DEN HAAG - Het inkomen van mensen met een handicap is in de afgelopen twintig jaar nauwelijks omhoog gegaan. Hierdoor raken steeds meer gehandicapten in de financiële problemen.Eén op de vier zegt inmiddels niet meer rond te kunnen komen. In 2000 gold dat nog voor veertien procent van de gehandicapten.

Dat blijkt uit het tweede grootschalige onderzoek van het Sociaal Cultureel Planbureau naar de mate waarin mensen met een beperking kunnen meedraaien in de maatschappij.

Voor het huidige onderzoek werd gekeken naar de inkomensstijging in de jaren 1995 tot 2003. In die periode blijkt het inkomen van een gehandicapte slechts twee procent te zijn gestegen. Dit terwijl het gemiddelde inkomen van de rest van de beroepsbevolking met vijftien procent groeide.

In het vorige onderzoek, dat liep van 1983 tot 1995, steeg de koopkracht van mensen met een beperking zelfs helemaal niet. Mensen zonder een beperking zagen hun inkomen in diezelfde periode met 42 procent groeien.

Volgens onderzoekster Mirjam de Klerk van het SCP wordt de geringe inkomstenstijging van mensen met een beperking voor een belangrijk deel veroorzaakt doordat zij steeds minder vaak een baan hebben. Uit cijfers van het Centraal Bureau voor de Statistiek blijkt dat het aantal werkenden onder mensen met een beperking alleen al tussen 2002 en 2005 is afgenomen van 44 naar 39 procent. De rest is afhankelijk van een uitkering of heeft zelfs helemaal geen inkomen.

Het gemiddelde jaarinkomen van een gehandicapte lag in 2003 met 21.800 euro bruto beduidend lager dan dat van iemand zonder een beperking, 35.500 euro.

Gehandicapten noemen geldproblemen als het grootste knelpunt om hun draai te kunnen vinden in de maatschappij. Het belemmert ze mee te doen aan sociale activiteiten zoals theaterbezoek. Ook klagen gehandicapten veel over het weinig flexibele gehandicaptenvervoer, dat niet op een bepaald tijdsstip besteld kan worden.

Andere knelpunten die het SCP signaleert, zijn de weigeringen van reguliere scholen om kinderen met een handicap toe te laten. Eén op de drie middelbare scholen en één op de tien basisscholen heeft wel eens een zo'n kind geweigerd. Verder zegt één op de zeven huishoudens meer zorg zoals huishoudelijke hulp nodig te hebben dan het nu krijgt.