Opinie

'Aan afgedwongen leven is niks heilig'

De abortusdiscussie kan in Nederland weer oplaaien. Volgens Iki Freud is het goed om in gedachten te houden wat de gevolgen zijn van ongewenst ouderschap, ook voor het kind.

Niet elke echo verkondigt een blijde boodschap Beeld Getty
Niet elke echo verkondigt een blijde boodschapBeeld Getty

Pro-leven is weer actueel, vanwege het Ierse referendum van afgelopen maand. En ook in de VS, waar subsidie voor abortus door Trump is afgeschaft. We zijn ook in Nederland, als het aan de christelijke partijen ligt, weer terug bij af wat betreft toegang tot legale abortus en andere verworvenheden en vrijheden van de moderne vrouw.

Het is een vanzelfsprekend geloofsartikel dat 'het leven' heilig is. Maar dat leven is helaas een abstractie, geen persoon. Voorstanders van dat heilige leven hebben er niet goed over nagedacht wat voor soort leven dat zal zijn. Hoe (on)gelukkig zijn de gevolgen van een afgedwongen ongewenst leven voor het betrokken kind of de betrokken ouder(s).

Ik heb in mijn lange praktijk als psychoanalyticus-psychotherapeut al te vaak te maken gehad met ongewenste kinderen. Dat was tot voor kort een gewoon verschijnsel. Kinderen wilde je niet, kinderen kreeg je, al of niet van God. Het gevolg van ongewenst zijn betekent helaas beschadiging van het gevoel van eigenwaarde. Zelfvertrouwen wordt vroeg in het ­leven gevormd en is later niet meer goed te ­repareren. De kwaliteit van de moeder-kind­relatie is daarbij cruciaal.

Heilige taak
Vroeger was kinderen krijgen een heilige taak onder druk van de kerk, de dominee, de pastoor en de geldende christelijke ­moraal. De mensen hadden weinig in te brengen over hun eigen lot. Veel ex-katholieken zijn nog altijd verontwaardigd over de rol van de pastoor die regelmatig langs kwam met de boodschap 'dat pa hem er vooral dieper in moest steken'. Seksualiteit diende de voortplanting en niet de lust of het genot, laat staan het geluk van de mens.

Moeders kregen soms tien, vijftien of zelfs twintig kinderen. Dat was niet wat die moeders zelf per se wilden, het maakte ze regelmatig boos en ongelukkig. En voor de kinderen zelf was het vaak ook verdrietig. Die kinderen konden geen aanspraak maken op de liefde en aandacht die een kind idealiter verdient. Ze zorgden vaak voor elkaar. Vooral het oudste meisje, dat moeder moest helpen, was de dupe. Zij besloot vaak later zelf geen kinderen op de wereld te zetten. Ze had schoon genoeg van de taak die haar ten onrechte was toegevallen.

Stel dat een vrouw te onvolwassen, te arm, of anderszins ongeschikt is om (al) moeder te zijn. In dat geval gaat het ongewenste kind een ongewisse toekomst tegemoet. En het leven van de moeder wordt geofferd aan de zorg voor een kind dat zij niet verkoos te krijgen. Rancune en boosheid zal de relatie met het kind meestentijds ernstig verstoren, met ongelukkige mensen als gevolg. De beslissing om al of niet te aborteren heeft ook veel te maken met schuldgevoel. In ons onbewuste geldt abortus als moord. ­Zeker als de antiabortusactivisten op schuld en boete blijven hameren.

Misplaatste schuldgevoelens
In dat verband is er nog een thema relevant: het te vroeg geboren kind dat riskeert een toekomst met veel mentale en fysieke tekorten en afwijkingen tegemoet te gaan.

Hoewel ouders misschien wel zijn geneigd de verstandigste koers te kiezen, worden ze daarvan afgehouden door christelijke dogma's over 'het leven' en vanwege misplaatste schuldgevoelens. Terwijl zij toch het volste recht hebben om veel ellende voor hun kind en voor zichzelf te willen voorkomen. Maar ouders durven vaak niet voor beëindiging van een té ongewis leven te kiezen. Ook hier speelt de christelijke moraal en schuld­gevoel een rol.

Elke neonatoloog zou moeten worden opgeleid om ouders bij dit psychologisch duivelse dilemma bij te staan. Namelijk door het met hen te bespreken, dit al of niet bewuste idee een moordenaar of egoïst te zijn, als ze besluiten het ­leven van een nauwelijks levensvatbaar kindje te laten beëindigen.

Dat brengt mij op mijn laatste punt. Denken pro-levenactivisten weleens na over de invloed op de rest van het gezin van een kind met een ernstige verstandelijke of lichamelijke handicap? Dit heeft niet alleen gevolgen voor de ouders die levenslang verantwoordelijk blijven voor iemand die nooit zelfstandig zal kunnen functioneren.

Schuld geen goede raadgever
Zulke ouders krijgen allicht het gevoel dat ze niet mogen sterven, want hoe moet het dan met de verantwoordelijkheid voor hun hulpbehoevende kind? Dat is niet het enige. In een gezin met meerdere kinderen gaat de meeste 'liefde' en aandacht steeds naar het meest hulpeloze kind. Niet alleen omdat dat nodig is, maar ook omdat de ouders zich ten onrechte schuldig voelen een minder levensvatbaar kind op de wereld gezet te hebben. De balans slaat dan 180 graden om van onbewuste doodswensen en haat (ja, dat bestaat) naar overdreven liefde.

Deze gevoelens zijn dusdanig taboe dat een totale omkering plaats vindt en het ongelukkige kind geïdealiseerd wordt, terwijl de andere kinderen aandacht tekort komen. Kinderen uit een gezin met zo'n probleemkindje krijgen het moeilijk omdat de balans zoek is. Zij voelen zich verantwoordelijk voor een beschadigd broertje of zusje. Mogen zij wel slagen terwijl een broertje of zusje hopeloos in ontwikkeling achterblijft?

Dat christelijke moraal en schuldgevoel nauw met elkaar verbonden zijn, moge uit het voorgaande duidelijk blijken. Schuld is een machtige motor, maar niet altijd een goede raadgever.

Iki Freud, psychoanalyticus Beeld .
Iki Freud, psychoanalyticusBeeld .
Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met Het Parool?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van Het Parool rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@parool .nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden