PlusReportage

Zo worden de covidpatiënten verdeeld vanuit Amsterdam UMC

Maartje Terra en haar collega Diederick Penning van het Roaz. ‘We moeten solidair zijn.’ Beeld Jakob van Vliet
Maartje Terra en haar collega Diederick Penning van het Roaz. ‘We moeten solidair zijn.’Beeld Jakob van Vliet

Ondanks de daling van het aantal besmettingen is de druk op de ziekenhuizen nog altijd hoog. Het zenuwcentrum van de patiëntenspreiding draait volop. ‘Zijn de patiënten uit Duitsland al terug?’

De teller staat voor deze tweede golf op 419 overplaatsingen. Dat gaat om covidpatiënten die in de regio Noord-Holland en Flevoland in het ziekenhuis liggen en het bericht krijgen dat ze naar een ander ziekenhuis moeten, simpelweg omdat er geen meer plek is.

Dat zijn honderden teleurstellingen. Vele gesprekken waarin artsen moeten uitleggen waarom ‘het niet anders kan’, veel onbegrip, discussies, verdriet en veel, heel veel geregel achter de schermen van ziekenhuizen en de ambulancediensten.

“We hebben nog geen ziekte meegemaakt waarbij dit nodig was,” zegt traumachirurg Maartje Terra van Amsterdam UMC, die vrijdag voor het ROAZ (Regionaal Overleg Acute Zorgketen) de taak had om de patiënteninformatie uit de ziekenhuizen in Noord-Holland en Flevoland te verzamelen. Het Parool liep een ochtend mee.

Als een ziekenhuis overloopt, kan het aankloppen bij het ROAZ. In Nederland zijn er elf regionale acute zorgnetwerken. Die kijken in de regio waar wél plek is en bemiddelen. Als ook de regio overstroomt, schiet het Landelijk Coördinatiecentrum Patiënten Spreiding (LCPS) te hulp.

Die plaatste 166 patiënten vanuit Noord-Holland en Flevoland over naar alle hoeken van het land, van Sittard tot Groningen. Achter elke patiënt zit een verhaal, weet Terra. “Soms hoor je dat er een echtpaar ligt, en dat beiden op de nominatie staan om naar een ander ziekenhuis te moeten. Dan wil je ze samen naar één ziekenhuis verplaatsen. Niet de één naar Groningen en de ander naar Maastricht, want dat is ondoenlijk voor de familie.”

Ideale patiënt bestaat niet

De ideale patiënt om over te plaatsen bestaat niet, maar de patiënt moet in elk geval in een conditie verkeren waarin hij of zij de reis goed aankan. Maar een patiënt moet ook niet ‘te goed’ zijn, want voor één overnachting is dit alle inspanningen niet waard. Oude, kwetsbare mensen blijven bij voorkeur ook op hun plek. Het luistert nauw.

Het is 9.30 uur. Traumachirurg Terra, die op andere dagen van de week nog ‘gewoon’ op de traumaheli vliegt (‘een kantoorbaan is wel wennen’), zit achter haar monitor in Amsterdam UMC. Tegenover haar zit arts-onderzoeker Diederick Penning. Hij probeert een patiënt over te plaatsen die ‘van de zuurstof is’, maar nog te wankel om aan een verpleeghuis over te dragen. Op tafel staat een koektrommel van het OLVG – een bedankje.

Terra neemt de administratie door: 286 patiënten op de gewone verpleegafdelingen en 91 op de ic. “Zijn de twee patiënten uit Duitsland eigenlijk alweer terug?” vraagt ze aan Penning. Op tafel ligt de ROAZ-Nokia. Er komen deze ochtend zeven verzoeken voor overplaatsing op binnen.

De ziekenhuizen in de regio hebben nu plek voor 100 covidpatiënten op de ic, en circa 300 op de verpleegafdelingen. Dat kan alleen doordat de gewone zorg voor de helft is afgeschaald, legt Terra uit. Om de pijn te verdelen, is met een verdeelsleutel bepaald hoeveel patiënten een ziekenhuis moet opvangen. Al is dat niet in beton gegoten. “Wij kijken waar de rek zit en waar de wanhoop zit. Als een ziekenhuis eigenlijk tien plekken voor covidpatiënten moet bieden maar veel zieke medewerkers heeft, dan zoek je naar een ziekenhuis dat wat beter in zijn vel zit.”

Zieke medewerkers

Om 11.00 uur begint een online overleg met de ziekenhuizen uit de regio. Op deze ochtend zit de ‘wanhoop’ bij een ziekenhuis dat negen patiënten niet overgeplaatst krijgt naar een verpleeghuis, terwijl ze klaar zijn in het ziekenhuis. Voor nieuwe patiënten is nu geen plek. Ook is er wanhoop bij een ander ziekenhuis dat, vanwege een golf aan zieke medewerkers, genoodzaakt is alle gewone zorg tijdelijk terug te schroeven naar 0 procent. Terra zit achter haar scherm, hoort het aan: “Wat erg.”

Amsterdam heeft het de afgelopen weken ontzettend druk gehad met de covidzorg, zegt ze. “Niemand is gewend om negen maanden in de paraatstand te staan. En dat doen we nu wel.” Maar een lichtpuntje is er ook. “Vorige week liep het water iedereen nog over de schoenen, maar de nood lijkt nu iets minder hoog.” Vrijdag daalde het aantal covidpatiënten landelijk met 67 tot 2445, blijkt uit cijfers van het LCPS.

“Maar het is te vroeg om te juichen,” zegt Penning. Ook Terra is voorzichtig. “Die afvlakking beginnen we hier gelukkig ook een beetje te zien, maar in regio’s zoals Rotterdam zien ze dat helemaal niet. We kunnen dus niet zeggen: hoppa, na het weekend schalen we de reguliere zorg weer op. Dat willen we natuurlijk heel graag, maar we moeten solidair zijn. Net zo goed als dat wij de ziekenhuizen in het land hebben gevraagd om onze patiënten te over te nemen, zullen wij dat als het bij ons echt terug gaat lopen, voor de rest van Nederland moeten doen.”

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met Het Parool?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van Het Parool rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@parool .nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden