Binnenland Bewaar

Amsterdam telt bijna twaalfduizend 'onzichtbare' jongeren

De 'onzichtbare' jongeren komen in geen enkel systeem voor.
De 'onzichtbare' jongeren komen in geen enkel systeem voor. © ANP

In Amsterdam zijn bijna twaalfduizend jongeren 'onzichtbaar'. Ze werken niet, gaan niet naar school, wonen bij hun ouders of bij vrienden, leven veelal op de pof, staan niet ingeschreven als werkzoekend en krijgen dus ook geen uitkering; de 'onzichtbare' jongeren komen in geen enkel systeem voor.

Spookjongeren

Naast deze 'onzichtbare jongeren', speelt in de stad ook de problematiek van de 'spookjongeren'. Deze groep heeft geen woonadres. Sinds 1 januari 2014 hebben 712 Amsterdamse jongeren zich uitgeschreven uit de Gemeentelijke Basisadministratie. In Nieuw-West zijn 137 van deze spookjongeren getraceerd. Zij krijgen een opleiding aangeboden.

Het gaat om 8,6 procent van alle 15- tot 27-jarigen in de stad, blijkt uit een inventarisatie van het Centraal Bureau voor de Statistiek, die is gemaakt in opdracht van Sociale Zaken. Hiermee scoort Amsterdam een stuk slechter dan het landelijk gemiddelde van 5,4 procent, maar loopt in de pas met de andere drie grote steden.

In heel Nederland zijn 134.000 jongeren buiten beeld. Voor een deel is dit te verklaren. Jongeren hebben bijvoorbeeld een gezin en blijven daarom bewust thuis. Of ze zijn onlangs gestopt met opleiding of werk en hebben nog niet iets nieuws. Daarnaast zit een groep in de gevangenis of valt onder toezicht van jeugdzorg.

Voor ongeveer 66.000 jongeren gaat dit alles niet op; de reden dat zij ontbreken in de systemen is niet te achterhalen. In Amsterdam vallen circa 6700 jongeren onder deze groep onzichtbaren zonder aanleiding. Minister Lodewijk Asscher van Sociale Zaken wil weten wie deze jongeren zijn en hen begeleiden naar werk of een opleiding. 'We moeten zorgen dat deze jongeren betrokken blijven bij onze samenleving,' schrijft hij in een brief aan de Tweede Kamer.

Afspraken
Het zijn de jongeren die, in de woorden van het ministerie van Sociale Zaken, ofwel een schop onder hun kont dan wel grondige begeleiding nodig hebben - hoe dan ook, ze liggen thuis op de bank. De minister wil deze groep weer aan een baan of opleiding helpen.

De komende maanden gaat de minister afspraken maken met gemeenten over begeleiding van deze 66.000 onzichtbare jongeren. Asscher roept gemeenten op al hun informatie over schoolverlaters, werkzoekenden en gezinnen naast elkaar te leggen.

Wethouder Arjan Vliegenthart van Werk en Inkomen stelt dat Amsterdam al het nodige doet. 'Onze leerplichtambtenaren bellen bij deze jongeren aan en kijken hoe zij hen weer naar een opleiding kunnen krijgen.' Op deze manier zijn inmiddels 500 onzichtbare jongeren op weg geholpen.

Vliegenthart is blij met het initiatief van Asscher, maar zal de minister wel om meer geld vragen. 'We moeten nu een beroep doen op een pot met schaarse middelen, het zou mooi zijn als de minister over de brug komt.'