Plus

Zeemanshuizen zijn uitgestorven want matrozen zitten vast op hun schip

Vanwege het coronavirus zitten veel zeelieden in de Amsterdamse haven vast op hun schip. Omdat de zeemanshuizen nu helemaal verstoken raken van inkomsten, stappen ze dinsdag naar de Tweede Kamer.

Albanese zeemanslieden spelen een potje biljart in het Seamen's Centre. Links Spartak Shyti.Beeld Jean-Pierre Jans

In het Amsterdamse zeemanshuis is het stil, al maanden eigenlijk. Uit vrees voor het coronavirus houden veel schepen in de Amsterdamse haven hun bemanning aan boord, met alle gevolgen van dien voor de zeelieden. Die kunnen dus niet naar het Seamen’s Centre aan de Radarweg voor de broodnodige ontspanning. “Wij zijn de huiskamer van de haven,” zegt manager Chris Burgemeester.

Vorig jaar kwamen hier nog gemiddeld vijftig zeemannen per dag. Ze kunnen zich hier vermaken met het biljart, de piano, de sjoelbak, de Playstation en karaoke. Een busje brengt ze van en naar het schip. Ze kunnen een fiets lenen en er zijn goedkope souvenirs en telefoonkaarten te koop. Via wifi of twee computers kunnen ze contact leggen met het thuisfront, wijst voorzitter Jurriaan Blom van de stichting achter het Seamen’s Centre. “Op een schip hebben de lagere rangen vaak geen toegang tot het internet.”

Marginale positie

De coronapandemie heeft de toch al marginale positie van veel matrozen verder verslechterd. De vooral uit Azië afkomstige zeelieden – in het Amsterdamse zeemanshuis komt de helft van de bezoekers van de Filipijnen en een kwart uit India – kunnen geen kant op. “Er zijn mannen bij die al sinds maart niet meer van boord zijn geweest,” weet havendominee Leon Rasser.

Dat hakt erin op de schepen, waar de bemanning nu zelfs in de havens dag en nacht op elkaars lip zit. Daar komt bij dat reders bij wijze van uitzondering hun bemanning langer aan boord mogen houden. Waar matrozen normaal na 9 of 10 maanden afzwaaien, is de limiet vanwege corona wereldwijd op 17 maanden gesteld. “Je ziet dat reders daar misbruik van maken,” zegt Rasser. “Want elke aflossing kost geld.”

Gevangenis

Het leidt tot geestelijke nood aan boord. Onlangs werd Rasser nog naar een schip geroepen waar een bemanningslid de hand aan zichzelf had geslagen. Dat gebeurt vaker dan voorheen, weet Rasser. Ook voor hem is het lastiger om bijstand te verlenen, maar door zijn contacten lukt het hem nog weleens om aan boord te komen. Via zijn in jaren opgebouwde netwerk hoort hij door telefoontjes en berichtjes dat de sfeer soms om te snijden is. “Het wordt een soort gevangenis.”

De Nederlandse zeelieden zijn sinds de corona-uitbraak van dit voorjaar veelal wel afgelost, weet Sascha Meijer van vakbond Nautilus International. Maar ook zij kent de verhalen over Aziatische matrozen die maar doorwerken en doorwerken. “Het is zwaar werk, 12 uur per dag, met onderbroken slaap,” zegt zij. “Op deze manier wordt het een soort dwangarbeid.”

Petitie

In het Seamen’s Centre waar de mannen in normale tijden hun zinnen verzetten, kunnen ze nu weinig voor hen betekenen. Sterker nog, omdat het zo stil is, komen de zeemanshuizen zelf in de problemen. Al maanden komen hier nauwelijks inkomsten binnen, waardoor het zich begint te wreken dat in 2005 een streep is gehaald door structurele overheidssubsidies.

Dinsdag melden de Nederlandse zeemanshuizen zich daarom in de Tweede Kamer met een petitie. Sluiting dreigt, waarschuwen ze. In Amsterdam zou daarmee een einde komen aan een traditie die al 161 jaar bestaat. In Rotterdam zijn al eerder drie zeemanshuizen gesloten. In Amsterdam kan het Seamen’s Centre nog teren op structurele steun van het Havenbedrijf en een eigen pand, maar in havens als Terneuzen, Vlissingen en Schiedam kan het snel afgelopen zijn.

En dat terwijl de overheid zich volgens internationale verdragen verplicht heeft tot dit soort welzijnswerk voor buitenlandse zeelieden, zegt Blom. In een zeemanshuis vinden ze een helpende hand en een luisterend oor. De havendokter kan worden ingeschakeld en wie het niet zo heeft getroffen met de rest van de bemanning, komt even uit zijn isolement. “Hier komen ze altijd wel een landgenoot tegen,” zegt Burgemeester. “Ze kunnen even over iets anders praten dan over een dieselmotor die niet lekker loopt.”

Drie Albanezen in het Seamen's Centre

“Met zeven man op een kleine ruimte 24 uur per dag, daar word je gek van.” Zo verklaart Spartak Shyti (40) uit Albanië het nut van de zeemanshuizen. Met twee Albanese collega’s is hij naar het verder uitgestorven Seamen’s Centre gekomen voor een biertje. Ze vieren dat hij een collega aflost, die naar huis mag. Na acht maanden.

Ze varen over de Noordzee en de Baltische Zee en mogen in de havens gewoon het schip af, zeggen de Albanezen. Daarmee lijken ze een uitzondering. Ze kunnen toch al niet doorgaan voor de doorsnee-matroos. In het Seamen’s Centre wordt opgemerkt dat het aantal Albanese bezoekers schril afsteekt tegen het aantal uit Azië, de Filipijnen en India voorop.

De drie zeemannen hebben weinig zorgen over het coronavirus, vertelt Shyti. Aan boord zijn ze maanden achtereen steeds met hetzelfde gezelschap. Als iemand het virus had, dan was dat onderweg wel duidelijk geworden. “We zitten al in quarantaine.”

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met Het Parool?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van Het Parool rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@parool .nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden