HILVERSUM - De publieke omroepen krijgen meer geld en mogelijkheden om hun programmabeleid goed uit te voeren. Minister Ronald Plasterk (Cultuur) gaat het budget van de omroeporganisaties flink opschroeven.De publieke omroep krijgt er in 2008 vijftig miljoen euro bij. Dat bedrag kan tot ongeveer honderd miljoen extra oplopen in 2011. Eerder kondigde de minister al aan vijftien miljoen euro extra vrij te maken voor Nederlands drama.

Met de voorstellen wil het kabinet de pluriformiteit en de 'eigenheid' van het Nederlandse bestel beschermen. Plasterk is tevreden over de resultaten van de nieuwe zenderindeling, waarbij de programma's zich per kanaal beter op bepaalde doelgroepen richten.

De huidige programmavoorschriften waarbij de totale publieke omroep een wettelijk vastgesteld percentage informatie, cultuur en verstrooiing moeten bieden, worden losgelaten. Wel moeten de omroeporganisaties zich hard gaan maken voor meer Nederlands drama, documentaires, uitzendingen over kunst en cultuur, jeugdprogramma's en digitale innovatie.

De omroepen moeten in de toekomst makkelijker kunnen samenwerken met andere journalistieke of maatschappelijke organisaties, bijvoorbeeld met kranten.

Om te stimuleren dat ouders en kinderen verstandig omgaan met wat de media bieden, komt er een media-educatie en -expertisecentrum. Plasterk wil ook dat de omroepen een gedragscode opstellen. ''Hoe laat zend je wat nog uit en voor welke doelgroep is het geschikt?'' licht een zegsman van de minister gisteren toe.

De nu bestaande scheiding tussen A- en B-omroepen wordt vanaf 2010 afgeschaft. Er komt een systeem waarbij de zendtijd van omroepen direct afhankelijk wordt van het ledental. Nu moet een A-omroep minimaal 300.000 leden hebben. Voor de B-status (BNN) zijn minimaal 150.000 leden nodig. Komt een omroep onder die grens, dan verliest hij veel zendtijd en budget.

In een eerste reactie noemde een woordvoerder van de Publieke Omroep het streven naar financiele rust in Hilversum 'buitengewoon positief'. ''Verder willen we ons eerst eens goed verdiepen in het lijvige voorstel.''