Binnenland Bewaar

Amsterdam - Rotterdam: altijd die vete

Rotterdammers wentelen zich graag in de underdogpositie. Links de Euromast in Rotterdam, rechts het monument op de Dam in Amsterdan. Foto's ANP
Rotterdammers wentelen zich graag in de underdogpositie. Links de Euromast in Rotterdam, rechts het monument op de Dam in Amsterdan. Foto's ANP © UNKNOWN

De aloude vete tussen Amsterdam en Rotterdam laait weer op. Waar komt dat toch vandaan? Het kan aan het zonnetje liggen of het biertje op het terras, maar de Rotterdammers zijn op deze donderdagavond goedgemutst.

''Ik houd van alle Nederlanders, of ze nou Rotterdams of Amsterdams zijn,'' zwijmelt een Rod Stewart-lookalike: piekerige witte haren, lange leren jas, puntschoenen en om het geheel af te maken een zonnebril met oliekleurige glazen. ''Amsterdammers zijn gezellig.''

Een groep fanatieke Feyenoordsupporters denkt daar een paar kilometer verderop heel anders over. Hun protest tegen het besluit om de bekerwedstrijd op te delen tussen de Kuip en de Arena, ontaardt in een grimmige confrontatie met de ME.

Hoewel een stel vaasjesdrinkers op de Oude Binnenweg zich liever distantieert van hooliganisme, zijn ze laaiend dat het eerste duel van de bekerfinale in de Amsterdamse Arena plaatsvindt. ''Ajax krijgt altijd de meeste aandacht. Bij de KNVB zitten allemaal Ajacieden,'' zegt een Rotterdammer terwijl hij zijn biertje wegtikt. ''Als Ajax daar wint, wat er dik inzit, is de toon voor het tweede duel al gezet.''

Rotterdammers wentelen zich graag in de underdogpositie, zegt schrijver en voetbalcolumnist Menno Pot. ''Ze zijn de vleesgeworden underdog.'' Jan Rath, hoogleraar sociologie aan de UvA en tegelijkertijd Rotterdammer, beaamt: ''Er is altijd veel verontwaardiging en verongelijktheid. Vandaar dat een partij als Leefbaar Rotterdam ook zoveel voet aan de grond krijgt. Rotterdammers mobiliseren chagrijn.''

Die underdogpositie is volgens Pot en Rath in lijn met de geschiedenis. Rotterdam heeft zich na de oorlog ontwikkeld als de stad van de arbeiders, de harde werkers. Rath: ''Ze zeggen altijd dat Rotterdammers vroeger hun overhemden al met opgestroopte mouwen verkochten.''

In de wederopbouwjaren na de oorlog wierp het harde werken zijn vruchten af: Rotterdam streefde Amsterdam economisch flink voorbij: een grotere haven, de eerste metro. Het was een doestad, een can do stad zelfs: als je iets wilde, dan kon het. Maar Rotterdam had een eenzijdige economie, ofwel de stad had alles ingezet op de industrie en daarmee ook vooral geïnvesteerd in de arbeidersklasse, terwijl ze de middenklasse links liet liggen.

Culturele verschillen
Die culturele verschillen vind je terug in het voetbal van Ajax en Feyenoord. Pot: ''Toen je nog lid moest worden om bij een club te spelen, betaalde je de hoogste contributie bij Ajax. En een vlek op je tenue, dat kon eigenlijk niet.'' Rath: ''Ajax speelt mooier, meer trucjes. Er is ook meer geld en meer poeha. Feyenoord speelt werkvoetbal.''

Het is het beeld van de Amsterdamse dandy tegenover de opgestroopte mouwen van de Rotterdammers. Pot: ''Niet dat die verschillen er nu nog zijn. Waarschijnlijk gaat een speler van Ajax net zo lief naar een hiphopconcert als de speler van Feyenoord, maar de verschillen zijn inmiddels gecultiveerd: de oude tegenstellingen leven nog heel erg in de harten van de supporters.''

Dat doen ze deze donderdag zeker: de anekdotes vliegen aan de Oude Binnenweg over de bar. Waar het op neer komt: elke Rotterdammer is ten minste één keer in zijn leven in de Kuip geweest, terwijl vele Amsterdammers nog nooit de Arena van binnen hebben gezien. Ajaxfans zijn bovendien goedweerpubliek: als het even tegenzit, blijven ze weg. ''Wij steunen onze club door dik en dun.'' En dan deze: Rotterdammers zijn recht door zee en Amsterdammers hebben het achter de ellebogen: ''Niet te vertrouwen.''

Zolang er geen bloed wordt vergoten, is niets mis met een beetje rivaliteit, vinden Pot en Rath. Sterker nog: zonder wat sarren, schelden en zieken is er eigenlijk niets aan. Rath: ''Het is een substituut voor echte conflicten. Zonder tegenpubliek wordt een spreekkoor een beetje sneu.''

En bovendien heeft de rivaliteit een bindende factor. Rath: ''Iedereen maakt zich er zorgen om dat we steeds minder maatschappelijk betrokken zijn, steeds minder gevoel hebben met de plek waar we wonen. Maar juist voetbal gaat nog heel erg over binding, over stedelijke betrokkenheid. ''In Rotterdam snappen ze er niets van dat ik in Amsterdam wil werken en in Amsterdam snappen ze er niets van als ik chagrijnig ben omdat Feyenoord heeft verloren.''

Maar die rivaliteit kan ook te ver gaan, vinden ze op de Oude Binnenweg. ''In de jaren tachtig kon je nog juichen in het verkeerde vak zonder dat je van je stoel af werd getrokken.'' Van al dat 020- en 010-gedoe, om in termen van de jeugd te spreken, moeten ze niets hebben. ''We zijn toch in eerste instantie fan van het voetbal.''

Volgens de eigenaar van een groentestal is het diep en diep treurig dat het zover heeft moeten komen dat de finale nu in twee aparte wedstrijden wordt gespeeld. ''Ik ben een fervent voetballiefhebber, maar tegenwoordig is er vaak meer commotie buiten het veld, dan in het veld.'' En dat terwijl we er volgens hem één groot feest van zouden moeten maken. ''Amsterdammers zijn heel gezellig: een grappie hier een moppie daar. Ze kennen ook veel beter zingen.'' (EMMA BOELHOUWER)