AMSTERDAM - Gerard Holleeder, de broer van Willem Holleeder, moet donderdag zijn opwachting maken in de zittingszaal van de gerechtsbunker in Amsterdam-Osdorp, om een getuigenverklaring af te leggen in de zaak tegen Marcel Kaatee, medeverdachte van Willem.De raadsman van Kaatee, Arthur van der Biezen, heeft om Gerard Holleeder als getuige gevraagd. De rechtbank honoreerde dat verzoek dinsdag. Ook de boekhouder van Willem Holleeder komt donderdag getuigen. Kaatee en zijn advocaat willen aan de hand van de getuigenissen aantonen dat Kaatee nooit heeft gefungeerd als 'boekhouder' dan wel 'financiële man' van Willem Holleeder, zoals justitie meent.

Marcel Kaatee is de eigenaar van twee gokhallen op de Amsterdamse Wallen. Justitie vermoedt dat Holleeder de werkelijke eigenaar is en Kaatee slechts een stroman. Broer Gerard werkt er als bedrijfsleider. De panden waren eigendom van vastgoedmagnaat Willem Endstra. Deze wilde er volgens Kaatee vanaf toen hij in de media als criminele zakenman werd afgeschilderd. Kaatee kocht de hallen toen van de in 2004 vermoorde Endstra, volgens justitie het belangrijkste afpersingsslachtoffer van Holleeder en de zijnen.

Advocaat Van der Biezen vroeg de rechtbank Gerard Holleeder in beslotenheid door de rechter-commissaris te laten horen, omdat de man een optreden op de openbare zitting als te zwaar zou ervaren. Dat onderdeel van het verzoek wees de rechtbank af.

Gerard Holleeder werd in 1999 enkele uren ontvoerd door twee onbekend gebleven mannen, die een schuld van 10 miljoen gulden van broer Willem wilden innen. Holleeder zelf zat toen vast in verband met een grote wapenvondst. De ontvoering is onopgehelderd gebleven, de kidnappers gingen ervandoor met 75.000 gulden aan opbrengst uit de gokhallen.

De officieren van justitie Koos Plooij en Saskia de Vries werken deze week een lange reeks vragen aan Holleeder, diens ex-partner Maike Dijkhuis en Marcel Kaatee af. Plooij vroeg Holleeder dinsdag waarom hij zich, nadat hij zijn straf voor de Heinekenontvoering had uitgezeten, andermaal heeft omringd met criminelen. Plooij wees er daarbij op dat Holleeder de man die hij zijn ''beste vriend'' noemt, Willem Endstra, ook tot het geboefte rekent.

Volgens Holleeder heeft het even geduurd alvorens hij in de gaten kreeg dat Endstra volop zaken deed met lieden uit de onderwereld, maar dat beschouwde hij niet als criminaliteit. Het is niet zo, aldus Holleeder, dat hij niet meer aan het 'milieu' ontkwam omdat hij er nu eenmaal had ingezeten. ''Je glijdt er langzaam weer in. Ik voelde me prettig bij Endstra, hij was mijn vriend, daar richtte ik me op.'' (ANP)

Zie ook:

Dossier Holleeder