AMSTERDAM - Wie last heeft van een lawaaiig overvliegend vliegtuig kan voortaan live op internet volgen hoeveel herrie het toestel produceert. Het particuliere Geluidsnet.nl toont de positie en de hoogte van de vliegtuigen.Bijna vijftig meetpunten rond vliegvelden als Schiphol, Lelystad, Beek en Rotterdam registreren het geluidsniveau en andere kenmerken van langskomende toestellen.

De website die deze week in de lucht ging, is meteen een tophit. Er is een overweldigende belangstelling voor de lawaaimetingen, zegt oprichter-directeur Jasper Koolhaas. ''De afgelopen twaalf uur kregen we tien miljoen bezoekers. Onze servers hebben moeite de site in de lucht te houden.''

De website laat de vliegtuigen en hun geluid real time zien. Dat kan, doordat ieder vliegtuig zogenoemde beacons uitzendt, informatie waarmee ze andere toestellen laten weten wat hun positie, koers en snelheid is om botsingen te voorkomen.

Koolhaas: ''Iedereen kan voor een paar honderd euro een toestel kopen dat die signalen opvangt. De beacons zenden nog veel meer informatie uit. In de toekomst willen we de website misschien uitbreiden met het type toestel dat voorbij komt, het vluchtnummer en de maatschappij. Dan kun je je vliegende familieleden volgen op internet. We willen de website echter wel overzichtelijk houden, dus we zullen niet alle beacon-informatie gebruiken.''



Live en driedimensionaal via Google Earth

Geluidsnet werkt samen met het Platform Vlieghinder Regio Castricum, een actiegroep die via Vlieghinder.nl dezelfde informatie live en driedimensionaal via Google Earth uitzendt. Die site lag er gisteren door de overweldigende belangstelling urenlang uit.

Beide organisaties werken samen, omdat zij de informatie over het geluidsniveau in de lucht helder toegankelijk willen maken voor het publiek. Koolhaas bedacht het nieuwe meetsysteem samen met Gerard Hogendijk, technische man bij het Castricumse Vlieghinder.

Koolhaas: ''Burgers en gemeenten hebben een grote achterstand aan informatie, vergeleken bij de luchtvaartindustrie. Dit is kennis die tot nog toe alleen beschikbaar was voor de luchtvaartsector.''

Eind dit jaar wil Koolhaas uitbreiden naar honderd meetpunten. Die financiert hij uit de inkomsten van inmiddels tien klanten, die betalen voor de luchtvaartinformatie die zijn meetpunten leveren. ''Dat zijn bijvoorbeeld gemeenten en dorpsraden. Voor tienduizend euro leveren wij drie meetpunten.''



Discussie met de luchtvaart

De lokale overheden willen volgens hem een instrument in handen hebben om de discussie met de luchtvaart aan te gaan. Ook de gemeente Amsterdam subsidieert drie meetpunten, onder meer aan de Zuid As.

De rijksoverheid gaf Geluidsnet een startsubsidie van 25.000 euro voor de eerste vijfentwintig meetpunten. ''Zonder de nieuwe investeringen zouden we winstgevend zijn,'' aldus de oprichter.

Koolhaas richtte Geluidsnet in 2004 op uit onvrede met de bestaande meetsystemen voor vliegtuiglawaai. ''De Tweede Kamer beweerde destijds dat vliegtuiggeluid niet te meten valt. Wij dachten daar anders over en hebben een systeem van meetpunten gekoppeld aan de signalen die vliegtuigen uitzenden. Het meetsysteem van de overheid geeft alleen grove samenvattingen van de overlast. Een gemiddelde geluidsnorm van 57 decibel zegt niets, als je geluidspieken daarboven niet meer kan vaststellen.''

Toen Vlieghinder het eerste proefsysteem draaiend had, was de Tweede Kamer in drie maanden overtuigd. Inmiddels heeft Koolhaas van de rijksoverheid al een offerteaanvraag binnen. Of hij deze order voor meetpunten binnenhaalt weet hij nog niet.

Lelystad heeft al langer een website waarop de lokale vliegtuigherrie is te volgen. In het Duitse Düsseldorf werkt een soortgelijk systeem, maar dat geeft de informatie met een half uur vertraging door, om het terroristen niet al te gemakkelijk te maken.

Naar Geluidsnet.nl kunnen internetbezoekers maar een half uur kijken, maar dat is volgens Koolhaas om overbelasting van de centrale servers te voorkomen.