DEN HAAG - Dementie wordt bij bijna de helft van alle dementerenden te laat of zelfs helemaal niet ontdekt door huisartsen. Hierdoor ontberen deze patiënten de nodige zorg, stelt de Stichting Alzheimer Nederland.De stichting is vandaag een landelijke campagne begonnen om patiënten en artsen beter bewust te maken van de ziekte.

De te late herkenning wordt voor een deel veroorzaakt door patiënten zelf. Die kennen de symptomen niet of durven uit angst of schaamte geen arts te raadplegen. Daarnaast stellen zorgverleners vaak de diagnose uit zolang de thuissituatie dit toelaat, stelt de stichting. Artsen zouden dit doen omdat het vaststellen van de diagnose tot meer werk zou leiden. En de ziekte is toch niet te genezen.

''Een verkeerde houding,'' stelt algemeen directeur Gea Broekema van Alzheimer Nederland. Want door het wachten met het stellen van de diagnose, stapelen crisissen zich op in het leven van de patiënt. ''Pas wanneer er een acute crisissituatie ontstaat doordat een mantelzorger wegvalt, wordt er opgetreden.'' Dit terwijl veel crisissen juist voorkomen kunnen worden, als de ziekte in een vroeg stadium wordt vastgesteld.

Ouderen, verzorgenden en artsen zijn volgens de stichting niet altijd even alert op de symptomen. ''De meeste mensen denken bij dementie aan alzheimer. Dus pas wanneer het geheugen het af laat weten, gaan ze op zoek naar een dokter. Maar er zijn ook vormen van dementie die zich op een hele andere manier manifesteren,'' zegt woordvoerder Karin Huntjens van de stichting.

Zo kampt zo'n vijftien tot dertig procent van de dementerenden aan vasculaire dementie, een vorm die veroorzaakt wordt door problemen in de bloedvaten. Patiënten hebben vaak niet zozeer te maken met geheugenproblemen, maar met een vertraging tussen hun denken en handelen. ''Ook bij deze symptomen zou een onderzoek moeten plaatsvinden,'' zegt Huntjens.

Van alle 65-plussers lijdt slechts vijf procent aan dementie.