DEN HAAG - Voor de evacuatie van een Nederlander en een Zweedse vrouw uit Libië met een helikopter bestonden op dat moment geen alternatieven. Daarom is besloten op 27 februari met de boordhelikopter van de Hr. Ms. Tromp de twee uit Libië weg te halen.

Dat hebben de ministers Uri Rosenthal (Buitenlandse Zaken) en Hans Hillen (Defensie) maandag geschreven aan de Tweede Kamer in een brief waarin ze verantwoording afleggen voor de mislukte actie. De Nederlandse bemanning van de helikopter werd aangehouden en zat ruim anderhalve week in Libië vast.
De werkgever van de Nederlander had al een paar keer tevergeefs geprobeerd de man uit Libië weg te halen. Dat bleek ook moeilijk omdat de man geen paspoort had.

Volgens het kabinet kon Libië niet om toestemming worden gevraagd voor binnenvliegen van het luchtruim omdat de Libische overheidsinstanties die daarover gaan, op dat moment gesloten waren. Toestemming is in beginsel nodig, schrijven de ministers, maar volgens ongeschreven volkenrecht kan daarvan onder omstandigheden worden afgezien. Dan moet het gaan om burgers die gevaar lopen en echt weg moeten.

Verder zou het verkrijgen van groen licht van Libië heel moeilijk zijn en bestond het risico dat Libië er een stokje voor zou steken, stellen de ministers. Omdat de evacuatie ook nog eens snel uitgevoerd zou kunnen worden, is besloten om de actie zonder toestemming van de Libiërs uit te voeren. De verontschuldigingen die Nederland heeft aangeboden, zijn gebruikelijk in de manier waarop landen met elkaar omgaan.

Overigens had Nederland al meteen op zondagavond, vlak nadat de evacuatie was mislukt, schriftelijk verontschuldigingen aangeboden voor het feit dat er geen toestemming was gevraagd. Er is ook direct gevraagd of de bemanning mocht terugkeren, maar daar werd niet op ingegaan.

Aanvankelijk leek de bemanning positief gestemd over een snelle terugkeer naar de Tromp diezelfde avond, zo gaf de beoogde evacué via zijn mobiele telefoon aan. Maar later bleek dat de groep die het gezelschap had aangehouden, dit al had doorgegeven aan de autoriteiten in Tripoli. (ANP)