Een van de hoogtepunten van een rondreis door Argentinië is het stuk Atlantische kust tussen Península Valdés en Punta Tombo. De twee schiereilanden vormen de natuurlijke habitat van zeeolifanten, orka's, walvissen en dolfijnen die je kan observeren vanop het strand of de boot. Je wandelt er tussen honderdduizenden pinguïns en speelt onder water met de zeeleeuwen. Een unieke, ervaring die een onuitwisbare indruk nalaat.

Puerto Madryn ligt 1.400 km onder Buenos Aires. Het is een aangename badplaats met een groot strand, restaurants en veel leven. Toch blijven de meeste mensen niet lang hangen. Rond de stad liggen namelijk een paar uitzonderlijke parken waar zeezoogdieren en pinguïns de grote attractie zijn. Zeventig kilometer noordwaarts ligt Península Valdés. Het schiereiland is uitgeroepen tot Werelderfgoed vanwege de ecologische waarde. Elk jaar komen hier 13.000 zeezoogdieren om zich voort te planten en hun kroost groot te brengen. De minibus rijdt door de dorre, vlakke steppe. Het landschap is eentonig, maar het groepje toeristen waar we deel van uitmaken, staart uit het raam. Plots wordt er een gil geslaakt: iemand heeft iets zien bewegen. Tussen de lage struiken rent een piche, een soort gordeldier. Uitstappen is verboden, dus rijdt de bus langzaam verder tot het dier verdwenen is. Wat verder is het een kudde schichtige guanaco's die voor animositeit zorg. De kleine lama's houden een veilige afstand van de weg. Net als we ons afvragen of we ook een rhea te zien zullen krijgen, komt die kleine struisvogel struik tevoorschijn.

Boerende olifanten

Iedereen lijkt al voldaan, maar het hoogtepunt moet nog komen. Aan Punta Norte stappen we uit en wandelen door de duinen tot het uitkijkpunt. Onder ons ligt het strand vol zeeolifanten. Gefascineerd luisteren we naar de boerende geluiden die ze maken. De mannetjes wegen 5 ton en zijn 5 meter lang. Om zeker te zijn dat niemand zijn territorium zal inpikken, wijkt een stier soms maanden niet van zijn plaats. De vetreserve helpt hem door die vastentijd. Tegen aanvallende orka's kan de stier niets beginnen. Tijdens het broedseizoen zwemmen die tot aan de kust om zich dan op het strand te gooien en een jong mee te grissen.

Albatrossen

Van het noordelijke punt rijden we verder tot Punta Cantor. Golven, zand en zeewier hebben hier een kleurrijk decor gevormd waarin een kolonie zeeleeuwen ligt te zonnebaden terwijl albatrossen door de lucht zweven. Puerto Pirámides is de laatste halte vandaag. Hier varen de boten uit om walvissen te spotten. Het rustige water van de Golfo Nuevo is een paar maand per jaar het thuis van 600 bultrugwalvissen. Ze brengen hun jongen groot, springen uit het water en glijden onder de boot door, soms zo dichtbij dat je ze bijna kan aanraken. Maar we hebben pech. De wind staat zo strak dat de boten niet uitvaren.

Een dag later staat er een duik tussen de zeeleeuwen op het programma. Vanop het strand van Puerto Madryn varen we naar het reservaat van Punta Loma. De laatste meters worden we vergezeld van een paar dieren die zich van de rotsen laten glijden en rond de boot zwemmen. In het kielzog van instructeur Patricio laten we ons aan het touw zeven meter naar beneden zakken. Drie kwartier lang zijn we te gast in het rijk van de zeeleeuwen. Vrouwtjes en jongen dartelen om ons heen, knabbelen aan onze zwemvliezen en komen vlak bij ons hangen. Ze blazen belletjes alsof ze ons willen imiteren. Na een tijdje komt een mannetje zijn harem controleren, maar als hij ziet dat zijn kroost niet in gevaar is, keert hij terug. Als het tijd is om terug naar de oppervlakte te gaan, komen de dieren nog mee naar boven alsof ze ons willen uitwuiven.

Bekvechten

Een laatste uitstap brengt ons naar de grootste kolonie pinguïns van Zuid-Amerika, op ongeveer 180 km ten zuiden van Puerto Madryn. Het reservaat van Punta Tombo is 3 km bij 600 meter groot en op die oppervlakte leven tussen september en april een half miljoen Magellaanse pinguïns. Bezoekers moeten op de paden blijven en mogen de dieren niet aanraken, maar die regels gelden niet voor de elegante vogels. Ze lopen voor en achter ons en steken het weggetje over. Als ik door de knieën ga om een exemplaar beter te bekijken, begint hij in mijn broek te bijten. Het wordt helemaal onwezenlijk als we bij het strand komen. Duizenden pinguïns lopen over een zandweg af en aan naar het strand. Het lijken minimensjes die allemaal hetzelfde badkostuum hebben aangetrokken. Op het uiterste punt van het wandelpad zetten we ons neer op een steen tussen de dieren. De jongen zijn net uit het ei gekomen en de ouders houden de wacht. Ze zien er een beetje potsierlijk uit, zoals ze stokstijf voor zich uit staren. Rondom ons worden nesten bijgewerkt, jongen gevoed en de term bekvechten wordt plots heel letterlijk. Hun doen en laten houdt ons drie uur lang in de greep. Geen film die dit kan evenaren! (HLN)