AMSTERDAM - De zes piepjonge zakkenrollers die in januari in een gesloten jeugdinrichting werden geplaatst, verblijven daar nog steeds.Volgens een woordvoerder van de Raad voor de Kinderbescherming is hun identiteit nog altijd niet vastgesteld. Ook blijven de vermoedelijk uit Roemenië afkomstige jongetjes tegenwerken en vertellen ze onsamenhangende verhalen.

Inmiddels hebben zich zes mannen gemeld die verklaren familie te zijn van de jonge berovers. Eén van hen zegt dat hij een vader is, de anderen variëren naar eigen zeggen van oom tot neef. De Roemeense autoriteiten onderzoeken nu of zij daadwerkelijk familiebanden hebben met de kinderen.

De boefjes, die verklaren negen of elf jaar oud te zijn, lijken nog altijd niet onder de indruk van de situatie. Volgens de woordvoerder is slechts één kind geschrokken over wat hem is overkomen. ''De andere vijf zijn boos dat ze vastzitten en gedragen zich als grote jongens die het stoer vinden dat ze achter slot en grendel zitten.'' De kinderen gedragen zich ronduit vervelend. ''Ze lopen de hele dag te dreinen en te mekkeren,'' aldus de zegsman.

De mannen die zich hebben gemeld, zeggen dat ze niets met de zakkenrollerij te maken hebben. ''Ze gedragen zich heel rustig, alsof ze denken dat we ze niks kunnen maken.'' In Nederland kunnen kinderen onder de twaalf jaar niet worden vervolgd. De politie denkt echter dat de boefjes niet op eigen houtje hebben gehandeld. ''Dit is zo'n ongewone zaak. We willen precies weten wie die mannen zijn en waar ze, als blijkt dat ze familie zijn, met de kinderen naartoe zullen gaan. Niemand is er bij gebaat dat ze in een ander land weer opduiken.''

De politie houdt de jongens verantwoordelijk voor een reeks gevallen van zakkenrollerij in de binnenstad van Amsterdam. Eén van de zes kinderen is in Dordrecht opgepakt.