Plus

Zo kreeg Amsterdam de voorjaarsnota toch sluitend

De boekhouding van Amsterdam was lang een rommeltje en de gevolgen daarvan zijn nog steeds zichtbaar. ‘Voor cruciale onderdelen van de stad is gewoon niet goed gezorgd.’

Het stadhuis van de gemeente Amsterdam in de Stopera. Beeld ANP

“Geld is in Amsterdam nooit echt een probleem,” vatte oud-wethouder Eric van der Burg de financiële positie van de stad weleens samen. Dat klopt, op een begroting van ruim 5 miljard euro zijn altijd veel onbenutte potjes en reserves waarmee gaten kunnen worden gedicht.

Toch vergde het dit voorjaar meer boekhoudkundige acrobatiek dan anders om de begroting van 2020 sluitend te krijgen.

Van creatief boekhouden wil wethouder Financiën Udo Kock (D66) niet beschuldigd worden, de voormalig IMF-econoom heeft het liever over financial engineering. “Het op orde brengen van de openbare ruimte, zoals kades, straten en bruggen, neemt dit jaar een flinke hap uit het budget. Daar heb ik wel even over moeten nadenken.”

Voor het eerst in jaren heeft Kock te maken met serieuze krapte. Ondanks de geweldig draaiende economie zaten er voor Amsterdam en veel andere gemeenten flinke tegenvallers in de boeken. Er komt veel minder geld vanuit het rijk, er is veel meer vraag naar jeugdzorg waardoor deze budgetten met tientallen miljoenen werden overschreden. Min 200 miljoen euro was de beginstand.

En daar moeten de broodnodige investeringen om de enorme groei van de stad te begeleiden – denk aan handhaving en uitbreiding van voorzieningen – nog bij worden opgeteld.

Kademuren en oevers

Bovendien heeft Amsterdam een deel van het probleem zelf veroorzaakt, erkent Kock. “Je kunt niet één wethouder, één afdeling of één partij de schuld geven, maar in de afgelopen decennia is er gewoon niet goed genoeg voor cruciale onderdelen van de stad gezorgd. Dat gold eerder voor de financiën, nu zie je dat ook terug in de openbare ruimte.”

De komende jaren moeten honderden kilo­meters kademuren en oevers gerenoveerd worden. Simpelweg omdat er lang geen rekening mee was gehouden dat een kade of brug over de grachten slijt, en uiteindelijk instort als die niet gerenoveerd wordt. PvdA-wethouder Sharon Dijksma krijgt een reservefonds met daarin het astronomische bedrag van 290 miljoen euro om de hersteloperatie met prioriteit te beginnen. Jaarlijks wordt daar 15 miljoen euro bijgestort. Dat geld gaat voor het overgrote deel naar herstel van bruggen en kades, maar is ook bestemd voor ander achterstallig onderhoud in de stad.

Geen overbodige luxe, aangezien dit jaar al drie stukken langs de grachten zijn afgesloten wegens instortingsgevaar. Kock: “Dit is het grootste bedrag dat ik als wethouder Financiën ooit heb moeten reserveren voor één probleem.” Hij verwacht niet dat het bij 290 miljoen blijft.

De vulling van dat fonds is een typisch voorbeeld van Amsterdams boekhouden. Het geld dat opzij gezet was voor de bouw van de Javabrug over het IJ hevelt Kock over. De Javabrug kan later betaald worden door geld op de kapitaalmarkt op te halen via een lang­jarig investeringsprogramma. Kock belooft dat de investeringsruimte die de brug inneemt niet ten koste gaat van andere projecten. Ook verkoopt de stad vastgoed om het fonds te vullen.

Schiphol

Een andere opvallende manier waarmee Kock budget vrijspeelt, is door iets minder geld opzij te zetten voor toekomstige prijsstijgingen van spullen en diensten die de gemeente nodig heeft. De invoering van deze ‘nominale compensatie’ was de afgelopen jaren juist een grote trots van Kock, zodat financiële schommelingen werden voorkomen. Door daar in 2020 minder geld voor opzij te zetten dan de bedoeling was, houdt hij budget over om gaten op te vullen.

Naast de sanering van het ambtelijk apparaat à 51 miljoen euro zijn er ook nog meevallers. De stad profiteert van de hoge vastgoedprijzen, onder meer de ontwikkeling van de Zuidas levert zo veel op dat in 2020 eenmalig 50 miljoen euro extra afgeroomd kan worden. Ook de aanhoudend lage rentestand levert miljoenen euro’s op, net als de groei van Schiphol.

Hoe hoog de nood ook is gestegen, in die enorme Amsterdamse begroting zit altijd nog wel ergens ruimte. Kock ontdekte dat veel investeringen die ooit zijn goedgekeurd vaak maar gedeeltelijk benut zijn. Elk jaar is een surplus, om in het volgende boekjaar uit te geven. Dat levert dit jaar 22 miljoen euro op, en 25 miljoen in 2020. Mazzel, maar vooral het bewijs dat Amsterdam een stad is waar het geld, zelfs in zware tijden, geen probleem is.

Beeld Jet De Nies
Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met Het Parool?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van Het Parool rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@parool .nl.
© 2019 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden