Binnenland Bewaar

D66-leider Paternotte wist van achtergehouden onderwijsrapport

Eerder ontkende Paternotte dat hij op de hoogte was gesteld van de evaluatie.
Eerder ontkende Paternotte dat hij op de hoogte was gesteld van de evaluatie. © ANP

Jan Paternotte bezit al sinds augustus het onderwijsrapport dat D66-wethouder Simone Kukenheim achterhield voor de raad. Een medewerker van de D66-leider adviseerde Kukenheim om het rapport terug te sturen naar het onderzoeksinstituut.

Dit bevestigt Paternotte. Het rapport betreft een positieve evaluatie van de manier waarop haar voorganger Lodewijk Asscher (PvdA) het grote aantal zwakke basisscholen terugdrong. Vorige maand lekte het rapport uit via Het Parool, waarna Kukenheim het alsnog naar de raad stuurde. Volgens haar is de evaluatie nog niet afgerond en is nader onderzoek nodig. De oppositie hecht daar vooralsnog weinig geloof aan en eist tekst en uitleg van Kukenheim.  

Oppositiepartijen vermoeden dat D66 het rapport om partijpolitieke redenen niet naar buiten wilde brengen. De partij keerde zich in de campagne voor de raadsverkiezingen van vorig jaar tegen de aanpak van Asscher en diens partijgenoten. Een positief rapport zou niet in het straatje van D66 passen en daarom zijn teruggestuurd naar het onderzoeksinstituut.  

Politieke gevoeligheid
Nu blijkt dat de wethouder het rapport wel gedeeld heeft met haar politiek leider en een fractiemedewerker van D66. Eerder ontkende Paternotte tegenover Het Parool dat hij op de hoogte was gesteld van de evaluatie van het Kwaliteitsaanpak Basisonderwijs Amsterdam (KBA) door het Kohnstamm Instituut. 'Dat zou raar zijn, ik word geïnformeerd zoals alle andere raadsleden,' zei hij vorige week. Ook ontkende hij betrokken te zijn bij het terugsturen van het rapport. 'Ik heb niet aangedrongen op extra onderzoek,' zei hij desgevraagd.  

Paternotte zegt dat toen hij het rapport in augustus kreeg, de politieke gevoeligheid hem niet direct duidelijk was. 'Ik heb het zelfs niet eens gelezen. De fractiemedewerker heeft Kukenheim verteld dat het rapport niet af was, omdat er niet naar Utrecht was gekeken.'  

Verontwaardiging
Daarmee was volgens Paternotte niet voldaan aan de wens van de raad. Het Kohnstamm Instituut vergeleek de Amsterdamse aanpak met die van Almere en Rotterdam, terwijl volgens D66 ook naar Utrecht en Den Haag moet worden gekeken. Kukenheim ging daarop in gesprek met het Kohnstamm Instituut over aanvullend onderzoek, dat tot op heden nog niet is afgerond.

Vorige maand kwam het rapport in handen van Het Parool, waarna een storm van verontwaardiging opstak bij de oppositie. Zij verweten Kukenheim dat zij informatie achterhield voor de raad. Toen Het Parool afgelopen zaterdag melding maakte van nog twee rapporten die positief oordelen over de KBA en die ook niet met de raad werden gedeeld, zwol de onvrede nog verder aan.