De verwijdering tussen Willem Holleeder en Willem Endstra beheerste gisteren de rechtszaak in de bunker, niet de dood van getuige Bram Zeegers. Wat deed Holleeder zo vroeg in de morgen bij het kantoor van Bram Moszkowicz?De mysterieuze dood van getuige Bram Zeegers was gisteren weliswaar het gesprek van de straat, maar uitgerekend in de zittingszaal van de bunker werd er nauwelijks aandacht aan besteed. Ja, verdachte Willem Holleeder greep het aan ter illustratie van zijn eigen imagoprobleem. ''Vanochtend schijnen ze op de radio te hebben gezegd dat Holleeder er wel weer achter zou zitten. Nou, gelukkig hebben ze iemand gearresteerd. En ik ben het niet!'' Holleeder doelde op Zeegers' vriendin, die in belang van het onderzoek is aangehouden.

Rechtbankvoorzitter Rino Verpalen meldde bij aanvang van de zitting het overlijden van de man die vorige week nog uitvoerige verklaringen aflegde tegen Holleeder en diens vermoede criminele organisatie. ''Verder zal de rechtbank er niet op ingaan.''

En dat was het dan. Terug naar de orde van de dag: vastgoedmagnaat Willem Endstra en zijn verklaringen op de achterbank bij rechercheurs van de Criminele Inlichtingeneenheid (CIE). Waar zat de breuk tussen Endstra en Holleeder, wilde Verpalen weten. En waarom? Justitie denkt dat het afpersen van de vastgoedmagnaat, die in mei 2004 werd geliquideerd, in 2002 pas echt op gang kwam. Volgens Holleeder was er helemaal geen sprake van een breuk, eerder van een 'verandering in de omgang'. Aanleiding was volgens hem het interview in De Telegraaf met 'topcrimineel' John Mieremet, die Endstra 'de bankier van de onderwereld' noemde en Holleeder diens bewaker. Dat artikel op 7 september 2002, verklaarde Holleeder, sloeg in als een bom. ''Ik heb Wim nog nooit zo in paniek gezien als na die publicatie. Iedereen wilde zijn geld terug, banken wilden niks meer met hem te maken hebben, justitie zat achter hem aan. Dat artikel is de ondergang geweest van het imperium-Endstra.''

Volgens Holleeder was Willem Endstra - die bij het verschijnen van het artikel met broer Haico en zijn kinderen op een motorjacht langs de Franse kust voer - met de eerste vlucht naar Amsterdam gekomen. Waarom die urgentie? Holleeder: ''Als de banken je geld intrekken, edelachtbare, dan is het over. Dan kan het boek dicht. Het heeft niks met afpersing te maken, hij is gewoon kapot gemaakt.''

Vrijwel direct na die publicatie kwamen Willem Endstra, zijn broer Haico en Holleeder samen in het kantoor van advocaat Bram Moszkowicz. Voor een spoedberaad, zegt Holleeder: ''Maar er was geen uitkomst. Het stond al in de krant, er was niks meer aan te doen.'' Wel spraken Holleeder en Endstra af zich niet meer samen in het openbaar te laten zien. ''Als ik zijn kantoor binnenliep, hield ik mijn helm op. Als ze dan een foto van me maakten, moesten ze nog maar bewijzen dat ik het was. Ik heb daarvoor speciaal een zwarte integraalhelm met donker vizier gekocht.''

Naar aanleiding van de publicatie was het voor de beeldvorming ook beter niet beiden één advocaat, Bram Moszkowicz, te delen. En dus stapte Endstra, op advies van zijn vertrouweling Bram Zeegers, over naar Jurjen Pen. Holleeder bleef bij Moszkowicz en liep volgens getuigenissen de deur aan de Herengracht plat. Verpalen: ''U stond soms al voor openingstijd voor het kantoor.'' Holleeder: ''Ik ben een vroege opstaander.'' Verpalen: ''Zou niet de indruk kunnen bestaan dat het kantoor van Moszkowicz uw uitvalsbasis was?'' Geen sprake van. Holleeder: ''Dat zou Bram ook nooit toestaan.''

Hoe zit dat dan met de verklaring van Endstra, die zei in december 2002 met een automatisch wapen te zijn bedreigd in Moszkowicz' kantoor, door Holleeder en diens handlangers? Holleeder, droog: ''Ik ben nooit in dat gezelschap bij Moszkowicz geweest.'' Hij kwam geregeld bij zijn advocaat, dat wel, maar dat was 'als hij weer eens werd lastig gevallen door de politie' of wanneer journalisten iets lelijks hadden geschreven. ''Dan zei Bram altijd: maak je geen zorgen, morgen zit de rotte vis erin.''