JAKARTA - Een voormalige topman van de Indonesische inlichtingendienst BIN is opgepakt op verdenking van betrokkenheid bij de vergiftigingsmoord op de Indonesische mensenrechtenactivist Munir Said Thalib. De arrestatie is het eerste signaal dat de Indonesische autoriteiten erkennen dat de machtige inlichtingendienst mogelijk bij de moord betrokken is.

Munir, die veelvuldig kritiek leverde op de Indonesische strijdkrachten, overleed in september 2004 tijdens een vlucht van Jakarta naar Amsterdam, nadat hij tijdens een tussenstop in Singapore een met arsenicum vergiftigd drankje had gedronken. Hij was 38 jaar.

De toenmalige adjunct-directeur van BIN, Muchdi Purwoprandjono, werd donderdagavond gearresteerd nadat hij zich vrijwillig bij de politie had gemeld voor verhoor. Hij is aangemerkt als verdachte, wat in Indonesië betekent dat de politie denkt over genoeg bewijzen te beschikken om de zaak voor te laten komen.
Pollycarpus Priyanto, de piloot buiten dienst die Munir het giftige drankje serveerde, werd begin dit jaar door het hooggerechtshof tot twintig jaar cel veroordeeld. Tijdens het proces bleek dat Priyanto voor de moord telefonisch contact had gehad met Purwoprandjono. Deze verklaarde toen onder ede dat iemand zijn telefoon had geleend om de telefoontjes te plegen.

Al tijdens het regime van wijlen president Suharto leverde Munir openlijk en veelvuldig kritiek op het Indonesische leger. Hij beschuldigde het leger onder meer van mensenrechtenschendingen in Oost-Timor, Atjeh en West-Papoea en van betrokkenheid bij illegale houtkap en drugssmokkel.

De afwikkeling van het onderzoek naar de moord op Munir zal volgens velen duidelijk maken of Indonesië wezenlijk is veranderd sinds het tijdperk Suharto, toen het leger en de inlichtingendiensten feitelijk boven de wet stonden. (AP)