PlusAchtergrond

Zijn gezin vermoord door de nazi’s: het loodzware leven van marktkoopman Samuel Zoute

Joodse marktkooplieden uit Amsterdam mochten in de oorlog vanaf 1941 hun waren alleen verkopen op een van de drie ‘Joodse markten’. Dit is het verhaal van een van hen: de Amsterdamse fruit- en groenteventer Samuel Zoute, vader van vier kinderen.

Hanneloes Pen
Joodse markt aan de Gaaspstraat april/mei 1942. Beeld Stichting Kindermonument
Joodse markt aan de Gaaspstraat april/mei 1942.Beeld Stichting Kindermonument

De Joodse Samuel Zoute, geboren 1908, uit de Louis Bothastraat in de Transvaalbuurt wist als fruit- en groenteventer wat sappelen was. Al jaren voor de oorlog verkocht hij afwisselend groente en fruit of vaste en potplanten op de Albert Cuyp. Van zijn handel kon Zoute, vader van vier kinderen, in de crisisjaren nauwelijks rondkomen. Dikwijls vroeg hij de gemeente om handelsgeld, kleding en schoenen, omdat een partij fruit in de strenge wintermaanden weer eens bevroren was.

In 1931 deed hij een aanvraag voor een ledikant en beddengoed. ‘De ligging der kinderen is zeer tochtig,’ schreef de ambtenaar van het Gemeentelijk Bureau Maatschappelijke Steun. Zoute kreeg een eenpersoonsledikant en een wollen deken nadat hij in het kantoor aan de Linnaeusparkweg nogal wat spektakel had gemaakt.

Enkele jaren later kreeg een van zijn zoontjes ook nog een ‘bovenbroek, blouse, cape en een paar schoenen’. De aanvraag was bij de steunverlener ingediend door de Vereeniging tot uitzending en verpleging van ziek-zwakke en prae-tuberculeuse kinderen.

In december 1933 klopte Zoute bij het Crisis-Comité aan om een ‘jekker’ en een paar schoenen. Volgens de steunverlener kon Zoute de jekker die hij een jaar eerder al had gekregen nog wel aan. De jekker was ‘nu wel stuk’ maar kon ‘door reparatie in orde komen’. Uiteindelijk kreeg hij 4,45 gulden voor een paar werkschoenen en eventueel een nieuwe jekker.

In 1939 schreef Zoute een brief aan het Gemeentelijk Bureau Maatschappelijke Steun waarin hij opnieuw om handelsgeld vroeg. De ambtenaar kwam ter controle bij het gezin Zoute thuis en trof Samuel niet aan. Het handelsgeld, om koopwaar aan te schaffen, werd hem daarop geweigerd.

Géén huishoudelijke artikelen

Zoute liet het er niet bij zitten. Op advies van de kooplieden- en marktkramersbond Mercurius klom hij in de pen en schreef: ‘Het levensonderhoud is duurder geworden en de verdienste slechter. Ik wou geen steun hebben om reden als dat mijn zenuwe gestel dat niet toe laat om alle dagen niets te doen.’

Een jaar later, in 1940, kregen drie van zijn kinderen, Simon (12) , Rachel (11) en Abraham (7), nog eens ‘schoolschoenen’.

Zoute was niet de enige marktkoopman die moest buffelen. Veel venters en marktkooplui konden nauwelijks rondkomen. Ze woonden dikwijls ook onder barre omstandigheden.

De situatie werd nog schrijnender. In 1941 mochten de Joodse marktkooplui van de Duitse bezetter niet meer op de reguliere markten staan. Joden mochten alleen nog hun koopwaar aanbieden op speciaal daarvoor ingestelde Joodse markten in de speeltuinen in de Gaaspstraat in Zuid, het Waterlooplein en de Joubertstraat in Oost. Deze markten waren alleen toegankelijk voor Joden, die hun boodschappen niet meer in de bestaande winkels mochten doen.

Duizend Joodse marktkooplui deden eind oktober 1941 een aanvraag voor een kraam. Zoute wilde net als de meeste andere Joden graag een plek op de Gaaspstraat, omdat dit de buurt met de grootste koopkracht was. Hij kreeg een plek en stond er vier tot vijf dagen per week met zijn handel in groente en fruit.

De Joden mochten op deze markten niet alles verkopen. Zo was bijvoorbeeld de verkoop van huishoudelijke artikelen verboden. Ze mochten alleen levensmiddelen, vis en textiele waren verkopen.

De markten bleven tot 1943 bestaan, daarna werden ze opgeheven. De meeste Amsterdamse Joden waren toen al gedeporteerd en vermoord in een van de kampen.

De Joodse markt in de oorlog op het Waterlooplein. Beeld Lotty's bankje
De Joodse markt in de oorlog op het Waterlooplein.Beeld Lotty's bankje

Sonderkommando

Ook het gezin Zoute was in oktober 1943 opgepakt. Samuels vrouw Doortje en zijn drie jongste kinderen werden direct na aankomst in Auschwitz op 22 oktober 1943 vermoord in de gaskamers. De oudste 16-jarige zoon Maurits werd geselecteerd voor arbeid in het kamp.

De 35-jarige Samuel belandde in het Sonderkommando in Auschwitz, zo ontdekte Bart Nauta in 2015 voor zijn onderzoek naar Nederlanders in het Sonderkommando in Auschwitz-Birkenau. Nauta deed dat onderzoek voor zijn bachelor Geschiedenis aan de Universiteit van Amsterdam en het Niod. De SS’ers dwongen sterke Joodse mannen bij dat Sonderkommando te gaan. De leden moesten de lijken uit de gaskamers halen, van haren en gouden tanden ontdoen en cremeren in de ovens of verbrandingskuilen. Een loodzware, onmenselijke klus.

Zoute vond zijn inmiddels 17-jarige zoon Maurits tussen de vergaste lichamen. Hij heeft hem eigenhandig moeten cremeren, vertelde hij aan Sam de Hond, een Joodse Amsterdammer die Joodse families uit de Hollandsche Schouwburg smokkelde.

Kort voordat Auschwitz werd bevrijd, op 27 januari 1945, ging Zoute met de andere gevangenen te voet mee op dodenmars naar andere concentratiekampen. Zoute kwam in Mauthausen terecht en stierf daar enkele maanden voor de bevrijding van het kamp, door ziekte of uitputting.

Informatie gezocht over de marktkooplieden

Joodse marktkooplieden mochten hun waren vanaf 1 november 1941 niet meer verkopen op de reguliere markten in Amsterdam. De Duitse bezetter richtte voor hen speciale Joodse markten op waar ook alleen Joden nog boodschappen mochten doen. Schrijver Claudia Carli en leerkracht Sarah Oostenbrink zijn onlangs een onderzoek gestart naar de ongeveer zeshonderd Joodse marktkooplieden die op een van de Joodse markten hun waar – textiel, vis of levensmiddelen – aanprezen. Aan de hand van marktkaarten, aanvraagkaarten, gezins- en woningkaarten, en het archief van de Sociale Dienst uit het Stadsarchief worden deze marktkooplui over twee jaar geportretteerd op een speciale themasite van het Stadsarchief en een daaraan gekoppelde expositie.

De drie markten waren in de voormalige speeltuinen van de Gaaspstraat in Zuid, op het Waterlooplein en de Joubertstraat in Oost. Ze werden in de zomer van 1943 weer opgeheven. De onderzoekers doen een oproep aan mensen die meer informatie hebben over de voormalige marktkooplieden op een van de markten.

Woensdag 3 november wordt om 12.30 uur een herdenking gehouden in de kinderspeeltuin van de Gaaspstraat waarbij alle Joodse slachtoffers uit de Rivierenbuurt worden herdacht.

Over de markt op de Gaaspstraat bestaat een filmpje uit de oorlog (onderaan dit artikel).

Wilt u belangrijke informatie delen met Het Parool?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van Het Parool rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@parool .nl.
© 2022 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden