PlusAchtergrond

Zorgen over windmolens bij IJburg: ‘Je gaat ze de hele dag horen’

null Beeld Marc Driessen
Beeld Marc Driessen

De zoektocht naar locaties voor windmolens leidt tot grote bezorgdheid op IJburg. “Je gaat ze de hele dag horen.”

Op het pamflet van actiegroep Windalarm torent een windmolen hoog boven de Westertoren uit. IJburgers zijn zich rot geschrokken van de mogelijkheid dat in het open water voor de Bert Haanstrakade windmolens komen van 145 of zelfs 200 meter hoog. Hoger nog dan de hoogspanningsmasten in het IJmeer. “Die daar is 135 meter,” wijst Naut Kusters van het actiecomité. “Zie je hoe hóóg dat is?”

De hoogspanningsmast staat zo’n anderhalve kilometer verderop. De windmolens staan een stuk dichterbij ingetekend op de kaart. Met potlood weliswaar. In een adviesrapport voor de gemeente hebben consultants voor twintig mogelijke locaties rond IJburg afgewogen of windmolens daar kansrijk zouden zijn. Een van de uitgangspunten was dat ze minstens 350 meter uit de buurt van woningen bleven. Drie plekken uit hun rapport kan je vanaf de Bert Haanstrakade zo aanwijzen. “Nog voor de strekdam!” wijst Stefan de Bruijn, eveneens van Windalarm.

IJburgers zijn zich wild geschrokken en haalden in korte tijd 1500 handtekeningen op tegen windmolens. Overigens spreekt De Bruijn liever van windturbines. “Het zijn industriële machines,” vindt hij, zo hoog dat ze wat hem betreft niet bij een woonwijk thuishoren. “Je gaat ze de hele dag horen. Er is geen rustig moment meer bij.”

Groene longen

“Ruimte is al zo schaars op IJburg,” zegt De Bruijn. En dan zou het weidse uitzicht ook nog verloren gaan – vanaf IJburg, maar ook vanuit Waterland en het groen rond Diemen. “De groene longen van de stad. Daar is straks ook altijd lawaai en beweging in een ooghoek.”

Behalve voor het uitzicht en de waarde van hun woningen vrezen de IJburgers van Windalarm ook voor hun gezondheid. Op dat vlak krijgen ze bijval van audioloog Jan de Laat van ziekenhuis LUMC in Leiden. De nieuwste generatie windmolens van 145 tot 200 meter zo kort op een dichtbevolkte woonwijk, De Laat vindt het onverstandig. De as hangt in dat geval op 90 tot 130 meter hoog en op basis van de laatste wetenschappelijke inzichten komt De Laat met de vuistregel dat de afstand tot woningen minstens tien keer de ashoogte moet zijn – geen 350 meter, maar minstens 900 tot 1300 meter.

Voor een systematic review die binnenkort verschijnt, zette De Laat de mogelijke gezondheidsrisico’s op een rij van al te dichtbij geplaatste windmolens. Daarbij gaat het om de gevolgen van geluidshinder, maar ook van trillingen en bromtonen die, hoorbaar of niet, eveneens kunnen leiden tot slapeloosheid, concentratieverlies, hoofdpijn en spanningen. Gevolg kan zijn dat een klein deel van de mensen dat al rondloopt met hartklachten eerder een hartinfarct krijgt.

Volgens de vuistregel van De Laat zou een windmolen kort voor de kades van IJburg een stuk lager moeten zijn. “Een windturbine met een ashoogte van 50 meter kan dus op 500 meter staan.” Ietwat dichterbij kan misschien nog. “In een woonomgeving als Amsterdam waar ’s nachts altijd wat achtergrondgeluid is, kan je misschien net ietsje meer accepteren.” Aan de andere kant: over het water draagt het geluid verder, zegt De Laat.

Maar een lagere windmolen wekt veel minder elektriciteit op en is daardoor moeilijker rendabel te krijgen, schrijven de consultants van adviesbureau Pondera. De financiën spelen ook een rol bij de afweging die de gemeente maakt bij de zoektocht naar locaties voor de opwek van 50 megawatt extra windenergie – 17 grote windmolens of meer kleinere. Op 350 meter afstand moet een windmolen ter hoogte van woningen nog steeds aan de geluidsnormen voldoen. Als dat betekent dat de wieken soms stilgezet moeten worden, dan is het gevolg dat zo’n plek financieel onaantrekkelijk wordt.

Adviesbureaus hebben technisch en juridisch in kaart gebracht waar opwek van windenergie mogelijk is. Maar bij de zoektocht naar geschikte plekken kijkt de gemeente ook nog naar de impact op landschap en natuur, de capaciteit van het stroomnet en het draagvlak. Daarom is er maandagavond weer een onlinebijeenkomst met wethouder Marieke van Doorninck (Klimaat). Maar duidelijk is al wel dat het draagvlak een hele kluif wordt. Na het bekendmaken van de zoekgebieden kwam er meteen protest uit alle windstreken – van de Noorder IJplas en Waterland in Noord tot de Amstelscheg in Zuid en de Gaasperplas in Zuidoost. Op IJburg bleef het stil.

Not in my back yard

Windmolenvriendelijke partijen als GroenLinks en D66 hebben hier veel steun. Uit een peiling concludeerde het gemeentelijke statistiekbureau OIS dat in Amsterdam ongeveer evenveel voorstanders als tegenstanders zijn van windmolens in IJburg, Sciencepark en Zeeburgereiland. Maar als het om molens in de eigen buurt gaat, is 61 procent van de IJburgers tegen – een duidelijk voorbeeld van nimby, not in my backyard, concludeerde OIS.

Het is een conclusie die hoog opgenomen wordt door Windalarm. Niemand die zich toen iets kon voorstellen bij windmolens zo kort op een dichtbevolkte wijk als IJburg, en nog steeds niet eigenlijk. Er is weinig voorlichting over geweest. “Normaal krijg je al een brief als er een prullenbak wordt verplaatst,” zegt Kusters.

Als toen breder bekend was geweest dat IJburg in beeld was, hadden veel meer mensen zich uitgesproken tegen windmolens, zegt Janine Bakker van Windalarm. De actiegroep verwijt het stadsbestuur dat de buurt wordt overrompeld en een aversie krijgt tegen groene energie. “Dit werkt averechts.”

Maar volgens een woordvoerder van Van Doorninck is de OIS-peiling niet de enige manier om het draagvlak vast te stellen. “We vinden het belangrijk bewoners en belanghebbenden nu al te betrekken.” In het voorjaar worden de plannen concreter. Maar ook dan moeten initiatiefnemers van windmolens eerst nog in gesprek met buurtbewoners. Ook stelt Amsterdam de eis dat windmolens voor minstens de helft eigendom worden van omwonenden zodat die kunnen meeprofiteren.

Hooguit langs de A2

Ook de natuurbeweging is mordicus tegen windmolens op IJburg. Rond het IJmeer zouden ze vogels verstoren, zegt een woordvoerder. Ook zouden ze op deze plek het landschap grondig bederven. “Dit is precies waar de stad eindigt en het vrije uitzicht begint.”

De natuurorganisaties – Natuurmonumenten en Landschap Noord-Holland – zien windmolens in de Amstelscheg en bij de Gaasperplas ook niet zitten. Landelijk Noord, voor de gemeente een terugvaloptie als de andere zoekgebieden op niets uitlopen, is voor de natuurorganisaties helemaal uit den boze. Bij de Ouderkerkerplas, waar veel smienten overwinteren, kan het alleen wellicht in een strook langs de A2. Positiever is de natuurbeweging over de haven, de Noorder IJplas en bedrijventerrein Amstel III.

De natuurorganisaties worstelen nog met de mogelijkheid dat er windmolens komen langs de A10-Noord. Aan de buitenrand van de ring willen ze eigenlijk geen stedelijke ontwikkeling, maar als het echt moet, valt er wel over te praten. Voorwaarde is dan wel dat de windmolens niet te hoog uitvallen en dat Ransdorp en Durgerdam gespaard worden.

De natuurorganisaties hebben vooral kritiek op de snelheid waarmee Amsterdam te werk is gegaan. De stad is zelf gaan zoeken naar locaties terwijl de provincie nog nadenkt over de voorwaarden waar deze aan moeten voldoen. “Amsterdam gaat zoals wel vaker zijn eigen gang,” zegt een woordvoerder. “Wij vinden dat de provincie de regie moet nemen.”

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met Het Parool?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van Het Parool rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@parool .nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden