DEN HAAG - Niet alle leraren op basis-, middelbare scholen en mbo's krijgen een salarisverhoging. Het kabinet wil alleen leerkrachten die bovenmatig presteren, over ruime ervaring beschikken, zich bijscholen of lesgeven op 'moeilijke' scholen in de Randstad extra belonen.Leraren moeten bovendien langer werken. Een veertigurige werkweek wordt de norm, al worden onderwijzers daartoe niet gedwongen. Wie langer lesgeeft krijgt wel meer geld. Deze maatregelen staan in het actieplan Leerkracht van Nederland, waarmee minister Ronald Plasterk van Onderwijs de positie van leraren wil verbeteren en het dreigende lerarentekort wil opvangen.

Gisteren was al bekend geworden dat oudere leraren langer moeten doorwerken. De Bapo-regeling, een soort vut voor onderwijzers, wordt afgebouwd.

Studenten gaan meer collegegeld betalen. Tot 2017 wordt dat jaarlijks met 22 euro verhoogd, wat honderd miljoen euro oplevert. Voor kinderen van ouders met een laag inkomen wordt dit gecompenseerd. Plasterk tornt niet aan de studiefinanciering. Afschaffing van de basisbeurs, waar eerder sprake van was, gaat niet door.

In 2008 heeft Plasterk bijna 200 miljoen euro om de salarissen te laten stijgen, dat loopt op tot 750 miljoen in 2011. Dat is fors minder dan de ruim één miljard euro die hij al beloofde, toen SER-baas Rinnooy Kan de noodklok luidde over het lerarentekort. In 2020 is er wel 1,1 miljard beschikbaar.

Leraren in het voortgezet onderwijs krijgen er tien procent bij, in het basis- en middelbaar beroepsonderwijs is dat 6,5 en 8,5 procent. Het gaat om gemiddelden. Sommige leraren maken een flinke loonsprong, anderen blijven hetzelfde verdienen. Directeuren van basisscholen krijgen er maandelijks 275 euro bij.