AMSTERDAM - Israëliër Itzhak M. (43) is door het gerechtshof in Den Haag veroordeeld tot 6,5 jaar cel voor het afpersen van Amsterdamse zakenlieden.

Ook volgens het hof is bewezen dat vastgoedmagnaat Erik de Vlieger het belangrijkste slachtoffer is van de in Almere woonachtige Israëliër, hoewel De Vlieger zelf stellig ontkent te zijn afgeperst.

Het hof ziet voldoende bewijs dat De Vlieger in 2000 aan M. op oneigenlijke gronden vier miljoen gulden heeft betaald, omdat hij na een conflict met een zakenpartner over een pand in de Spuistraat werd bedreigd. De Vlieger zou tijdens een ruzie in het Amsterdamse café Vak Zuid hebben gezegd dat hij lijfwacht M. van deze zakenpartner 'zo onder de asbak zou schuiven'.

De Vlieger zegt dat hij de miljoenen weliswaar heeft betaald, maar dat hij onder grote druk stond van andere Israëliërs dan Itzhak M. Hij stelt niet erg rouwig te zijn geweest dat hij moest betalen, omdat hij het pand in de Spuistraat daardoor weer zelf in handen kreeg. Volgens justitie is het echter zonneklaar dat De Vlieger de miljoenen heeft betaald zonder daarvoor enige serieuze tegenprestatie te krijgen.

Het hof acht bovendien bewezen dat M. een hoofdrol speelde bij het afpersen van Alberto Fernandez, de Uruguayaanse eigenaar van café Raffle's bij het Leidseplein. Dat is van belang omdat justitie ook De Vlieger zelf voor die afpersingszaak wil vervolgen, omdat hij van slachtoffer langzaamaan dader zou zijn geworden.

De Dordtse rechtbank had M. tot acht jaar cel veroordeeld, het hof is nu iets milder. Justitie had tien jaar cel geëist. Het hof acht echter niet bewezen dat M. enkele slachtoffers heeft bedreigd en evenmin dat hij grote bedragen heeft witgewassen.

De rechtbank ontnam M. vorig jaar mei 1,9 miljoen euro. (Van een verslaggever)