Plus Achtergrond

Zo krijg je de Amsterdammer uit de auto

Parkeerplekken verdwijnen, de tarieven gaan omhoog: Amsterdam trekt de touwtjes aan. Waarom is de mens zo moeilijk uit zijn auto te krijgen? En waarom kan het niet op een leuke manier? ‘Alleen draconische maatregelen helpen.’

Beeld Mathilde Bindervoet

Zie ze zitten in hun auto’s, bumper aan bumper, steeds een stukje oprijdend. Ze vervloeken de werkzaamheden aan de Piet Heintunnel en de kruising op de Zuiderzeeweg ervoor. Blij kijken ze niet, de automobilisten die vanuit de Indische Buurt via Mauritskade en Wibaut­straat de verlossende ringweg proberen te bereiken.

En toch blijven ze zitten. Ze pakken geen fiets, ze overwegen niet eens het openbaar vervoer, dank je feestelijk.

Deze werkzaamheden waren tijdelijk, het beeld is blijvend: vrijwel overal in Amsterdam zitten mensen in auto’s die worden ingehaald door mensen in trams of op fietsen. Terwijl ze onder hen worden ingehaald door metro’s. De stad kan nog zo vast staan, alle alternatieven zijn geen optie. Want zij zijn automobilisten.

Zou het niet een kwestie van tijd zijn? Dat we gewoon afwachten tot ook die laatste automobilist bij zinnen is gekomen, het portier nog één keer achter zich dichttrekt en de auto als vervoermiddel definitief naar het schroot kan? Dat we dan zeggen: die is geschiedenis. Want de auto in de stad is onpraktisch, vervuilend en duur: stuk voor stuk goede argumenten om je op een andere manier te verplaatsen in Amsterdam.

Als één ding zeker is, is dat het niet vanzelf gaat. Je hoeft alleen maar te kijken naar het autobezit in Amsterdam, dat al decennia lang gestaag toeneemt, alle verhalen over autodelen en de shift van bezit naar gebruik ten spijt. Reden er in 2004 nog ruim 211.000 auto’s in de stad, in 2018 was dat aantal opgelopen tot meer dan 234.000.

Het doet nog niet pijn genoeg, zegt Erwin Wijman, autosocioloog en auteur van onder meer Succes met je grote auto. Hij moet in dit verband denken aan het verhaal van de man die elke dag langs een huis loopt waar hij een hond hoort janken. “Op een gegeven moment belt hij aan en de man die opendoet zegt: de hond ligt op een spijker, maar hij gaat er nog niet af want het doet nog geen pijn genoeg. Zo zijn veel automobilisten ook: het doet pijn, maar nog niet zoveel pijn dat het niet te harden valt.”

Transformatie tot beesten

Wijman is stevig in wat hij zegt over de automobilist en hoe die uit de auto te krijgen zou zijn. “Je moet, vrees ik, draconische maatregelen treffen om de positieve aspecten van autobezit en autogebruik te compenseren. Daar is bijna geen kruid tegen gewassen.”

Wat zijn dan die positieve aspecten? Volgens verkeerspsycholoog Gerard Tertoolen is de auto een soort oude, vertrouwde jas, waarin je helemaal jezelf kunt zijn. “Sommigen zien de auto als een verlengstuk van hun woonkamer, een mobiel huis. Het is je eigen plek. Het ruikt naar jou, je dingen liggen erin, je zit tussen je eigen kruimels. Dat maakt het lastig om mensen die daar veel waarde aan hechten eruit te krijgen.”

En de auto biedt een gevoel van vrijheid, of dan toch in elk geval de schijn ervan. Want inderdaad: je verplaatst je ermee op het moment dat jíj dat wilt, zegt Tertoolen. “Openbaar vervoer betekent afhankelijkheid. Mensen overwegen het ov vaak helemaal niet, ook als ze er helemaal geen ervaring in hebben. Ze denken dat het een en al ellende is. Tussen de stinkende mensen zitten, vertragingen, hoge kosten. Ze onderzoeken de mogelijkheid niet eens. Als je alternatieven geen kans geeft, word je alleen maar overtuigder van je eigen gelijk.”

Minotaurus

Een auto doet iets met de mens, zegt ook Wijman: je verandert als je in een auto stapt. “Kijk maar in de supermarkt, als mensen met een karretje in de rij staan bij de kassa. Even je karretje ertussen rammen is not done, maar mensen in de auto doen dat heel vaak. Je wordt geanonimiseerd, je wordt een minotaurus met vier wielen. Auto’s transformeren mensen tot beesten. Kijk weer naar die rij in de supermarkt: mensen gaan daar niet uit hun neus staan eten. In de auto doen mensen dat steeds. Ze wanen zich onbespied.”

Mensen worden letterlijk autonoom van een auto, zegt Wijman. “De naam zegt het al. Daardoor word je minder gevoelig voor signalen van buitenaf. Je bent een koning in je eigen koninkrijk. Kijk naar de verkeersregelaar die werd overreden bij Ikea: de automobilist pikte het niet dat ie werd tegengehouden. Hij wilde naar de Ikea!”

De auto appelleert aan diepere drijfveren, de meer primitieve kanten van ons, weet Tertoolen. “Je bent anoniem. Je hebt kracht en macht, want jíj hebt de controle en je kunt flinke krachten opwekken met je rechtervoet. Je kunt stukjes asfalt of straat veroveren en daarbij anderen de loef afsteken. En je laat zien wie je bent door je auto: je kiest, zover je budget het toelaat, de auto die bij je ego past. Als je dat bij elkaar mixt, heb je een behoorlijk sterk mengsel.”

Maar wat kun je wél doen dan? Je kunt vervelend worden, zoals Wijman zei: draconische maatregelen. “Je kunt de parkeertarieven nog meer verhogen. Je zorgt voor weinig parkeerplaatsen. Je veroorzaakt files of maakt het automobilisten onmogelijk met de auto in de buurt van de bestemming te komen. Allemaal factoren waarmee je mensen kunt ontmoedigen om de auto te nemen.”

Bewustwording

Maar als je mensen zou willen verleiden de auto te laten staan, begeef je je op glad ijs. Wijman wijst op het gratis openbaar vervoer in het Belgische Hasselt en in Tallinn in Estland. “De invloed op het autogebruik is nihil, er wordt eerder minder gelopen, want voetgangers gaan in de bus zitten. En dan is het daarmee ook nog een maatregel die de gezondheid niet bevordert, want mensen die wel bewogen, doen dat vervolgens een stuk minder.”

En Amsterdam is een stad waar het openbaar vervoer al goed is geregeld, zegt Janet Veldstra, gedragswetenschapper aan de Rijksuniversiteit Groningen. Zij onderscheidt naast praktische ook symbolische motieven (je drukt jezelf uit met je auto) en affectieve motieven (mensen houden gewoon van autorijden). “Praktische motieven, het openbaar vervoer sneller of goedkoper maken, daar kun je het nauwelijks meer zoeken, want het is al goed. Je zult mensen moeten aanspreken, bijvoorbeeld met campagnes. Het ingewikkelde daarbij is dat niet iedereen gevoelig is voor dezelfde argumenten. Als je mensen gaat informeren, pikt iedereen er alleen maar uit naar wat past bij precies zijn of haar identiteit.”

Probleembesef

Iedereen weet dat auto’s bijdragen aan een verslechterd milieu, maar daar kun je toch nog bij helpen, zegt Veldstra. “Men moet weten dat auto’s vervuilend zijn. Laat ze zich echt realiseren dat het hún auto is die die uitstoot veroorzaakt: je kunt probleembesef aanwakkeren met een beroep op het milieu. Veel mensen zijn zich niet bewust van hun waarden, die moet soms ‘aangezet’ worden. Hoe? Speel in op de sociale omgeving, benadruk dat mensen om hen heen hun gedrag al hebben veranderd. En benadrukken dat iemand goed bezig is, werkt ook.”

En, zegt Tertoolen: voer consequent beleid als gemeente. “In Utrecht hebben ze net een enorme parkeergarage aangelegd onder CS. Dan denk ik: wat wil je nou? Mijn idee is: laat de stadspoorten terugkomen. Niet die pittoreske torentjes uit de middeleeuwen, maar moderne plekken waar je je auto kunt laten staan en waar je verdergaat met openbaar vervoer. Of lopend of per fiets. Dan moet je consequent zijn en niet verderop in de stad parkeergarages aanleggen. Zoals de P&R bij de Arena goed functioneert: dat principe zou je verder moet doorvoeren.”

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met Het Parool?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van Het Parool rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@parool .nl.
© 2019 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden