PlusLongread

Zorgcentrum Beth Shalom verloor een kwart van zijn bewoners. ‘We waren totaal ontredderd’

Het Joodse zorgcentrum Beth Shalom in Buitenveldert werd hard getroffen door het coronavirus. Ruim een kwart van de bewoners is overleden. Tientallen bewoners en medewerkers raakten besmet. Hoe kijken zij terug?

Maandenlang was er niets te zien van de gebruikelijke bedrijvigheid in de binnentuin van Beth Shalom.Beeld Eva Plevier

Een orgel draait vrolijke klanken in de boomrijke binnentuin van zorgcentrum Beth Shalom. Een tiental bewoners zit te luisteren. De een beweegt mee op het ritme van de muziek, een ander luistert roerloos. Een verzorger deelt koosjere koekjes uit.

Maandenlang was het stil in de binnentuin. Na de corona-uitbraak in maart moesten mensen op hun kamer blijven. Maar het leven moet toch weer op gang komen. “We proberen de sfeer van de precoronatijd terug te krijgen. We moeten het leven weer oppakken,” zegt locatiemanager Marion Hoitink.

De uitbraak van het coronavirus in Beth Shalom en de hectische weken die erop volgden staan haar op het netvlies gebrand.

Op vrijdag 20 maart voelde een 74-jarige bewoner zich niet lekker. Hij had koorts en was benauwd. De huisarts van de man kwam diezelfde middag kijken en stelde dat hij onmiddellijk moest worden opgenomen in het ziekenhuis. Ambulancebroeders kwamen in volledig beschermende outfit binnen: speciaal pak, spatbril, mondkapje en handschoenen. Bewoners zagen vanaf de balustrades aan de binnentuin wat er gebeurde.

Hoitink besloot conform het overheidsbeleid direct de deuren van het zorgcentrum te sluiten. “De stilte sloop op dat moment in huis,” zou ze later op een bijeenkomst zeggen.

De volgende dag kwam de gevreesde uitslag: de opgenomen bewoner had het Covid-19-virus. En ook een tweede persoon werd ziek. Een vrouw van in de tachtig had dezelfde verschijnselen als de 74-jarige man. Zij kon in volledige isolatie worden verpleegd en hoefde niet naar het ziekenhuis. De symptomen waren iets milder.

De eerste dode

De schrikreactie was er niet minder om; de onrust nam toe. Hoitink en twee managers waren het hele weekend in Beth Shalom. “Je wilt op dat moment bij je mensen zijn,” zegt Hoitink.

De eerste zorg was om het personeel op de hoogte te brengen. Op de teampost in het zorgcentrum werd als eerste de ochtendploeg ingelicht. De verzorgenden kregen instructies hoe ze moesten handelen en welke beschermingsmiddelen ze moesten gebruiken. Hetzelfde gebeurde bij de avondploeg. Ook de bewoners en hun contactpersonen werden geïnformeerd.

Dat het menens was, bleek enkele dagen nadat de eerste besmetting was geconstateerd. Op dinsdag 24 maart kwam het bericht binnen dat Covid-19 zijn eerste slachtoffer had geëist in Beth Shalom. De 74-jarige man was die dag overleden.

Men kon wachten op nieuwe besmettingen in het huis, waar op de eerste en tweede verdieping 59 appartementen zijn, op de derde, gesloten etage plaats is voor 32 mensen met dementie en op de vierde verdieping, de somatische afdeling, ook plek is voor 32 mensen.

Al in de namiddag bleken vijf bewoners met dementie van de derde etage ziek te zijn. De gang werd daar afgesloten. Op de kamerdeuren van de besmette bewoners werd een blaadje met een ‘stophandje’ geplakt. Dit was voor de verzorgenden een teken dat zij alleen met de juiste beschermingsmiddelen de kamer mochten betreden.

Niet te bevatten

Het virus verspreidde zich in rap tempo verder over de verdiepingen. Een dag later werden vier bewoners op de vierde verdieping ziek. Ook mensen op de tweede etage kregen ziekte­verschijnselen.

Hoitink: “We liepen achter de feiten aan. Als één bewoner besmet raakt, ben je al te laat. De verspreiding was een feit.”

‘We proberen de sfeer van de precoronatijd terug te krijgen. We moeten het leven weer oppakken’ - Locatiemanager Marion HoitinkBeeld Eva Plevier

Elke keer werd met de GGD overlegd hoe het huis de situatie het beste kon aanpakken. Steeds weer kwamen er nieuwe adviezen. Aan het einde van de week nam de directie het besluit om het gehele huis in isolatie te zetten.

Op 5 maart – een week nadat bij de eerste persoon in Nederland corona werd vastgesteld – had Beth Shalom al de voorraad beschermende middelen geïnventariseerd. Het huis had een flink aantal dozen met handalcohol, handschoenen en schorten en een beperkte hoeveelheid mondkapjes in de magazijnen liggen.

Tegen het beleid van het RIVM in besloot Hannie van Schutterhoef, directeur Cordaan regio Amsterdam-Zuid, waar Beth Shalom onder valt, dat iedere medewerker – van verzorgende tot keukenpersoneel en schoonmaker – beschermende kleding moest dragen en een mondkapje voor moest doen. Mensen werd gevraagd niet meer hun kamer uit te komen. Bezoek was niet mogelijk. De meeste bewoners snapten dat het ernst was. Ze waren zelf ook bang ziek te worden.

‘Ze waren zo vreselijk ziek. Er kon ook geen familie langskomen, ik was hun familie’ - Verzorger Shirley PouwBeeld Eva Plevier

Corry van Dijk (90) woont zo’n vier jaar op de vierde verdieping en vernam dat vier mensen van haar etage ziek waren geworden door corona. Een van hen overleed eraan. “Ik schrok ervan. Het kwam heel dichtbij. Wij werden verder niet op de hoogte gehouden wie er allemaal doodging of besmet raakte.”

Zelf bleef ze zoveel mogelijk in haar kamer. “Ik heb goed opgepast. Ik hield me aan de 1,5 meter afstand en waste mijn handen. Je hoorde op de radio en tv hoe erg het was. Het was niet te bevatten.”

Ondertussen voltrok zich een stille ramp in het huis. De eerste week van april was een dieptepunt, de week met de meeste sterfgevallen.

Op 8 april waren 15 bewoners overleden aan corona. Het aantal zieken en sterfgevallen nam steeds verder toe. Op 12 april was het aantal overleden personen opgelopen tot 22. Bewoners wilden weten wie er ziek en wie overleden was. Ze zagen vanaf hun balustrade steeds meer stickers met stophandjes op deuren verschijnen.

Shirley Pouw, die al twintig jaar als verzorgende bij Cordaan werkt, waarvan twee jaar in Beth Shalom, meldde zich direct aan om de met corona besmette bewoners te verplegen. “Sommige verzorgenden waren angstig. Ik wilde juist voor deze groep zorgen. Ze waren zo vreselijk ziek. Er kon ook geen familie langskomen, ik was hun familie.”

Ze hulde zich in beschermend pak en mondkapje en verzorgde dagelijks de coronapatiënten. “Een man van 71 was er heel bang voor. Uiteindelijk kreeg hij het ook.”

De mondkapjes die de verzorgenden droegen, riepen bij bewoners vragen op. ‘Ben ik vies? Ruik ik?’ vroegen ze haar.

Pouw voelde de leegte toen steeds meer mensen stierven en het aantal ‘stophandjes’ op de deuren toenam. “Het leek wel op een slagveld. Maar als verzorgende ga je door.”

Teammanager Patrick van Aarle zag dat bewoners – die in het kamp hadden gezeten of waren ondergedoken in de Tweede Wereldoorlog – soms schrokken van zijn lichtblauwe beschermende kleding. “Ik zag het aan de ogen van een man toen ik binnenkwam. Hij moest vanwege mijn kleding aan het kamp en de Duitsers denken.”

Hij is even bij hem gaan zitten voor een praatje. De Joodse man vertelde over het kamp en hoe hij erna zijn vrouw had ontmoet.

Collega Ingrid Brandenburg, die al 45 jaar in de zorg werkt, zag na enkele weken hoe de eenzaamheid toesloeg bij bewoners die niet meer van hun kamer af mochten. Hun kinderen en kleinkinderen konden niet meer op bezoek komen en alle activiteiten waren weggevallen.

De ouderen klampten verzorgenden aan. Vroegen om een praatje. Brandenburg hielp de bewoners, die vaak op hoge leeftijd zijn, met bellen of skypen naar hun familie.

Brandenburg: “Het waren vaak emotionele gesprekken. Een zoon belde zijn moeder en sprak lieve zinnetjes en de woorden: ‘Ik hou van je mama.’ Dan zitten wij ook met tranen in de ogen.”

Beth Shalom blijkt een van de huizen te zijn die het ergst zijn getroffen door Covid-19. Binnen vier weken – van 24 maart tot 20 april – zijn 28 mensen aan corona overleden. Dat is ruim een kwart van het aantal bewoners (105). In die tijd raakten tientallen besmet.

Cordaandirecteur Van Schutterhoef: “Het was niet meer tegen te houden.”

Geen afscheid

Manager Hoitink: “Je bent totaal ontredderd. Wat moet je doen? Hoe gaat dit stoppen? Die ontreddering voelden alle medewerkers. Zij verplegen al jarenlang de mensen hier.”

Een van de bewoners die besmet raakten, was de 92-jarige Johanna Bello, die al zes jaar op de vierde etage woont. Ze was zo ziek dat ze in het huis dachten dat ze doodging. Zelf voelde ze zich zo beroerd dat ze niet zo ver kon denken.

‘Bewoners benoemden niet dat ze bang waren, maar wilden wel weten wie er was doodgegaan’ - Welzijnswerker Amiad IlsarBeeld Eva Plevier

Haar familie zag ze in die weken niet. Ze belden wel op, maar ze was te ziek voor een praatje. Na een paar weken knapte ze op. “Ik denk dat ze me boven nog niet willen,” zegt ze.

Hoe zij besmet raakte, weet ze niet. “Ik ben er kennelijk erg gevoelig voor. Als mijn buurvrouw hoest, krijg ik de griep.”

Dat zo veel medebewoners aan Covid-19 zijn overleden, vindt ze verschrikkelijk. Haar beste vriendin overleed er in mei aan. Bello keek vaak naar de kamerdeur van haar vriendin, maar het handje bleef maar op de deur zitten. Afscheid nemen van haar kon ze niet. De verpleging raadde het haar ook af. “Onthoud haar maar zoals ze was, zeiden ze.”

Na de ouderen waren in de maanden april, mei en juni de medewerkers aan de beurt. Van de honderd mensen die in Beth Shalom werken werden 25 tot 30 mensen ziek door corona. Ook Shirley Pouw raakte besmet. “Ik ben nog nooit zo ziek geweest,” zegt ze. Inmiddels is ze weer opgeknapt en aan de slag gegaan.

Niemand van het personeel is tot nu toe aan het virus overleden. Wel kampen velen nog met de gevolgen van Covid-19, zoals kortademigheid, concentratieproblemen en vermoeidheid.

Corry van Dijk. 'Je hoorde op de radio en tv hoe erg het was. Het was niet te bevatten.’Beeld Eva Plevier

Door het grote aantal zieken onder de medewerkers werd de druk op het overige personeel groot. Men werkte zich een slag in de rondte, maakte dubbele uren. Hoitink werkte zelf in de begin­periode zeven dagen in de week en maakte dagen van veertien tot vijftien uur.

Poerimfeest

Waarom het virus in Beth Shalom zo heeft kunnen toeslaan, weten Hoitink en Van Schutterhoef niet. Het aantal sterfgevallen en besmettingen ligt er hoger dan in de andere 22 verpleeghuizen van Cordaan.

De eerste besmetting moet zijn opgelopen toen de deuren nog open stonden en er veel mensen in- en uitliepen. Terugrekenend, aldus een Cordaanwoordvoerder, moet de eerste besmetting op of rond 10 maart hebben plaatsgevonden. Mogelijk was de viering van het Poerimfeest op die dag de oorzaak van de heftige uitbraak. Veel mensen kwamen, zoals gebruikelijk, van buiten op het Poerimfeest in het zorgcentrum af, onder wie ouderen uit de 66 aanleunwoningen en veel jonge bezoekers.

In de ontmoetingsruimte op de begane grond zaten de mensen dicht bij elkaar. Er werd gegeten, muziek gemaakt en gedanst.

“Poerim is een uitbundig feest. Een soort carnaval light,” aldus Michaël Bloemendal van de NIHS (Nederlands Israëlitische Hoofd Synagoge) en voormalig directeur van Beth Shalom, die op 10 maart de synagogedienst leidde.

Ook rabbijn Shmuel Katz van de NIHS, die eveneens sjoeldiensten leidt in Beth Shalom en er voor het laatste op 4 maart kwam, raakte besmet. Hij lag tien dagen in het ziekenhuis, waarvan vijf op de ic. “Het is koffiedik kijken waardoor de uitbraak ontstond,” zei Katz begin april.

De ‘quarantainer’.Beeld Eva Plevier

Op 24 april besloot het huis een ‘quarantainer’ te plaatsen, waarin de bewoners familie en vrienden konden ontvangen. Een glazen wand scheidde hen van elkaar. Tussen de afspraken door werd de quarantainer schoongemaakt en gelucht.

Corry van Dijk ontving daar haar kinderen. Dochter Carina hield haar hart vast toen er corona was vastgesteld op de etage van haar moeder. Ze maakte zich ook zorgen dat ze maar in haar kamer zat en niemand zag. “Aan die eenzaamheid kun je niets doen. Het was heel fijn dat ik haar in de quarantainer ten minste even kon zien. We hadden wel contact via Facetime en de telefoon, maar dat was toch anders.”

De kinderen van Van Dijk hebben overwogen om hun moeder uit Beth Shalom te halen en in hun eigen huis op te nemen. Maar de vrouw heeft toch veel verzorging nodig. “Bovendien zijn onze huizen te klein.”

Beeld Eva Plevier

Op 15 mei kregen alle bewoners meer bewegingsruimte. Shirley Pouw zag de ontsteltenis bij vooral degenen met dementie: “Waar zijn de mensen toch, vroegen ze. Ze konden zich niet voorstellen wat er gebeurd was en dat er velen dood zijn.”

Geen tijd voor verwerking

Vanaf 8 juni mocht het bezoek weer naar binnen. Eén vaste bezoeker was maximaal één uur en een tot twee keer per week welkom op de kamer of in de buitentuin, zolang hij of zij zich aan de maatregelen hield: geen gezondheidsklachten had, de handhygiëne in acht nam en een mondkapje in huis droeg. Ook werd de temperatuur opgemeten.

Vanaf 13 juli mochten bewoners meerdere maximaal twee bezoekers tegelijk ontvangen. Ook de sjabbatmaaltijden konden vanaf begin juli weer in het restaurant gegeten worden.

Eind juni heeft Beth Shalom een evaluatie gedaan naar alle genomen maatregelen binnen het huis en de gevolgen van de uitbraak voor het personeel en de bewoners. Twee experts van het Nationaal Psychotrauma Centrum ARQ, dat zich bezighoudt met de gevolgen van schokkende gebeurtenissen, kwamen met bewoners en medewerkers praten.

Hoitink: “De impact van de laatste maanden was erg groot. Je zit midden in een storm en neemt geen tijd voor verwerking. Een verzorgende kwam huilend op mijn kamer toen er weer iemand was overleden. In het huis ben je druk aan het werk en dan zit je thuis met allerlei gedachtes. Je moet er met elkaar over praten: wat is er gebeurd? Wat doe je met het verdriet? Je moet alles ook even op een rijtje zetten.”

Beeld Eva Plevier

Ook voor de bewoners was dat nodig. Sommigen waren bang dat zij de besmetting hadden doorgegeven. Amiad Ilsar van maatschappelijk werk en welzijn van Beth Shalom heeft in groepjes met hen gesproken. “Ze benoemden het niet rechtstreeks dat ze bang waren. Ze hadden vaak geen zin erover te praten, want dan kwam het te dichtbij. Maar ze wilden intussen wel weten wie er was doodgegaan.”

Drie weken geleden werden in het huis twee herdenkingsbijeenkomsten gehouden: een voor de bewoners en medewerkers en een voor de nabestaanden. De rabbijnen Menno ten Brink en Shmuel Katz spraken daar. Voor iedere gestorven bewoner werd een steen gelegd op een plateau in de binnentuin.

Een wens aan de olijfboom

Ten Brink spreekt van een abnormale situatie. “Het aantal sterfgevallen nam ongelooflijk snel toe. Ik had in de eerste periode in anderhalve week tijd acht begrafenissen.”

Voor de overleden bewoners zijn gedenkstenen neergelegdBeeld Eva Plevier

Die leken in niets op de periode voor corona. Nabestaanden konden aan het sterfbed niet goed afscheid nemen. “Ze stonden in een soort maanpak en met een mondkapje voor bij hun geliefde. De patiënt was dan al vaak niet meer aanspreekbaar.”

Naar de begrafenis durfden familieleden of vrienden soms niet te komen, omdat ze zelf ook kwetsbaar waren. “In één geval kwam er helemaal niemand en stond ik er alleen met de uitvaartbegeleider.”

Voor de nabestaanden was het heftig, zegt Ten Brink. Bij het mortuarium van Beth Shalom zagen de ouderen soms drie keer achter elkaar een lijkwagen wegrijden.

“Die herdenkingen waren heel belangrijk. Er zijn stenen gelegd en aan olijfbomen zijn de namen en wensen opgehangen. Dat was erg mooi. Het leven gaat door via de olijfboom, die stokoud kan worden.”

Tijdens de diensten via Zoom refereerde Ten Brink aan de mensen die aan Covid-19 waren gestorven. De Joodse gemeente bracht Pesachmaaltijden aan huis en deelde bij Beth Shalom boterkoek uit. Ze organiseerden muziekoptredens en willen doorgaan met andere activiteiten. “We zullen er voor de mensen zijn. We laten ze niet in de steek.”

Ook locatiemanager Hoitink speechte op de herdenkingsbijeenkomst: “We hebben de scherven bijeengeveegd,” zei ze er. “We proberen zo goed en zo kwaad als het kan de levendigheid in het huis terug te brengen. Maar het is anders en daar moeten we aan wennen.”

Beeld Eva Plevier

Het zorgcentrum telt inmiddels 75 bewoners. Sinds mei zijn er weer nieuwe mensen bij­gekomen. “We zijn daar erg blij mee,” zegt ­Hoitink.

Beth Shalom is inmiddels enige tijd weer coronavrij. De angst voor een tweede golf zit er wel in. Johanna Bello volgt alles op tv. Ze spreken er met elkaar over aan de koffietafel. “Sommigen zijn bang, anderen willen er niets van weten. Die zeggen dat het om een verkoudheid gaat,” zegt Bello.

Ook mevrouw Van Dijk is bang voor een tweede golf. “Het virus laait weer op. Ik houd me netjes aan alle maatregelen.”

De bedoeling is om vanaf maandag weer dagelijks warm eten in het restaurant te serveren. Vanaf 7 augustus worden ook de mensen in de aanleunwoningen voor een sjabbatmaaltijd uitgenodigd. Of dat door kan gaan, is nog de vraag.

Klein- en achterkleinkind

Hoitink laat nog even de quarantainer zien. Twee microfoons staan aan weerszijden van de glazen scheidingswand. Bello heeft er een aantal keren gebruik van gemaakt.

“Het was fijn om je kinderen en klein- en achterkleinkinderen weer te zien in zo’n angstige tijd. Mijn achterkleinkind was nog zo’n hummeltje. Maar aanraken kon natuurlijk niet. Ik hoop niet dat we weer naar die tijd toe gaan. Op tv zie ik al: het gaat niet goed.”

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met Het Parool?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van Het Parool rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@parool .nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden