgelopen zaterdag 88, en ik typte uit nieuwsgierigheid zijn naam in op internet. Ik kwam ten slotte terecht bij een verhaal dat hij in 2016 had geschreven voor De Darde Klokke, het cultuurhistorisch tijdschrift over Ommen.

Ik had dat verhaal over die ‘verdwijning’ wel eens gehoord, maar het was alweer weggezakt in mijn geheugen.

Het gebeurde aan het einde van de oorlog. Hij ging bij een boer de fiets van zijn broer ophalen en op kale velgen reed hij ermee naar huis. Tot hij bij de Schapenallee plots moest remmen en met fiets en al tegen het wegdek sloeg.

De dokter constateerde een bovenbeenbreuk, maar hij kon vanwege de oorlogssituatie, de Canadezen waren in aantocht, niet naar een ziekenhuis vervoerd worden.

Bijna een week lag hij op een bed voor het raam. ‘Mijn dijbeen was ondertussen bijna tweemaal zo dik geworden en de aderen lagen er als dikke slangen bovenop. Ik voelde me ook niet zo best meer.’

Hij begon zich zorgen te maken. ‘In de ochtendschemering zag ik plotseling mannen door de tuin lopen in een vreemd uniform. Het waren beslist geen Duitse soldaten. Eén van hen kwam naar het raam waar ik lag en vroeg in een vreemde taal, die Engels bleek te zijn, wat er met mij was.’

Lang verhaal kort: er werd een ziekenwagen opgeroepen. ‘Met een dot ether, die me onder de neus werd geduwd, maakten ze me een beetje weg, maar ik kon toch nog voelen, dat er aan het been getrokken en gewrikt werd. Het been werd gespalkt en ik kreeg een enveloppe met papieren om de nek.’ (Die staan afgebeeld bij het artikel, mijn vader heeft ze kennelijk bewaard. Ik heb ze nooit gezien.)

Hij kwam in het ziekenhuis van Almelo terecht, waar zijn been in het gips ging.

‘Bezoek kreeg ik niet, dat vond ik vreemd en ik voelde me erg eenzaam,’ schrijft hij. ‘Misschien was er wel iets in Ommen met mijn ouders gebeurd. De zusters probeerden telefonisch contact te krijgen, maar Ommen bleef onbereikbaar...’

Drie weken lag hij, elf jaar oud, doodongerust in zijn ziekenhuisbed, tot op een zondagmiddag een man kwam informeren of hij ‘het zoekgeraakte jongetje uit Ommen’ was.

‘De Canadezen hadden verzuimd om mijn adres door te geven en niemand had precies geweten, waar ik me bevond. Vader en moeder hadden alle ziekenhuizen in de omgeving bevraagd en nergens was ik bekend geweest.’

Een kennis die in Almelo woonde, was eens in het ziekenhuis daar gaan kijken. Met succes.

‘Een paar dagen later kwamen m’n ouders op bezoek en dat was een heel fijne hereniging. Ze hadden schone kleren voor me meegenomen en eten, een aardappeltaart, want echte taart was nog niet te koop.’

De capitulatie van Duitsland beleefde hij in het ziekenhuis, via de radio. ‘Dat was een prachtig en plechtig gebeuren met die toespraken. Vooral de volksliederen van de geallieerden hebben toen grote indruk achter gelaten.’

Maarten Moll schrijft over dagelijkse beslommeringen in de stad. Lees al zijn columns terug in het archief.

Reageren? m.moll@parool.nl.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met Het Parool?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van Het Parool rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@parool .nl.
© 2022 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden