PlusExclusief

Zo blijven de jongens van de Wildemanbuurt weg van de criminaliteit

Weerbaarheidstraining is een belangrijk onderdeel van de hulp aan de kinderen in de Wildemanbuurt Beeld Sophie Saddington
Weerbaarheidstraining is een belangrijk onderdeel van de hulp aan de kinderen in de WildemanbuurtBeeld Sophie Saddington

In de Wildemanbuurt is de kans groot dat kleine jongens uitgroeien tot criminelen. Hulpverlener Aswin Jurhawan (34) ziet het voor zijn ogen gebeuren. ‘Als je in je jeugd geen liefde hebt gekregen, ga je die liefde buiten zoeken.’

David Hielkema

De jongen pakt de voetbal tussen de twee geparkeerde auto’s op, kijkt op naar zijn klasgenoot en schiet de bal met een loepzuivere pass terug. Dan loopt hij – hoofd wat omlaag, rode jas aan, bruine trainingsbroek, Filatasje op de rug – richting Aswin Jurhawan (34). “Hoi meester,” zegt de 11-jarige enigszins verlegen, maar met een lach. De twee geven elkaar een boks. “Hé Senior, hoe gaat het?” vraagt Jurhawan. “Weet je waar Junior is?”

Het is dinsdagmiddag iets na half drie op het schoolplein van IKC Het Talent in Nieuw-West. Kinderen stormen het schoolgebouw uit, ouders staan klaar om ze op te vangen. Hier in het hart van de Wildemanbuurt is de segregatie binnen Amsterdam goed te zien – op het schoolplein zijn weinig witte Nederlanders te bekennen. Ja, de juffen en meesters.

Junior komt iets later naar buiten. Het mondkapje bungelt wat onder zijn kin, zijn schoenen lijken te groot en ook hij draagt een Filatas – die hij laag onder zijn kont laat hangen. “Hoi,” zegt de 10-jarige jongen. “We gaan vandaag geen squats doen, toch meneer?” Jurhawan: “Ja wel.” Junior: “Maar meester…”

Aswin Jurhawan werkt als hulpverlener binnen Stichting Ouder- en Kindteam (OKT) in Osdorp. Het OKT helpt kinderen, jongeren en hun ouders als het niet goed met ze gaat – bijvoorbeeld omdat ze eenzaam zijn, snel agressief worden of ineens met drugs of een wapen naar school komen. Geen onrealistisch scenario, bleek uit een onlangs gepubliceerd rapport over de Wildemanbuurt. Uit een analyse van wetenschappers en de politie blijkt dat 156 bewoners een ‘hecht, gesloten crimineel netwerk’ vormen waarin jongeren ‘doorgroeien’.

Mix van zweet en urine

De wandeling leidt van IKC Het Talent naar de Groene Kikker, een groot gebouw in Osdorp dat twee basisscholen en het OKT huisvest. Daar gaan de jongens in een groep van acht een uurtje kickboksen – al is het vooral een manier om een vertrouwensband met ze op te bouwen, zegt Jurhawan, daarna volgen andere hulpvragen. “We helpen ze met individuele gesprekken, weerbaarheidstraining, faalangst- en competentietraining. We proberen preventief in te grijpen.”

Agressieproblemen bij Junior en Senior waren signalen voor de docenten om vorig jaar het OKT in te schakelen. Allebei werden ze snel boos, soms uit het niets. En ze waren snel afgeleid. De hygiëne was een ander probleem. Niet elke dag douchen. Onderbroeken die dagen aanbleven – gewoon omdat ze thuis niet gewassen werden. Het klaslokaal dat naar een mix van zweet en urine stonk. Niemand die meer naast de jongens wilde zitten.

Junior slentert wat achter zijn broer en de meester aan, terwijl hij op zijn telefoon een voetbalspelletje speelt. De anderen praten met elkaar – over school, hoe het thuis is en het gaat over voetbal. Senior: “Ik mocht vorige week meetrainen bij Feyenoord. Als keeper. Het ging best goed.”

Het is zijn droom om profvoetballer te worden. Talent heeft ie ook, al kon hij vorig jaar een tijdje bij zijn eigen Amsterdamse club niet spelen omdat zijn moeder het niet goed geregeld had met zijn contributie. De rekeningen stapelden zich op, de schuld werd groter en het lidmaatschap werd ingetrokken – inmiddels knijpt de Amsterdamse clubleiding een oogje toe.

De kwartier durende wandeling leidt ook langs hun driekamerappartement. Vader is niet meer in beeld, moeder slaapt op een matje in de woonkamer, vijf kinderen in de twee kleine slaapkamers. Bijstandsuitkering. Armoede.

Aswin Jurhawan werkt als hulpverlener binnen Stichting Ouder- en Kindteam (OKT) in Osdorp. Beeld Sophie Saddington
Aswin Jurhawan werkt als hulpverlener binnen Stichting Ouder- en Kindteam (OKT) in Osdorp.Beeld Sophie Saddington

Onderwijs wordt bijzaak

Het verhaal van Junior en Senior staat niet op zichzelf in de Wildemanbuurt, die 4944 bewoners telt. Lang is de wijk verwaarloosd door de gemeente en corporaties. Een uitzichtloos bestaan voor velen, zegt Jurhawan. Hier zit 17,4 procent in de bijstand, in heel Amsterdam is het 6,7 procent. Ruim eenderde van de bewoners leeft van een laag inkomen: alleenstaande ouders verdienen maximaal 1294 euro per maand, voor stellen met kinderen is dat 1849 euro.

De armoede is ook terug te zien in het opleidingsniveau. Jurhawan krijgt niet vaak te horen dat kinderen zich zorgen maken of ze wel een havo- of vwo-advies krijgen. Nee, hier gaat het over vmbo-t en vmbo-k. Dommer zijn ze niet, benadrukt de hulpverlener meermaals, maar de kinderen hier hebben andere zorgen, waardoor onderwijs al snel vaak een bijzaak wordt. De cijfers laten het ook zien: in de Wildemanbuurt is 50 procent laagopgeleid, het Amsterdams gemiddelde is 23 procent.

Senior gaat volgend jaar naar de middelbare school. Over een paar maanden de Cito-toets, daarna een school uitkiezen. Van het Barlaeus of Vossius heeft hij niet gehoord. Het Calandlyceum uit Nieuw-West ligt het meest voor de hand. Hij maakt zich zorgen, zegt hij: wordt het kader of de theoretische leerweg? Jurhawan: “Als iets moeilijk is, wat doe je dan?” Junior: “Inademen en naar boven kijken.”

Via de Osdorperban passeren ze de andere basisschool in de Wildemanbuurt, de Lukasschool. Junior geeft een jongetje dat voorbijloopt een boks. Hoe ze elkaar kennen? “Gewoon, uit de buurt.” Een brug over, de aangrenzende buurt Zuidwestkwadrant Osdorp Noord in. Een nieuwe naam, vergelijkbare problematiek. Ze wandelen langs een Cruyff Court en zien niet veel later een groot groen gebouw verrijzen. Tijd om te kickboksen.

Monkey see, monkey do

Binnen het OKT werken ‘adviseurs’ zoals Jurhawan: zij zijn het eerste aanspreekpunt voor scholen. Regelmatig zijn ze op scholen door de hele stad aanwezig – als corona het toelaat. De adviseurs gaan ook langs bij de kinderen thuis. Jurhawan: “Binnen is het soms echt schrikken. Vies. Slecht geïsoleerd. In de winter tocht het veel. De hoge gasprijzen, ga er maar aanstaan.”

Bij de huisbezoeken maken ze ook kennis met de ouders, broers en zussen, om te zien hoe de leefsituatie is. De gastvrijheid valt hem vaak op – ondanks de financiële situatie delen veel bewoners graag eten en drinken en laten ze hulpverleners zich thuisvoelen. Schrijnende situaties ziet hij ook – dan moet Veilig Thuis worden ingeschakeld, andere keren verwijzen ze door naar andere zorgverleners, of ze bieden zelf jeugdhulp.

De kinderen bij OKT hebben vaak ook trauma’s. Senior, bijvoorbeeld, heeft een keer per ongeluk zijn huis in brand gestoken toen hij zat te spelen met een aansteker. Zijn wekelijkse bezoek bij de Groene Kikker gaat dan ook gepaard met een gesprek met de jeugdpsycholoog. In stapjes werken ze zodat hij zich weer veiliger voelt in het huis waar hij woont – dat wel opgeknapt is, maar nog steeds veel traumatische herinneringen oproept.

Hun moeder heeft ook veel aan haar hoofd. Vanuit het OKT wordt hulp voor haar ingeschakeld, zowel psychisch als financieel. Regelmatig komt ze haar afspraken niet na, net zoals de kinderen vaak niet kwamen opdagen voor het kickboksen, zegt Jurhawan. “Monkey see, monkey do. Daarom heb ik ook gezegd: ik haal elke week die jongeren op, neem ze mee en heb als einddoel dat ze zelfstandig worden.”

‘Goed zo, je kan het’

Junior drinkt chocolademelk als de andere jongens die komen kickboksen binnenlopen. De meesten kennen elkaar – en ze geven allemaal een boks. Een kleine jongen, uit Belarus, is nieuw.

De boksspullen worden uitgedeeld; iedereen krijgt het bitje waar zijn naam op staat. De jongens stuiteren met elkaar door het klaslokaal heen, opgewonden, totdat Jurhawan tot stilte maant. “Jullie weten het, hè? Zachtjes naar boven. In een rij.” Iedereen luistert braaf – en ze vinden hun weg naar de gymzaal.

Eén van de jongens is hier wegens woedeaanvallen – hij vindt het moeilijk om met zijn emoties om te gaan. Een andere jongen dreigt de criminaliteit in te gaan. “Lief en lachen, maar je achter je rug uitschelden,” zegt Jurhawan later. Weer een ander heeft te kampen met een laag zelfbeeld. “Ik maak me echt zorgen. Hij is al jaren in beeld hier, heeft veel overgewicht, wordt al tijden enorm gepest. Ik zie al bepaalde veranderingen: iemand die altijd teruggetrokken was, maar nu niet meer. Hij vecht niet meer als hij gepest wordt, maar gaat naar de juf. Voeding is het volgende waarover we het gaan hebben, met de ouders.”

In het midden van de gymzaal vormen ze een cirkel. Het gaat over focussen en wat daarvoor nodig is. Een warming-up. Terug naar de cirkel; Jurhawan vraagt hoe ze met tegenslagen omgaan. Dan push-ups en squats. Weer in de kring met elkaar praten – nu gaat het over doelen in het schooljaar. “Het begint bij jezelf, als je echt in jezelf gelooft en investeert, kan je jezelf nooit verwijten later: had ik maar,” zegt de meester. Dan volgen weerbaarheidsoefeningen. Junior moedigt de jongen met overgewicht aan. “Goed zo, je kan het,” zegt hij. “Zo ken ik je. Power.” Weer met elkaar in een kring. Weer sparren. Ruim een uur gaat het zo door.

Diefstallen, jeugddetentie, enkelband

Jurhawan geeft op maandag ook weerbaarheidstrainingen voor meisjes. “Criminaliteit zien we minder, maar er is veel problematiek als depressie en misbruik. Als een jongen een meisje vraagt om hem oraal te bevredigen, durven velen geen nee te zeggen. Als je niet van kleins af aan weerbaar leert te zijn, neem je dat later mee. Als je in je jeugd geen liefde hebt gekregen, ga je die liefde buiten zoeken. Het gebeurt helaas heel vaak.”

Wat hij de jongens en meisjes wil meegeven: geloof in jezelf. Wat er ook gebeurt, in welke leefomstandigheden ze ook leven. Continu die mantra herhalen. Je hebt het zelf in de hand, je bent een uniek mens, je bent niet voor niets op deze wereld gekomen. “Die gesprekken hebben we vooraf individueel ook met ze gehad en blijven we hebben. Het praten tijdens de training is een herhaling ervan, bewustwording. Je ziet ze ook ontwikkelen, dat is de bedoeling. Handvatten geven voor op school, thuis, op voetbal.”

Het gaat ook steeds beter met Junior en Senior, zegt Jurhawan. Tijdens de lessen doen ze gewoon mee, ze moedigen anderen aan, geen vechtpartijen meer. Minder vaak boos zijn, beter in de klas opletten. De rapporten zijn beter. Het kwartje valt, zegt de meester. “Hopelijk houdt dat stand. De top bereiken is makkelijk, in stand houden het moeilijkste.”

Iets na vijf uur verlaten de jongens het pand. Junior en Senior lopen in het donker terug naar hun driekamerappartement. Jurhawan weet dat de uitdagingen daar op de straat liggen. Niemand is gered met een paar uur OKT. Deze week kreeg de adviseur nog een belletje van een moeder, met wie goed contact is. Vier jaar geleden begeleidde hij haar zoon. Maar het is echt gebeurd, kreeg hij te horen, de jongen is in de criminaliteit beland. Zeventien jaar, straatroven gepleegd, iemand neergestoken. Diverse diefstallen. Jeugddetentie. Enkelband.

Een leven dat voor Junior en Senior even goed mogelijk is, zegt Jurhawan. “Je moet ook eerlijk en realistisch zijn: ik heb geen toverstaf. We kunnen niet iedereen redden.”

De echte namen van Junior en Senior zijn bekend bij de redactie.

De Wildemanbuurt. Beeld Sophie Saddington
De Wildemanbuurt.Beeld Sophie Saddington

De Wildemanbuurt
Van de vijfduizend bewoners van de Wildemanbuurt vormen er 156 een hecht, gesloten crimineel netwerk, waarin families soms de spil zijn. Uit het onlangs verschenen rapport Misdaadcarrières voorkomen en doorbreken , een analyse van wetenschappers en de politie over de Wildemanbuurt, rijst een ontluisterend beeld. Het criminele netwerk bestaat uit 147 jongens en mannen en 9 vrouwen, met leeftijden tussen de 16 en 52 jaar. De meesten hebben Marokkaanse wortels, anderen Turkse.

De afgelopen drie jaar waren deze 156 betrokken bij 2955 door de politie geregistreerde incidenten (gemiddeld bijna 19 per persoon). In totaal hebben ze 1810 antecedenten (gemiddeld 12 per persoon). Veelal gaat het om vermogensmisdrijven als berovingen en diefstallen (47 procent), geweld (16 procent) en voertuigcriminaliteit zoals de diefstal van auto’s, motoren en scooters (9 procent). In 19 gevallen gaat het om betrokkenheid bij liquidaties of andere moord en doodslag.

Burgemeester Femke Halsema zei tegen de gemeenteraad dat de situatie in de Wildemanbuurt niet uniek is. “Dit komt ook voor in andere wijken. Het onderzoek is wel uniek.” Ook benadrukte Halsema dat ‘het overgrote deel’ van de bewoners een positieve bijdrage levert aan de buurt. Ze zei vertrouwen te hebben in het Masterplan Nieuw-West dat in de maak is. “Dat richt zich op het duurzaam terugdringen van de grote achterstanden, tegenstellingen, ongelijkheid en gebrek aan perspectief. Op de achtergrond speelt dat een rol bij het ontstaan van dit soort criminele netwerken. Het kost tijd en veel inzet.”

Los van het Masterplan zijn er volgens de burgemeester nu ook genoeg ‘duidelijke aanknopingspunten voor interventie in het (boven)lokale criminele netwerk’, al heeft dit nog tijd nodig. Ze belooft actie te ondernemen.

Wat doen de Ouder- en Kindteams?
Ouders, kinderen, jongeren en ook professionals die met jeugd werken, kunnen bij de Ouder-en Kindteams terecht met vragen en zorgen over opvoeden en opgroeien. Dat kan dichtbij: Amsterdam telt door hele stad 22 Ouder- en Kindteams. Daar werken jeugdhulp en jeugdgezondheidszorg onder een dak. Hier werken ongeveer 800 professionals nauw samen, ieder met een diverse expertise: van Ouder- en Kindadviseurs, jeugdpsychologen en jeugdartsen tot jeugdverpleegkundigen.

Net als andere zorginstellingen heeft ook de Ouder- en Kindteams vacatures, zegt een woordvoerder. “We merken dat het moeilijker is om personeel te werven. Naast het algemene tekort in de zorg komt dit door de krapte op de woningmarkt in Amsterdam; we zien dat mensen bij het stichten van een gezin wegtrekken uit de stad en nabij een baan zoeken.”

De coronacrisis heeft vooralsnog niet gezorgd voor een grote toename in het aantal jeugdhulptrajecten. Wel ziet het OKT een toename in vragen en korte adviesgesprekken. Een woordvoerder: “Daarbij zijn de problemen die we zien complexer: jongeren die kampen met somberheid, eetstoornissen of overgewicht. De hulp die we bieden duurt langer en gezinnen komen vaker terug. Wat ook een rol speelt is dat de Ouder- en Kindadviseurs zoveel mogelijk op scholen en in de wijken werken. Door de lockdowns kunnen zowel ouders als Ouder- en Kindadviseurs minder op school aanwezig zijn, waardoor we wellicht niet alles zien.”

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met Het Parool?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van Het Parool rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@parool .nl.
© 2022 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden