Column

4000 euro voor de zwerver die zijn broer moest spelen

James WorthyBeeld Agata Nowicka

Hij heeft altijd al een broer gewild. Van jongens af aan. Misschien nog wel meer dan een vrouw en kind.

Een broer. Iemand die hij de schuld kan geven. Een collega manmens. Verdwaald en gebroken. Aangeschoten wild. Iemand met wie hij gewoon kan praten. Iemand die niet zucht als hij een gesprek begint over mensen die niet in de bioscoopzaal blijven zitten als de film is afgelopen.

Een broer zou dat begrijpen. Je kijkt twee uur lang naar een film, maar dan heb je niet het geduld om naar de namen te kijken van de mensen die die film hebben gemaakt? Hij kan daar zo boos om worden. En hij denkt zijn broer ook.

Zo'n tien jaar geleden, in een periode dat hij tien jaar jonger was dan nu, heeft hij een keer vierduizend euro aan een zwerver gegeven die voor dat geld een week lang zijn oudere broer moest spelen. Het was de mooiste week van zijn leven.

Als iemand iets lelijks over hem schreef op het internet, zocht zijn broer die persoon op. Soms ging hij met hem mee. De zwerver was een goede broer. Hij ging niet voor hem door het vuur, nee, hij woonde voor hem in het vuur.

Hij was ook heel handig. Binnen vier uur bouwde hij een boomhutvoor hem in het bos. Hij had altijd al een boomhut gewild, maar toen hij in de boomhut zat, viel het hebben van een boomhut best tegen.

Het was gewoon een hut in een boom. Ze dronken dure Ierse whiskey uit de fles en toen de fles leeg was, hebben ze de boomhut in de fik gestoken.

Zijn broer was beter in bouwen dan in vuur maken. Een gedeelte van de nabijgelegen geitenboerderij vatte ook vlam. Geiten zijn best leuke dieren, totdat je ze uit een brandend gebouw moet redden. Dus bleven ze maar gewoon kijken.

Toen de politie kwam, kon hij de schuld aan zijn broer geven. Dat voelde heerlijk. En zijn broer begreep het. Hij was niet boos. Zijn broer begreep dat dit nodig was.

Op de dag dat hij uit de gevangenis kwam, heeft hij nog een keer vierduizend euro gekregen.

"Moet ik nog een week je broer spelen?" vroeg hij. Zijn broer had meer oren dan tanden.

"Nee, je bent gewoon mijn broer. Vergeet dat niet. Jij bent voor altijd mijn broer."
Daarna heeft hij hem nooit meer gezien.

Maar hij denkt nog vaak aan zijn broer. Aan die ochtend dat ze op twee tuinstoeltjes naast de Sloterplas zaten bijvoorbeeld. Ze zaten te wachten op een wonder.

Tegen de kinderen die langsfietsten zeiden ze dat ze nog niets hadden gezien. Maar tegen de volwassenen die langsfietsten zeiden ze dat ze iets wonderlijks in het water hadden gezien.

"Kinderen hebben al genoeg verwondering, die hoeven we niet te verwonderen, maar de volwassenen kunnen wel wat verbluffing gebruiken," zei de man die opeens een broer had.

De kinderen fietsten door. De volwassenen bleven aan de rand van het water staan.

De broers deelden bekertjes koffie uit aan de volwassenen. Gewoon om wakker te blijven. Als je volwassen bent, moet je soms wakker blijven om te kunnen dromen.

De in Amsterdam geboren en getogen schrijver James Worthy (1980) probeert in zijn columns iets van het leven te begrijpen. Lees al zijn columns hier terug.

james@parool.nl

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met Het Parool?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van Het Parool rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@parool .nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden