Buitenland Bewaar

Decembermoorden: een reconstructie

Desi Bouterse in 1982.
Desi Bouterse in 1982. © anp

De dood van 15 mensen op 8 en 9 december 1982 in Suriname is het grootste dieptepunt in de geschiedenis van het jonge land (1975). De martelingen van en de moord op verklaarde critici van het toenmalige militaire regime van Desi Bouterse, kortweg de Decembermoorden, verstomden de Surinaamse samenleving en verlamden het land. De nabestaanden van slachtoffers moeten mogelijk nog lang wachten tot ze weten of het strafproces doorgaat, zo bleek vandaag bij een zitting.

In de ochtend van 8 december 1982 werden in hoofdstad Paramaribo mensen van hun bed gelicht en gearresteerd. Het ging om journalisten, advocaten, hoogleraren, zakenlieden, twee reeds gedetineerde militairen en een vakbondsleider. Bij een aantal arrestaties werd grof geweld gebruikt en er werd ook geschoten. De arrestanten kregen vaak geen tijd om kleren aan te trekken.

Militairen vernielden de woningen van enkele verdachten. Militaire bewakers hielden familieleden enige tijd in hun huizen. Op verschillende plekken in de stad werd brand gesticht, zoals in het radiostation ABC en het gebouw van De Moederbond, de grootste vakbond. Uit bewaard gebleven opnamen van mobilofoonverkeer is gebleken dat de branden door militairen waren gesticht en dat er ook opdracht was gegeven ze niet te blussen.

De verdachten werden naar Fort Zeelandia gebracht, het voormalige Nederlandse fort dat diende als hoofdkwartier van de opperbevelhebber en couppleger Bouterse. Die verscheen op 8 december 's avonds op de Surinaamse televisie met de mededeling dat met de actie een poging tot een staatsgreep was verijdeld. Een van de arrestanten, Jozef Slagveer, verscheen zwaar gehavend in beeld met een 'bekentenis' over een voorbereiding van een coup.

In de nacht van 8 op 9 december werden in de stad regelmatig schoten gehoord. Op de ochtend van 9 december werden bij het mortuarium lijken afgeleverd in zakken. Honderden mensen hadden zich er verzameld en militairen moesten in de lucht schieten om de orde te bewaren. Bouterse zei later dat de 15 'op de vlucht' waren neergeschoten.

Het Nederlandse Juristen Comité voor de Mensenrechten (NJCM) meldde in februari 1983 op basis van ooggetuigenverslagen details over de verminkte lijken. Nagenoeg alle lichamen vertoonden sporen van zware mishandeling en alle lichamen hadden kogelgaten, vaak tientallen en vaak ook in borst en buik. De lijst vermeldt ingeslagen tanden, gebroken ledematen, ingesneden tongen en een afgeschoten scrotum.