PlusExclusief

Zelfs toen hij doodziek was wilde Eberhard nog meepraten over de huldiging van Ajax

Femke van der Laan. Beeld Wouter le Duc
Femke van der Laan.Beeld Wouter le Duc

Doodgaan. Wijlen burgemeester Eberhard van der Laan begon er liever niet aan, zegt zijn weduwe Femke van der Laan. Bijna vijf jaar na zijn overlijden schreef ze een boek over hun liefde. ‘De stad kon hem wel missen, hij kon de stad niet missen.’

Marcel Wiegman

Even dacht Femke van der Laan: Wie gaat het zeggen? Uit welke mond zou het komen? ‘Waar zijn we mee bezig?’ Maar het bleef stil. Ze stond in de lift, op weg naar de intensive care, waar haar man in een bed lag met een slang in zijn keel. In het ziekenhuis stond hij bekend onder zijn schuilnaam: Van Mokum.

‘Mochten jullie straks vinden dat hij raar praat: ze hebben een tand eruit getikt toen ze hem moesten intuberen. Vandaar.’

Om haar heen stonden de hoofdcommissaris van politie, de hoofdofficier van justitie en hun omvangrijk gevolg, klaar voor een vergadering over de veiligheid van de stad met Eberhard van der Laan, de doodzieke burgemeester van Amsterdam.

Je zou het plichtsbesef kunnen noemen. Je zou er ook iets anders van kunnen vinden. Er was in elk geval niemand die zei: stop. “Ik heb het aan hem gevraagd,” zegt Femke van der Laan. “Is dit een goed idee? Kijk eens om je heen waar je bent? Maar ja, het ging over Ajax. Het ging over een mogelijke huldiging op het Museumplein. Dat wilde hij zelf doen. Als je het in een boek op zou schrijven gelooft niemand je.”

Het is mooi geweest

Ze moet er zelf om lachen. “Wat zeg je op zo’n moment? Je gaat dood en dit mag je niet? Hij kon zijn armen niet meer goed bewegen, maar zijn hersens werkten nog prima.”

Vier maanden later zou hij overlijden. Had ze het dan niet fijn gevonden als iemand tegen hem had gezegd: het is mooi geweest, ga naar huis, ga naar je vrouw en kinderen en geniet van de tijd die je nog rest?

“Soms,” zegt ze. Maar niemand die het deed.

Bijna vijf jaar geleden overleed Eberhard van der Laan. Femke van der Laan schreef een openhartig boek over haar leven met hem: Aan de randen van de dag. Zeventien jaar zijn ze samen geweest, vanaf het moment dat ze voor hem werkte bij advocatenkantoor Kennedy Van der Laan tot zijn dood in 2017.

Luizenbaantje

Van der Laan wilde in 2010 niet eens burgemeester worden. Linten knippen en Sinterklaas ontvangen. Een luizenbaantje, iets voor als je het rustiger aan wilt doen. Laat een ander dat maar doen. Hij had er net anderhalf jaar opzitten als PvdA-minister voor Wonen, Wijken en Integratie in het kabinet-Balkenende IV en wilde zijn werk afmaken. “Het zware werk, dacht hij,” zegt Femke van der Laan.

Toch werd het een ja, met huid en haar: werken, werken, werken. Een onmatig mens. Amsterdam, schrijft ze, ‘bleek een stad waarin juweliers werden doodgeschoten en aan kinderen werd gezeten en waarin ik bij iedereen die ik zag, bij elke voetganger, bij elke fietser, bij elke man achter een raam of vrouw in een winkel wist: jij gaat voor. Jij gaat voor, jij gaat voor, jij gaat voor. Jullie gaan allemaal voor.’ De raad, de stad, het land, de wereld, het universum. Voor zijn vrouw bleven de vroege ochtenduren en de late avond over, de randen van de dag.

Enorm eenzaam

In haar boek beschrijft ze hoe ze met longontsteking op de bank ligt en hem om hulp vraagt. Hij kan niet. Hij moet vergaderen. Kan ze niet de auto pakken en zelf naar de dokter gaan? “Op zo’n moment voel je je wel heel erg alleen,” zegt Femke van der Laan. “Bij vlagen was het enorm eenzaam.”

Boos? “Ik weet het niet. Wilde hij niet of kon hij echt niet? Er zaten tien mensen op hem te wachten. Zijn verantwoordelijkheidsgevoel was enorm, behalve tegenover zichzelf. Ik denk dat hij mij en zijn kinderen tot zichzelf rekende.”

“Af en toe,” zegt ze, “na zijn overlijden, als ik even niet zo lekker in mijn vel zat, heb ik weleens gedacht: waren wij niet leuk genoeg? Waren wij het niet waard? Maar dat was het niet. Het had niks met mij te maken, maar met hoe hij in elkaar stak. Ik ben er in de loop van de tijd alleen maar milder over geworden.”

Liefde, ziekte en dood

Deed hij veel met zijn kinderen? Femke van der Laan: “Nee, maar hij hield enorm veel van ze. En ik denk niet dat een van zijn vijf kinderen daar ooit aan heeft getwijfeld. Ze hebben dat altijd gevoeld.”

Aan de randen van de dag is een boek geworden over liefde, maar onvermijdelijk ook een boek over ziekte en de naderende dood. En over de worsteling van Van der Laan het onder ogen te zien. Als hij het moest vertellen nam hij altijd een aanloopje, schrijft Femke van der Laan. Zoals zij vroeger een aanloopje nam om over de sloot te springen. Bij haar werd dat aanloopje op een gegeven moment zo lang dat ze door snelheidsverlies alsnog in de sloot belandde. Precies zo ging het met haar man.

Van der Laan had een prijs gekregen voor ‘zijn heldere manier van communiceren’, schrijft ze. Maar eenmaal tegenover zijn kinderen ging het mis. Het woord longkanker kreeg hij niet over de lippen. ‘Ze begrepen niet wat hij bedoelde. Er was weer iets met longen, er was weer iets jammer en er waren vooral tig verkleinwoordjes.’

Femke van der Laan. Beeld Wouter le Duc
Femke van der Laan.Beeld Wouter le Duc

Hij keek de andere kant op

“Ga er maar aan staan,” zegt ze. “Je zal het aan je kinderen moeten vertellen. Ik kijk daar met veel mededogen naar. Hij heeft een poging gedaan en ik heb hem geholpen. Als je het vertelt, wordt het waar. Hij kon doen alsof het helemaal niet waar was. Hij kon doen alsof hij helemaal niet doodging. Af en toe sijpelde het besef door, maar hij begon er liever niet aan, aan doodgaan. Hij keek de andere kant op. Ik denk dat hij dacht: als ik werk, dan leef ik.”

Een Eberhard gaat niet dood.

Ze lacht weer even. “Ik denk dat werk hem bestaansrecht gaf. Nuttig zijn voor anderen was zo belangrijk voor hem. Als je daarmee stopt, stopt alles. Hij zei tegen mij: ik heb iemand naast mij nodig die ook nog hoop heeft. Dan ga je niet zeggen: neeneenee, hoho, we gaan het hier eens lekker een avond over hebben. Hij ging dood, ik niet. Dan kun je wel zeggen dat hij dat op jouw manier moet doen, maar zo werkt het niet.”

Nutteloosheid

Longkanker was het. “Hij rookte als een ketter,” zegt Femke van der Laan. “En van roken word je ziek. Dat weten we allemaal. Het zou raar zijn om daaraan voorbij te gaan, maar wat heeft het voor zin om daar nu nog boos over te zijn? Die nutteloosheid voel ik in elke vezel van mijn lijf.”

Even haalt ze haar schouders op. Wie sprak Van der Laan nog tegen? Het lijstje neezeggers bleef angstwekkend leeg, schrijft ze. “Dat ambtenarenapparaat op het stadhuis werkt zich echt helemaal het schompes, geen kwaad woord daarover. Maar uiteindelijk had hij het voor het zeggen. Hij zei altijd: ik wil met alle liefde aftreden, maar alleen voor de fouten die ik zelf heb gemaakt.”

En zo zei ook niemand nee toen hij besloot door te gaan tot het bittere einde, beide armen in mitella’s, de ambulance continu paraat. Wat dacht Van der Laan? Dat hij onmisbaar was, dat Amsterdam niet zonder hem kon? “Als je het hem had gevraagd,” zegt Femke van der Laan, “had hij gezegd dat niemand onmisbaar is. Het was eerder andersom: de stad kon hem wel missen, hij kon de stad niet missen.”

Ongrijpbaar

Wie had hem kunnen stoppen? “Ik,” zegt ze. “Nou ja: als er iemand was geweest, dan had ik dat moeten zijn. Ik weet het niet. Ik heb geprobeerd rede in zijn hoofd te praten. Het is me niet gelukt. Uiteindelijk was het zijn lichaam dat nee tegen hem heeft gezegd.”

Ze mist hem. Natuurlijk. Maar wat mist ze nou het meest? “Ik kan nu wel gaan vertellen hoe slim hij was en hoe grappig en lief, maar wat zegt dat? Er zijn meer mensen slim, grappig en lief. Het is ongrijpbaar. Ik hield van hem en hij van mij. Ik mis het samenzijn. Ik mis wat wij samen waren.”

Aan de randen van de dag

Femke van der Laan
Uitgeverij Nieuw Amsterdam, €22,99.

Eberhard van der Laan (1955) was van 2010 tot zijn overlijden in 2017 burgemeester van Amsterdam. Kort na zijn aantreden kreeg hij te maken met de grote zedenzaak rond kinderdagverblijven het Hofnarretje en Jenno’s Knuffelparadijs. Bekend werd hij ook van de top-600, een lijst met zeshonderd Amsterdamse veelplegers, die extra aandacht kregen van de gemeente. In januari 2017 maakte hij bekend dat bij hem uitgezaaide longkanker was vastgesteld, maar dat hij graag nog ‘een poosje’ burgemeester wilde blijven. Bij zijn overlijden in oktober van dat jaar bleek hoe immens populair hij was. Voor de deur van de ambtswoning stonden honderden mensen te zingen.

Van der Laan kreeg in 2000 een relatie met Femke Graas, in 2005 werden ze in de echt verbonden door burgemeester Job Cohen. Uit hun relatie kwamen drie kinderen voort, uit een eerdere relatie had Van der Laan al twee kinderen.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met Het Parool?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van Het Parool rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@parool .nl.
© 2022 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden