DEN HAAG - ''De tweede fase was een boot. Die boot werd voorzien van de vlag van het studiehuis, in het water geduwd en bleek aan alle kanten lek. Staatssecretaris Adelmund heeft nog geprobeerd bagage overboord te gooien. Het probleem zat echter in de constructie.''Die vergelijking maakte Jan Jimkes, oud-conrector en klokkenluider van de tweede fase, donderdag tijdens de hoorzitting van de parlementaire commissie onderwijsvernieuwingen. Hij maakte vooral bezwaar tegen de structuur van de tweede fase.

Bij de introductie van de vernieuwingen was veel aandacht voor het studiehuis en te weinig aan de structuur van de nieuwe pakketten (profielen), aldus Jimkes. ''In de vier profielen waren onbruikbare deelvakken opgenomen. ''Zo waren de moderne vreemde talen gesplitst in een lezen-, spreken-, schrijven- en een luisterenvariant. ''Daarnaast waren een aantal vakken te zwaar voor de leerlingen.''

Voordat de tweede fase officieel werd ingevoerd, hield Jimkes een enquête onder verscheidene betrokken scholen. Hij weerlegde met de uitslag de bewering van Tineke Netelenbos, toenmalig staatssecretaris van Onderwijs, dat 80 procent van de scholen voor de invoering was. Uit de enquête bleek het tegengestelde: 76 procent was tégen.

Jimkes uitte ook kritiek op Wynand Wijnen, bevlogen promotor van de tweede fase, die de vernieuwing ''als wondermiddel verkocht''. Wijnen was van mening dat vakken niet meer hoefden uit te vallen als een leraar ziek was. Met het studiehuis zouden leerlingen zichzelf bezig kunnen houden. Jimkes had geen vertrouwen in deze opvatting. (ANP)