PlusReportage

Zij krijgen hulp met de CoronaCheckapp: ‘Het zijn niet alleen ouderen’

Shady Kasas geeft in Cybersoek een cursus QR-code maken. Beeld Dingena Mol
Shady Kasas geeft in Cybersoek een cursus QR-code maken.Beeld Dingena Mol

Zonder coronatoegangsbewijs kom je restaurants, cafés of bioscopen niet meer binnen. Mensen die moeite hebben met de CoronaCheckapp krijgen hulp bij Cybersoek in Oost. ‘Het zijn niet alleen ouderen.’

De 44-jarige Shady Kasas heeft een stappenplan opgezet om iedereen die het nodig heeft te begeleiden naar een printje van de coronapas. Zeven stappen, waarin elke klik wordt uitgelegd, inclusief screenshots van elke pagina die passeert, met duidelijke pijlen erbij. “Mensen moeten er een beeld bij hebben, anders snappen ze de instructie niet.” Twaalf jaar geleden heeft Kasas zijn leven – met eigen it-bedrijf – moeten achterlaten vanwege de Syrische burgeroorlog. Inmiddels geeft hij ruim drie jaar les bij Cybersoek in Oost. Het doel nu: iedereen die het nodig heeft helpen die QR-code tevoorschijn te toveren op de telefoon.

Vandaag is Nora Adardor (37) langsgekomen. “Ik kom hier uit de wijk, maar ik ben niet zo goed met computers. Voor die app moet je een Digid aanvragen, dat duurt dan weer een paar dagen. Het is lastig.” Adardor vindt dat er vanuit de overheid meer aandacht mag komen voor mensen die digitaal onkundig zijn.

Een andere bezoeker, Huibert Teekens (49), heeft een heel ander probleem. De CoronaCheck app wil niet downloaden op zijn iPhone 6, daarvoor moet hij het systeem updaten. Maar zijn telefoon heeft daarvoor te weinig geheugen. “Zo worden mensen met oude telefoons buitengesloten. Wat moet ik doen? Een nieuwe kopen? Andere apps doen het wel gewoon. De overheid moet een app creëren die op alle telefoons toegankelijk is, ook oudere modellen.”

De naam Cybersoek is een samentrekking van ‘cyber’ en ‘soek’ – dat tweede is ‘markt’ in het Arabisch. “Het is grofweg hetzelfde idee als een markt: je komt hier onder de mensen en wordt geholpen met iets wat je nodig hebt,” zegt directeur Karien Sondervan (37). De stichting richt zich op mensen die digitaal laagvaardig zijn, een probleem dat niet alleen onder ouderen bestaat. Ook armoede speelt een rol, als mensen bijvoorbeeld een verouderde telefoon hebben, en de snelle technologische ontwikkeling die voor velen niet is bij te benen.

Met de handen in het haar

Er zijn in de stad nog enkele initiatieven die zich richten op digitale laaggeletterdheid. Zo heeft de Openbare Bibliotheek Amsterdam speciale inloopuren en geeft Stichting aan de knoppen in Zuidoost cursussen in computergebruik. Met dertien vaste werknemers, vijftien freelancers en liefst 55 vrijwilligers is Cybersoek echter het grootst. Alle hulp die ze bieden is gratis. Voor de inkomsten is de stichting afhankelijk van subsidie van het stadsdeel Oost en fondsen die elk jaar moeten worden geworven.

Sondervan benoemt het verschil met een buurthuis. “De buurthuizen zitten met de handen in het haar. Zij zien hoe groot dit probleem is, maar ze hebben zelf de middelen niet om te helpen. Ze kunnen niet dezelfde professionele hulp bieden als hier. Bovendien zijn hun computers vaak niet up-to-date, of doen ze het helemaal niet.”

Bij de stichting zijn ze blij dat het acute probleem van de QR-code nu enigszins lijkt te zijn verholpen: bij bibliotheken en gemeentehuizen kunnen mensen komende week terecht om een papieren coronapas aan te vragen. Maar voor Cybersoek blijft er meer dan genoeg werk over.

Zo is het probleem van digitale laagvaardigheid volgens Sondervan de afgelopen 20 jaar alleen maar groter geworden. Er komen meer jongeren, ook met problemen rond de QR-code. Die komen uit gezinnen die al met Cybersoek bekend zijn.

Wel op TikTok

“We zien dat een deel van de jeugd tegenwoordig versplinterde vaardigheden heeft. Ze kunnen bijvoorbeeld snel met een app als TikTok werken, maar zodra zij informatie moeten vinden voor studie kunnen ze het ineens niet. Overheden hebben weinig oog voor het inclusief houden van hun systemen.”

Samar Uvidan (50) is in dienst van Cybersoek, maar kwam er in 2002 zelf met een hulpvraag, via de basisschool van haar kinderen. Vanaf de eerste dag voelde zij zich gelijk thuis. “Hier word je altijd geholpen en met een glimlach welkom geheten.” Sondervan noemt dat essentieel. “We willen de drempel laag houden, het moet voor mensen vertrouwd voelen om binnen te komen met vragen.”

Digitale laagvaardigheid

Volgens Stichting Lezen en Schrijven is digitale laagvaardigheid een groeiend probleem in Nederland. Zo blijkt uit cijfers van het CBS dat in 2016 22 procent van de bevolking van 12 jaar en ouder geen of weinig ICT-vaardigheden had. In 2017 meldde Kennisnet, een stichting die scholen ondersteunt met ICT onderwijs, dat veel leerlingen (10 tot 18 jaar) moeite hebben om op internet te zoeken en informatie online op waarde te schatten. “Door de pandemie is dit probleem alleen maar groter geworden,” zegt Jan-Willem Heijkoop van de stichting. “Zowel werk als school moest plotseling digitaal verlopen. Er zijn mensen die de vaardigheden of zelfs de middelen daarvoor missen. Die raken steeds meer achterop.”

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met Het Parool?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van Het Parool rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@parool .nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden