AMSTERDAM - De toekomst van de Nederlandse financiële sector is minder rooskleurig dan velen denken. Het aantal hoofdkantoren van grote banken en verzekeraars in Nederland en Amsterdam, zal afnemen.Dit zei Rijkman Groenink, bestuursvoorzitter van ABN Amro, vanochtend op een bijeenkomst over de positie van Nederland als financieel centrum. Het verlies aan hoofdkantoren zal volgens hem leiden tot verlies van kennis en werkgelegenheid.

Groenink is zelf met zijn bank partij in een internationale overnamestrijd. De Britse bank Barclays strijdt met een consortium van Royal Bank of Scotland, Fortis en Banco Santander om het eigendom van de Nederlandse bank.

De Nederlandse concurrentiepositie staat onder druk, aldus Groenink. Ons land doet het niet goed op het gebied van opleiding, innovatie en ondernemerschap. Bovendien voelt de financiële sector de gevolgen van globalisering, waarbij grote buitenlandse banken zich storten op Nederlandse partijen. Ook de Amsterdamse beurs zal aan belang verliezen door consolidatie.

Nederland moet volgens Groenink weken aan opleidingen en regelgeving om in ieder geval in de tweede divisie mee te kunnen spelen. Ook zou Nederland moeten proberen pensioenfondsen aan te trekken, omdat die niet afhankelijk zijn van een grote financiële markt als Londen.

Volgens minister Wouter Bos van Financiën is er niets nieuws onder de zon is. Van een uitverkoop van Nederlandse bedrijven is geen sprake. Veel ondernemingen waren al in buitenlandse handen. Bovendien nemen Nederlandse organisaties meer buitenlandse partijen over dan andersom. Het oranjegevoel is gebaseerd op een mythe.

Bos wil wel de positie van het financieel centrum verbeteren door te zorgen voor een aantrekkelijk vestigingsklimaat met voldoende arbeidskrachten.

Wethouder Lodewijk Asscher van Amsterdam erkende dat Amsterdam inboet als financieel centrum. De ontwikkeling van de Zuidas en nieuwe opleidingen moeten die positie versterken.