Binnenland Bewaar

Pieter Omtzigt stopt met MH17-dossier na nepgetuige

CDA-Tweede Kamerlid Pieter Omtzigt legt zijn woordvoerderschap over de ramp MH17 neer.
CDA-Tweede Kamerlid Pieter Omtzigt legt zijn woordvoerderschap over de ramp MH17 neer. © ANP

Tweede Kamerlid Pieter Omtzigt (CDA) heeft zijn woordvoerderschap over het MH17-dossier neergelegd. Dit doet hij nadat commotie ontstond over een nepgetuige van de ramp die Omtzigt bij een bijeenkomst met nabestaanden liet spreken.

Dat schrijft hij in een Facebookbericht.

Omtzigt (CDA) zou bewust een Oekraïense 'nepgetuige' twijfel hebben laten zaaien over de vliegramp met vlucht MH17 in een zaal vol nabestaanden. De man sprak tijdens een bijeenkomst op de Vrije Universiteit in mei van dit jaar een tekst uit die door Omtzigt zou zijn opgesteld. De man zou zelf helemaal geen getuige van de ramp zijn geweest.

Omtzigt gaf eerder al toe onzorgvuldig te hebben gehandeld en dat te betreuren. Nabestaanden vonden toen al dat het Tweede Kamerlid zich moest verantwoorden.

Facebookbericht
Omtzigt zegt op Facebook dat zijn gesprek met de bewuste getuige 'onduidelijk' was en dat hij wel degelijk de indruk had dat de man de ramp met eigen ogen had gezien. Later bleek dat alleen de vrouw van de man het vliegtuig had zien neerstorten.
  
Wel geeft Omtzigt toe de man een SMS te hebben gestuurd. Volgens Omtzigt was dit omdat de man tijdens de bijeenkomst een half uur zou willen spreken, maar slechts een minuut kreeg. 'Ik heb toen een SMS gestuurd met wat de hoofdpunten volgens mij waren van zijn eerdere betoog richting mij,' schrijft Omtzigt. 'Dat had ik niet moeten doen, en het spijt me dat ik er actief aan meegewerkt heb deze man op de bijeenkomst een podium te bieden.'

'De zoektocht naar de waarheid en de daders is moeilijk en belangrijk en dient in de Kamer niet belast te worden met een debat over mijn handelen,' zo schrijft hij verder. 'Het is niet mijn bedoeling geweest om de nabestaanden en de mensen die bij het onderzoek betrokken zijn op deze manier met de gevolgen van mijn handelen te confronteren.'