Maarten MollBeeld Sjoukje Bierma

7 juli 1974 had onze ‘Dag van het Sprookje’ moeten zijn

PlusMaarten Moll

Ergens in Duitsland is vandaag in een verpleeghuis een man ontwaakt. In een kleine wereld, zo stel ik me voor – al weet ik niet hoe het is alzheimerpatiënt te zijn. Ik ken verhalen, maar ken niemand in mijn directe omgeving met deze ziekte.

De verhalen gaan over niet herkennen.

Over het verliezen van herinneringen.

Het langzaam wegglijden.

Wat is een leven zonder herinneringen? Ik kan me er niets bij voorstellen.

Deze man in Duitsland. Hij wordt dit jaar 75, op 3 november.

Wat weet hij nog van zijn leven?

Wat weet hij zich morgen te herinneren van deze dag, 7 juli? Of van die 73 andere 7de juli’s?

Hij, wiens geheugen is opgelost, leeft voort in heel veel hoofden. Juist vanwege 7 juli.

Wrang, maar ook mooi, want wie ben je nog als je helemaal niet meer voorkomt in de herinnering van anderen?

Weet hij nog waar hij was, vandaag 46 jaar geleden?

Ik wel. Op een Oostenrijkse camping.

Hij was 28, ik 8.

Hij was op televisie, ik stond voor de televisie.

Hij juichte, ik was verdrietig.

Weet hij nog dat hij op die dag, 7 juli 1974, in het Olympiastadion in München was?

Dinsdag is het de ‘Dag van het Sprookje’ (ik heb het niet verzonnen). Dat had het 46 jaar geleden moeten zijn. Voor ons.

Als hij vandaag zijn broodje eet, en kauwt en kauwt, weet hij dan nog wie hij toen was?

Die gedrongen spits met het nummer 13 achter op zijn witte shirt.

Wat ziet hij als hij uren voor het raam zit en naar buiten kijkt?

Ik vind het een ondraaglijke gedachte dat hij zíjn moment, dat moment dat zo veel mensen (Duitsers) vreugde heeft geschonken, en zo veel mensen (Nederlanders) verdriet, misschien niet meer voor de geest kan halen. (Ja, ja, er zijn belangrijkere momenten in een mensenleven, ik weet het, maar nu even niet.)

Op dat gras in München.

Ik denk vandaag aan hem, ook omdat ik later fan van hem werd.

Zou er een teamgenoot van 46 jaar geleden bij hem op bezoek komen vandaag om de toen behaalde wereldtitel te vieren?

Mag hij wel bezoek ontvangen vanwege het corona­virus, of moeten Franz Beckenbauer en Sepp Maier en Uli Hoeness vanaf de parkeerplaats naar hem zwaaien? Een mensonterend, maar helaas al te bekend tafereel.

Hopelijk gaat er dan toch een schok van herkenning door hem heen. En misschien – ik hoop het, maar het is wellicht onmogelijk – ziet hij dan voor zich hoe hij dat deed, die winnende maken.

En dat hij dan glimlacht. Dat Gerd Müller dan glimlacht.

Maarten Moll schrijft over dagelijkse beslommeringen in de stad. Lees al zijn columns terug in het archief.

Reageren? m.moll@parool.nl.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met Het Parool?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van Het Parool rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@parool .nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden