PlusAchtergrond

Zo verlagen Amsterdamse musea (letterlijk) de drempels

Hoe zorgen Amsterdamse musea ervoor dat ze toegankelijk zijn op zowel fysiek, mentaal als financieel niveau? Ze gebruiken bijvoorbeeld virtual reality, voelmaquettes, of richten zich op ‘inhoudelijke toegankelijkheid’.

Tahrim Ramdjan
Een bezoeker voelt aan een 3D-reproductie van het schilderij Korenveld onder onweerslucht van Vincent van Gogh tijdens een rondleiding voor blinden en slechtzienden in het Van Gogh Museum. ANP REMKO DE WAAL Beeld Remko de Waal/ANP
Een bezoeker voelt aan een 3D-reproductie van het schilderij Korenveld onder onweerslucht van Vincent van Gogh tijdens een rondleiding voor blinden en slechtzienden in het Van Gogh Museum. ANP REMKO DE WAALBeeld Remko de Waal/ANP

Op deze maandagochtend wordt overal aan gedacht op het congres over de toegankelijkheid van musea in het Rijksmuseum. Als dagvoorzitter Vincent Bijlo het ‘hoofd’ toegankelijkheid aankondigt, corrigeert hij zichzelf: o nee, dat mag niet meer. Dus roept hij manager Cathelijne Denekamp op het podium, die terwijl zij vertelt, live ondertiteld wordt.

Zij blikt terug op de eerste prikkelarme avond die het museum twee jaar geleden organiseerde, waarop een vrouw ontroerd raakt van Rembrandts Het Joodse bruidje. De vrouw was weken bezig geweest met de voorbereiding op die avond, maar het was het waard. “Ik doe weer mee,” zei ze.

Vorige week maandag kwamen medewerkers van zo’n 150 culturele instellingen in het hele land bij elkaar in het Rijksmuseum om het te hebben over toegankelijkheid in de breedste zin van het woord. Wat doen we voor bezoekers met een fysieke beperking? Hoe zorgen we ervoor dat er in elke portemonnee ruimte is voor een museumkaartje? En hoe leesbaar is de website eigenlijk?

Virtual reality

Veel Amsterdamse instellingen hebben beperkte middelen, of een gebouw waar weinig aan gedaan mag worden. Het Parool maakte een rondgang langs een aantal Amsterdamse musea om te zien welke creatieve oplossingen ze hebben bedacht.

Het rijksmonument Ons’ Lieve Heer op Solder in de binnenstad, een voormalige schuilkerk, leent zich niet voor een lift voor rolstoelers, maar dat betekent niet dat een bezoek niet loont.

Als een rolstoeler met een begeleider het museum betreedt, blijft de rolstoeler beneden. Terwijl de begeleider naar boven gaat, krijgt de rolstoeler beneden een virtualrealityprogramma met allerlei achtergrondinformatie, die de persoon boven dan weer niet heeft. Zo bezoek je alsnog samen het museum.

Museum Van Loon kijkt ook creatief naar wat er mogelijk is voor een rolstoelgebruiker. In het grachtenpand kunnen de tuindeuren tussen het hoofdgebouw en de tuin, die normaal dichtzitten, worden geopend, en desnoods is er een goederenliftje dat gebruikt kan worden. Al geniet dat niet de voorkeur, zegt een van de sprekers in het Rijksmuseum: “Zorg ervoor dat personen in een rolstoel ook de hoofdingang kunnen gebruiken, zodat ze zich gelijkwaardig voelen.”

Voelmaquette

“Maar je loopt toch tegen de grenzen van het gebouw aan,” zegt directeur Milou Halbesma van het Rembrandthuis. Nu het museum vanaf november ruim vier maanden sluit voor een verbouwing, wordt de kans aangegrepen om trappen te verbreden waar het kan.

Daar blijft het niet bij. De belijning op de vloer wordt duidelijker aangegeven in contrastkleuren, op sommige plekken wordt de verlichting gedimd zodat men niet overprikkeld raakt en blinden en slechtzienden kunnen een ‘voelmaquette’ krijgen – een reproductie met reliëf.

Het gaat soms om kleine ingrepen, vertelt Cathelijne Denekamp van het Rijksmuseum. Zo waren scootmobielen er tot 2017 niet toegestaan, uit angst dat men tegen de kunst aan zou rijden. Totdat bleek dat in het Louvre en het Metropolitan scootmobielen wél mochten komen. Daar bleek nog nooit iets te zijn beschadigd, en bovendien gaat het om gemiddeld één scootmobielgebruiker per dag in het Rijks.

“Ik kreeg eerst een duidelijke nee,” zegt Denekamp. “Toen heb ik de tijd genomen om de hoofden beveiliging van die musea aan het onze te koppelen, en vervolgens met conservatoren te praten.”

Commercie

De vraag is ook: hoe ver wil en kun je gaan om toegankelijkheid te realiseren met beperkte middelen? Denekamp is naar eigen zeggen de enige fulltime toegankelijkheidsmedewerker in een Nederlands museum, mede omdat andere musea daar niet voldoende geld voor hebben. “Het voordeel daarvan is dat je tijd hebt om naar de doelgroep te luisteren en vervolgens dingen voor elkaar te krijgen in het museum.”

“Ik kijk naar de gastvrijheid, maar ook naar de commercie,” licht marketingmedewerker Olmo van Kranen van Ons’ Lieve Heer op Solder toe. “Wat ik heb gemerkt, is dat een betere toegankelijkheid voor een kleine groep leidt tot betere toegankelijkheid voor iedereen. Niemand houdt van glazen trappen of kleine deurposten.”

Een toegankelijk museum is overigens niet alleen vanaf de entree toegankelijk, maar ook daarvoor al. Hoofd toegankelijkheid Sandra ter Mijtelen van het Verzetsmuseum loopt ertegenaan dat bezoekers door navigatieapps naar metrostation Waterlooplein worden gestuurd en daar aan hun lot worden overgelaten. “De navigatieapp zegt: loop 50 meter naar het noordwesten. Waar is dat?”

Dus beschrijft zij heel duidelijk op de website de looproute vanaf het station naar het museum op de Plantage Kerklaan, evenals dat je bijvoorbeeld ook terrassen kunt tegenkomen.

Hersenstam

Gijs Schunselaar van Museum van Loon heeft net de tentoonstelling Tussen Gaasp en Gracht erop zitten, waarvoor hij focuste op de band met Amsterdammers in Zuidoost. “We merkten dat bezoekers in Zuidoost zich afvroegen: voel ik me wel geaccommodeerd in het centrum? Zeker bij ons, in een grachtenpand met een grote groene voordeur.”

Om dat te bereiken, werkte hij samen met organisaties die in Zuidoost actief zijn, zoals erfgoedorganisatie Imagine IC. “Dit gaat over mentale toegankelijkheid,” zegt hij. Het doet ook denken aan diversiteit, een thema dat dicht bij toegankelijkheid ligt – op het congres in het Rijks noemt men het ‘inhoudelijke toegankelijkheid’.

Vincent Bijlo herinnert de aanwezigen eraan waarom dat ook alweer belangrijk is. “Kunst maakt geen onderscheid tussen beperkten en onbeperkten, maar komt bij je hersenstam binnen, en moet je dus op een gelijke manier kunnen beleven.”

Wilt u belangrijke informatie delen met Het Parool?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van Het Parool rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@parool .nl.
© 2023 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden