PlusInterview

Ze had het 50 jaar geleden al over excuses: ‘We wisten dat het er ooit van ging komen’

Barryl Biekman, oud-voorzitter Sophiedela: 'Amsterdam bood excuses aan, de andere steden en dorpen in het land niet. Verwarrend.' Beeld youtube
Barryl Biekman, oud-voorzitter Sophiedela: 'Amsterdam bood excuses aan, de andere steden en dorpen in het land niet. Verwarrend.'Beeld youtube

De excuses voor het slavernijverleden kwamen vijftig jaar geleden al aan de orde in de Afro-Surinaamse vrouwenbeweging Sophiedela. ‘We dachten: wat gek, er heeft nog nooit iemand sorry gezegd.’

In het plengoffer van wintipriesteres Marian Markelo voor de voorouders kwam donderdag ­tijdens de herdenking de naam voorbij: Sophiedela.

In het Oosterpark was oud-voorzitter Barryl Biekman van de Afro-Surinaamse vrouwenbeweging er getuige van hoe, bij monde van burgemeester Femke Halsema, het bestuur van Amsterdam excuses aanbood voor het aandeel van de stad in de trans-Atlantische slavernij.

Biekman (70) sloot zich in de jaren zeventig aan bij Sophiedela en combineerde haar activisme met een baan als ambtenaar bij de gemeente. “Het was de tijd dat we binnen de gemeenschap begonnen met een proces van bewustwording over onze wortels. We keken naar Afrika en lazen boeken over de wreedheden van de koloniale tijd. We organiseerden bijeenkomsten om met elkaar van gedachten te wisselen. Als vanzelf kwam daar ook de vraag om gerechtigheid naar boven: wat gek, er heeft nog nooit iemand sorry gezegd.”

Spijt

De bijeenkomsten stonden indertijd in het teken van twee doelen: de detraumatisering van de nazaten van de tot slaaf gemaakten en het wegnemen van het taboe van het slavernijverleden bij de witte Nederlanders. “Het was een pijnlijke geschiedenis, ook voor de witte mensen. Ik sprak er weleens over met collega’s, maar die konden zich er weinig bij voorstellen. Ze vonden het wel spannend en interessant, maar ze hadden er zelf niets mee te maken. Het is echt een heel proces geweest om daar te komen waar we nu zijn.”

Want een halve eeuw later is het dan toch gebeurd: excuses. Biekman, tegenwoordig voorzitter van het ­Landelijk Platform Slavernijverleden, erkent dat er sprake is van een mijlpaal, maar plaatst ook een kanttekening. “Halsema sprak tijdens de landelijke herdenking bij het nationaal monument. Amsterdam bood excuses aan, de andere steden en dorpen in het land niet. Verwarrend.”

Juridische claims

En toch, er zit schot in. In 2001 maakte Biekman deel uit van de Nederlandse delegatie die minister Roger van Boxtel begeleidde naar de VN-top in Durban waar de Nederlandse regering spijt betuigde. Spijt, grenzend aan berouw, was de precieze formulering. Spijt dus, nog geen excuses.

“Het lag toen allemaal ingewikkeld,” vertelt Biekman. “Er was een notitie van een hoogleraar waarin stond dat excuses konden leiden tot juridische claims. De woorden van de minister waren vooraf in Den Haag op een goudschaaltje gewogen. Dit was de ruimte die hij kreeg.”

Biekman is blij met de vooruitgang die wordt geboekt. “Toen wij in de jaren zeventig begonnen te praten over gerechtigheid en herstel waren formele excuses nog een fantasie. Maar we wisten dat het er ooit van zou komen. Je moet weten: we waren indertijd binnen de vereniging ook veel bezig met spiritualiteit. We wisten daardoor: onze voorouders gaan ons begeleiden. We hebben geen haast, hebben de tijd. Tegenwoordig moet alles snel, snel, snel, maar het is belangrijk dat het goed gebeurt.”

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met Het Parool?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van Het Parool rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@parool .nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden