AMSTERDAM - Zeven van de veertig hondengeleiders van de Amsterdamse politie staan op non-actief - en daarmee ook hun honden. De werksfeer binnen de hondenbrigade is verziekt.

De korpsleiding laat de brigade momenteel doorlichten in een groot 'cultuuronderzoek' naar de verstoorde arbeidsverhoudingen.

Enkele van de zeven geschorste hondengeleiders vechten hun 'buitengewoon verlof' volgende week aan in een kort geding. Zij stellen dat de maatregel getuigt van 'volstrekte willekeur', omdat ze hun chefs zelf juist bij herhaling hadden gewezen op misstanden. Samen hebben ze een ordner vol beschuldigingen verzameld, die aan de orde zullen komen in het geding waarin ze eisen dat ze weer aan het werk kunnen - ook omdat ze nu al sinds begin februari hun forse onregelmatigheidstoeslagen mislopen.

Juist ook de chefs hebben zich volgens de gestrafte agenten herhaaldelijk bezondigd aan wangedrag en 'ernstige misstanden', waaronder dierenmishandeling, discriminatie en 'laakbaar gedrag' zoals misbruik van de dienstauto. Met die meldingen is nooit iets gedaan, klagen de geschorste geleiders.

Enkele van de hondengeleiders erkennen dat ze de regels hebben overtreden, al had dat volgens hen weinig om het lijf. Onbehoorlijk en grof taalgebruik op een onderling e-mailforum waarin in weinig diplomatieke formuleringen nogal wat kritiek op de leiding passeerde, dat werk. In één geval was volgens de korpsleiding sprake van seks op het werk, maar de beklaagde stelt dat weliswaar sprake was van een liefdesrelatie, maar dat die zich buiten de werksfeer heeft afgespeeld.

Tekenend voor de verstoorde verhoudingen is 'het schaarincident'. De hondengeleiders hadden een nieuw onderkomen gekregen, op het trainingscomplex in de oksel van de A10 en de A2. Een lid van de korpsleiding kwam dat openen. Geheel in stijl zou de schaar waarmee deze het lint moest doorknippen worden verstopt. Een speurhond zou die zoeken. Dat de leiding voor de plechtigheid een prominent opgestelde foto wilde laten verwijderen van een onlangs overleden collega van de hondengeleiders, zette echter kwaad bloed. Eén van de hondengeleiders haalde daarop de schaar langs zijn achterste: opdat de plaatsvervangend korpschef, die de ceremonie zou verrichten, letterlijk vuile handen zou krijgen.

Het kwam uit. Na dit incident waren de verhoudingen definitief verstoord. Begin februari werden de zeven met 'verlof' gestuurd.

De hondenbrigade is door de schorsingen ernstig beknot. Onder de pakweg veertig leden van het team zijn zeven leidinggevenden, wat betekent dat nog maar tussen de 30 en 35 hondengeleiders over zijn. Van hen moeten enkelen 24 uur per dag, zeven dagen per week beschikbaar zijn met speurhonden (gespecialiseerd in drugs, explosieven of sporenonderzoek) en surveillancehonden. Als een begeleider afwezig is, kan hij de hond niet overdragen aan een ander.

De korpsleiding wil niet op de zaak ingaan omdat het 'een interne aangelegenheid' betreft. Wel laat een woordvoerder weten dat er nog steeds voldoende honden en geleiders over zijn om het politiewerk te kunnen doen en de veiligheid in de stad te waarborgen. (PAUL VUGTS)