Plus Geschiedenis

Zo ging het er aan toe op katholieke meisjesschool Fons Vitae

Het moederschap was het ideaalbeeld, maar de zusterdocenten van het latere Fons Vitae, de eerste katholieke school voor meisjes mét een hbs, hamerden ook op een gedegen opleiding en een eigen carrière.

De RK HBS voor Meisjes ging in 1914 met 26 leerlingen van start. Vanaf 1951 luidde de naam Fons Vitae, ‘bron van het leven’. Jongens waren vanaf 1970 welkom op de school.

Een klassenfoto uit de jaren twintig met ­negen roomse meisjes in de schoolbanken ­tekent de sfeer: een streng kijkende zuster in nonnengewaad voor de klas en een kruis aan de muur. De zuster-­docent staat voor de kaart van Nederlands-Indië, waar de Francis­canessen van Heythuysen veel missieposten hadden.

Met deze foto begint Marieke Smit, die Nederlands en geschiedenis heeft gestudeerd, de ­inleiding van haar proefschrift In deugd en ­wijsheid groeien, waarvoor zij drie door zusters geleide meisjeslycea uit de jaren 1914-1968 heeft onderzocht. Het Fons Vitae was een van die scholen.

De Zusters Franciscanessen van Heythuysen begonnen in 1914 in een woonhuis aan de Vondelstraat 35 een school voor katholieke meisjes uit de betere kringen. Ruim tien jaar later, in 1925, stond er een grote nieuwe school aan de Reijnier Vinkeleskade, met een zusterhuis en een kapel. ‘Haar torentje en kapelramen doen aan als een Roomsche verrassing te midden van het koud- en brutaal-imposante van een nieuwe stadswijk’ schreef het katholieke dagblad De Tijd.

In het trappenhuis was een glas-in-loodraam van Han Bijvoet geplaatst, met afbeeldingen die godsvrucht, vrouwelijkheid en verstande­lijke ontwikkeling uitbeeldden. Elke ochtend om acht uur begonnen de leerlingen met een verplicht misbezoek.

De school hanteerde strenge kledingregels – geen pantalon, geen blote benen, mouwen ‘tot over den ellenboog’ en blouses ‘tot aan den hals’ – en gaf beleefdheidslessen. In de gangen moesten de leerlingen zwijgen en op de trap moesten ze tegen de leuning gedrukt stilstaan als de rectrix passeerde.

Contact tussen jongens en meisjes was ver­boden. ‘Als er in de tram een jongen tegen je lachte, moest je zeggen: Heer, spaar me deze bekoring,’ aldus oud-leerling Terwijn-van Straaten, gymnasiaste van 1929 tot 1935, in het proefschrift.

Naast een gedegen katholieke opvoeding was het onderwijs het andere speerpunt van de school, waar aanvankelijk een derde van het docentenkorps zuster was. Een goedopgeleide moeder kon haar kinderen immers beter ­begeleiden. Ook zou de band met haar man ­inniger zijn als een vrouw een zekere mate van verstandelijke ontwikkeling bezat en een gedegen opleiding had genoten.

De geboden opvoeding stond deels op gespannen voet met het onderwijs, schrijft u in uw proefschrift.

“Vrouw zijn en tevens een goede katholiek, dat was belangrijk bij de vorming van de leerlingen. Maar de opleiding was net zo belangrijk. Meisjes werd aangeraden carrière te maken. Zuster Hildegarde spoorde de meisjes in een schoolkrantartikel uit 1948 bijvoorbeeld aan de ­politiek in te gaan, in navolging van hun oud-­docente Agnes Nolte. Noblesse oblige. Leer­lingen worstelden soms met die twee doelen.”

Ook leefde de opvatting dat studeren niet iets voor meisjes was. Toch ging bijna 60 procent van de leerlingen tussen 1930 en 1940 naar de universiteit, in de jaren zestig zelfs ruim 70 procent. Wat studeerden zij?

“In de jaren dertig waren de studies geestes­wetenschappen, rechten en geneeskunde ­populair. Later, in de jaren zestig, waren dat vooral de sociale wetenschappen. Anderen ­gingen naar de School voor Maatschappelijk Werk, de secretaresseopleiding, de kunst­academie of ze werden bibliothecaresse. Slechts een enkeling koos voor het klooster­leven.”

De leerlingen kregen drie uur gymles van de niet-katholieke lerares Jo de Boer, die in 1921 was aangesteld. Zij mocht zich niet met de leerlingen bemoeien, maar kreeg wel alle ­ruimte, schrijft u. Waaruit bestond die ruimte?

“De school was bang voor haar heidense ­invloed. Ze mocht zich daarom niet bemoeien met de leerlingen, maar ze kreeg in haar lessen wel de vrije hand. De Boer richtte zich in die ­lessen niet alleen op sierlijkheid en samenspel, eigenschappen die voor meisjes belangrijk werden gevonden, maar ook op durf, kracht en doorzettingsvermogen. De leerlingen turnden op de brug, hingen in de ringen en klommen in de touwen. De Boer kreeg het gedaan dat in een bepaalde periode de rokken voor het sporten net boven de knie mochten komen.”

Hoe verging het de katholieke signatuur?

“Door de schaalvergroting veranderde die, al was het om pragmatische redenen. Toen het leerlingenaantal steeg en de kapel te klein werd, werd dat misbezoek vanaf begin jaren vijftig teruggebracht tot een keer per week. De katholieke blik werd breder. Men besteedde aandacht aan de wereldproblemen, hield inzamelingen voor arme kinderen en deed mee aan voettochten van Pax Christi. Alles vanuit de zorg voor de medemens.”

Het archief van Fons Vitae lag verspreid door de school. Op zolder vond u in een stel oude kasten allerlei documenten. Wat stond daarin?

“In de kasten lagen schoolreglementen, roosters, verslagen van vergaderingen, personeelsdossiers, leerlingenkaarten, toespraken, jubileumboeken, schoolkranten, brieven van ouders en van de onderwijsinspectie. Alle jaargangen van de schoolkrant Knoppen, die vanaf 1921 ­begon, vond ik er terug.”

Wat leverde de schoolkrant aan inzichten op?

“De schoolkrant stond onder toezicht van zuster Xaveriana, die ongewenste bijdragen moest voorkomen. De leerlingen schreven er zelf bijvoorbeeld verslagen van sportdagen in. Soms een gedichtje. Heel brave, soms onnozele verhaaltjes. Maar ook stonden er aankondigingen in over oud-leerlingen die trouwden of een kind hadden gekregen.”

U hebt oud-leerlingen, oud-docenten en ook zusters geïnterviewd. Welk beeld kreeg u van de school?

“Hun verhalen vormen een veelkleurig palet. Waar de ene leerling het een streng regime vond, koesterde de ander enkel mooie herinneringen. Al met al kreeg ik een beeld van een warme school met betrokken docenten. Je was daar een persoon die werd gezien.”

Fons Vitae

- De school is in 1914 door de zusters van Heythuysen in Amsterdam opgericht als eerste katholieke middelbare school voor meisjes in Nederland met een driejarige hbs-opleiding. Zuster Xaveriana Mohr had de leiding over de school, die in het eerste jaar met 26 leerlingen van start ging. Later, in 1917, kreeg de school een vijfjarige hbs, wat toegang gaf tot de universiteit. Vanaf 1926 kwam er ook een gymnasium.

- De school heette aanvan­kelijk RK HBS voor Meisjes en kreeg in 1951 de naam Fons Vitae (‘Bron van het leven’).

- De meeste leerlingen woonden binnen de grachtengordel of kwamen uit betere buurten rondom het Vondelpark en in Oud-Zuid. Er zaten telgen uit bekende katholieke families, zoals de bankiersfamilie Van Cranen­burgh en het apothe­kers­geslacht Bouvy. Een aantal leerlingen kwam van buiten en verbleef tot 1937 in het eraan verbonden internaat.

- Het gebouw, dat destijds een half miljoen gulden (nu zo’n 3,8 miljoen euro) had gekost, was gebouwd ‘op de groei’, schrijft Smit. En dat was wel nodig. Het leerlingenaantal steeg gedurende de jaren. In 1968, na de invoering van de Mammoetwet, telde het Fons Vitae bijna duizend leerlingen, zowel meisjes als jongens – die waren vanaf 1970 welkom.

- Dat jaar telde Fons Vitae nog slechts acht zusters. In 1980 nam de laatste zuster afscheid.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met Het Parool?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van Het Parool rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@parool .nl.
© 2019 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden