Erik Jan Harmens. Beeld Artur Krynicki
Erik Jan Harmens.Beeld Artur Krynicki

Aan het eind van de afspraak bij de psycholoog ben ik leeg

PlusErik Jan Harmens

Tegenover mij zit de psycholoog. Liever schrijf ik: ‘Ik zit tegenover de psycholoog’, maar ik wil mijn stukje niet beginnen met het woord ‘ik’. Alles draait al zo vaak om mij.

Het bekertje trekt krom van de hitte. De koffie komt uit een Bravilor en wordt vermoedelijk al de hele dag warmgehouden. Na de eerste slok wordt dat vermoeden bevestigd en overweeg ik om het bekertje om te stoten, zodat ik de rest niet hoef op te drinken. Helaas ben ik wel goed in dingen omgooien, maar kan ik het alleen per ongeluk.

Het gesprek dat we voeren is op basis van een anamnese. Het is een van mijn lievelingswoorden en ik kan het blijven uitspreken: anamnese, anamnese. De m en n in het midden zijn met elkaar verstrengeld als twee lichamen. De psycholoog vuurt vragen op me af alsof ik in een quiz zit. Een oud trauma speelt op, want zes jaar geleden deed ik mee aan De slimste mens en vloog ik er al na één ronde uit. Op de terugweg naar huis voelde ik me de domste mens en verorberde ik bij de BP twee bamiblokken en nog een derde om het af te leren.

Heb je veel vrienden? vraagt ze en ik knik.

Hoe vaak zie je ze, spreek je ze regelmatig?

Zelden tot nooit.

Wat versta je precies onder vriendschap?

Bij die laatste vraag voelt het alsof ik word doorzien. Ik weet dat veel mensen de kwaliteit van een vriendschap afmeten aan hoe vaak je contact met elkaar hebt. Ik vind contact echter intens, het slurpt energie. Het is alsof de ander een rietje bij me inbrengt (nee, niet daar, gewoon door mijn neus) en alles uit me zuigt wat ik in me heb. Aan het eind van de afspraak ben ik leeg.

Contact hebben betekent vragen hoe het met iemand gaat, waarop hij begint te vertellen alsof je een muntje in de jukebox hebt gegooid. Het ene na het andere plaatje wordt opgezet en als hij eindelijk stilvalt is het nog niet gedaan. Want nu wordt een muntje in mij gegooid en moet ík vertellen wat ik heb meegemaakt. Ik vind het lastig om daarin een hiërarchie aan te brengen, met als gevolg dat wat ik wel deel vaak als futiel wordt beschouwd. Bijvoorbeeld dat ik al de hele dag het liedje ’t is Struik, ’t is Struik, ’t is Struik wat ik gebruik in mijn hoofd heb. Iets waar ik over zwijg, bijvoorbeeld dat ik een nieuwe liefde heb, blijkt dan achteraf weer als essentiële informatie te worden beschouwd. “Waarom heb je me dat niet verteld?!” roept de ander ontsteld. Ik weet het niet, wil ik antwoorden, maar ik ben stilgevallen als een jukebox waar juist de stekker uit getrokken is.

Erik Jan Harmens (1970) is schrijver en dichter. Hij schrijft elke week een column over prikkels en andere zaken.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met Het Parool?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van Het Parool rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@parool .nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden