Plus Klapstoel

Zakenvrouw Rahma el Mouden: ‘Wat denk je, dat ik dom ben?’

Rahma el Mouden (1959) is ondernemer. Ze is oprichter van schoonmaakimperium MAS en werd vaak gelauwerd, onder meer als Zwarte zakenvrouw van het jaar. Op 23 mei verschijnt haar autobiografie. 

Rahma el Mouden Beeld Harmen De Jong

Tanger

“Ik ben nog steeds verliefd op die stad. Op de bergen en de stranden. We waren met zijn zevenen. Eerst hadden we een huis met één kamer, later werd het een zelfstandig huisje met twee slaapkamers, heel schattig. Je kunt prima met zijn zevenen in één kamer slapen. Gewoon gezellig. Je had geen privacy, maar we waren allemaal klein, dus dat was niet zo erg. En bovendien: het gaat zo snel. Iedereen trouwde jong, met 14, 15 jaar, dus toen de jongsten groter werden, waren de oudsten allang uit huis.”

Imam

“Mijn vader. De imam bidt en preekt in de moskee, maar biedt ook een luisterend oor. Een vaderfiguur bij wie mensen voor goede raad kwamen. Ons huis was altijd vol, vooral met vrouwen: die problemen met hun mannen hadden, of met hun kinderen. Sommigen kwamen gewoon om te luisteren. Mijn moeder hoorde elke dag hetzelfde verhaal, voor haar was het een ritueel geworden. Soms viel ze in slaap. Of je zag haar denken: kunnen jullie niet naar huis gaan, ik wil mijn man voor mezelf. We hebben hem altijd moeten delen.”

Kilo tomaten

“Ik snap nog steeds niet hoe ik op dat idee ben gekomen. Het is boevengedrag, en ik ben eigenlijk een eerlijk mens. Toen ik acht, negen jaar was, woonde ik een tijd bij mijn zus. In Marokko krijgen kinderen geen zakgeld. Als er familie op bezoek is, hoop je als kind dat iemand zijn hand in zijn zak steekt, maar verder kreeg je alleen iets tijdens de feestdagen. Mijn zuster ging nooit naar buiten, dus ik deed de boodschappen. Toen besloot ik van alles wat ik moest hebben net iets minder te halen dan was afgesproken. Eerst haalde ik 900 gram in plaats van een kilo tomaten, later deed ik dat ook met vlees. Ik hield telkens 6, 7, 8 dirham over. Daar kocht ik snoep van, voor mezelf en voor schoolvriendinnen. Dat gaf een heel rijk gevoel.”

Halfzusje

“Mijn moeder was weggelopen bij haar tweede man: hij had haar geslagen, zij was met hun baby naar haar vader gevlucht. Maar een dochter die bij haar man weggaat, is een schande voor de familie. Mijn opa zette haar voor het blok: ­terug, of haar kind verliezen. Daarop trok mijn moeder haar kind van de borst: hier heb je het! De melk spatte tegen de muur. Een paar maanden later is dat meisje overleden.”

“Het gebeurde lang voor ik was geboren. Ik ben een kind van haar derde man. Ik was apetrots dat ze dit had gedaan, en vond het verschrikkelijk tegelijkertijd.”

Klieverink

“De Bijlmer voelde als een park. Zo groen. Ik was toen we daar kwamen wonen, in 1976, de enige gekleurde vrouw in de flat. Er woonden alleen maar mensen met dikke portemonnees en mooie sieraden. Tweeverdieners. De huur was ook hoog. We woonden er alleen maar omdat mijn man ruzie had gekregen waar we eerst woonden, op een zolder in Noord. Ik was ziek geworden en lag in het BovenIJ ziekenhuis. Mijn buurman, een Berber, dacht: ik ga even op bezoek. Hij had zijn vrouw niet meegenomen. Ik vond dat niet erg. Ik had mijn pyjama aan, ik lag in bed. Mijn man kwam binnen en was woedend: op die man en op mij. De zuster moest hem kalmeren. Mijn man is toen als een gek een ander huis gaan zoeken, want hij dacht: de buurman heeft een oogje op mijn vrouw. Binnen een paar dagen hadden we een ander huis.”

Gras

“Ik eet geen gras. Een uitdrukking van mij die ik graag in het woordenboek zou laten opnemen. Geen gras eten betekent dat je geen koe bent. Geen dier. Ik eet geen gras, wat denk je, dat ik dom ben? Die uitdrukking heb ik veel gebruikt toen ik nog in loondienst was. Ik werd vaak onderschat. Nog steeds. Dat heeft ermee te maken dat ik vrouw ben, allochtoon, ik spreek misschien soms een beetje raar. Die mensen komen er snel achter dat ze zich vergissen.”

MAS

“Het idee borrelde al een paar jaar om te gaan ondernemen. Op een vrijdag werd de reorganisatie bekendgemaakt van het bedrijf waar ik werkte. Ik dacht: ik ben aan de beurt. Ik was assistent-manager, ik had altijd de beste beoordelingen gehad. Maar toen zag ik mijn naam niet staan op het bord, en wel die van mijn assistent. ‘Wordt hij mijn baas?’ vroeg ik. ‘Ga zitten,’ zeiden ze. ‘Wordt hij mijn baas?’ ‘Ja.’ ‘Oké, dag. Ik ga weg.’ Daarna ben ik afscheid gaan nemen van mijn vaste klanten. Toen zei een van hen: kom zelf voor ons werken. Ik wist niet wat ik hoorde. Deze vrouw had een basisschool in Zuidoost, met een gymzaal, en ze belde drie bevriende basisschooldirecteuren die ook gymzalen hadden. Die scholen zijn nog steeds klant.”

Gymzaal

“Je moet zo’n zaal elke dag vegen. Met speciale apparaten om de vlekken weg te halen. Ook de douche- en kleedruimtes moeten elke dag worden gedaan. Eens in de week mop je de zaal van plint tot plint. Ook de onderkant van de banken moet dan worden afgenomen. En eens in de paar weken worden de bergingen schoongemaakt. Voor gymzalen staat een uur, of een uur en een kwartier onderhoud per dag. Dat zou veel meer moeten zijn, maar dat geld is er niet.”

Badr Hari

“Zijn zus was ernstig ziek, en is later overleden. Ik ben toen bij zijn familie langsgegaan. Hun moeder kende ik persoonlijk, maar ook als ik ­iemand niet ken, probeer ik op bezoek te gaan als iemand is overleden, het liefst dezelfde dag nog. Dat deed mijn moeder ook. Juist dan wil je iemand steunen en troosten. Hoe eerder je bij de familie bent, hoe meer dankbaarheid je van God krijgt. Niet iedereen durft dat, ik wel. Goh, bijzonder, zeggen mensen als ik er ben. Dan gaan ze wel vragen wie die mevrouw is. Maar die mensen hebben zo veel verdriet, het maakt ze niet uit wie hun de hand schudt.”

“Soms neem ik wat mee. Geld, als mensen naar Marokko gaan voor de begrafenis en niet zo rijk zijn. Of dingen van huis: een paar dozen thee, suiker, koffie. Of je laat eten brengen.”

Blond

“Ik was nog geen twintig toen ik voor het eerst mijn haar verfde. Ik was anders: ik reed auto, ik droeg korte rokjes, ik viel op. Iedereen had zwart haar, of haar dat met henna rood gekleurd was. Ik wilde blond haar, en rode nagels. Als ik vroeger wat vrijer was gelaten, had ik het denk ik niet gedaan.”

Oumaima

“Die naam heb ik opgeschreven toen ik acht was. Onze buurman in Tanger was Syriër. Hij had een Marokkaanse vrouw, maar ook een Syrische vriendin, Oumaima, met prachtig blond haar. Soms zat ik  buiten op mijn kleine zusje te passen. Hij gaf mij een paar dirham en zei: Rahma, als je mijn vrouw ziet aankomen, moet je snel aanbellen! Onze buren waren anders dan wij: ze hadden een veel groter huis, en aten met mes en vork. Als ik ooit een dochter krijg, dacht ik, heet ze Oumaima.”

“Mijn dochter Oumaima is nu directeur van MAS. Toen ze het net van me overnam, had ik er veel moeite mee. Maar we lijken op elkaar, qua uiterlijk en qua karakter. Oumaima laat zich door niemand iets wijsmaken.”

Beatrix

“Bijzondere vrouw. Ik heb haar twee keer ontmoet. Zij is degene die mijn naam heeft hersteld. Vroeger noemde iedereen me ‘mevrouw El Mauden’, met een au-klank, dus ik dacht: zo zal het wel moeten. Toen ik me zo aan de koningin voorstelde, zei zij: ‘Zo heet u niet, u heet El Mouden.’ Met een oe dus. Daarna heb ik het nooit meer verkeerd gezegd.”

Rijksmuseum

“Als je het Rijksmuseum kunt schoonmaken, kun je de hele wereld schoonmaken. Het is ­secuur werk, dat ook nog eens snel moet: om negen uur moeten wij de tent verlaten, dus we hebben maar twee uur. Je mensen moeten zich er bewust van zijn dat ze in een museum werken. Overal hangt kunst, je bezem moet maar per ongeluk ergens tegenaan komen en je hebt een probleem. Er is altijd bewaking, er is steeds iemand naar je aan het kijken, terwijl je aan het werk bent. In het begin zeiden mijn mensen: moet je kijken, ze vertrouwen ons niet! Zeker omdat we allochtonen zijn!”

“Ik ben verliefd op het gebouw, en op de kunst die het herbergt. Het is ónze kunst. Eens per jaar is er een rondleiding voor al ons personeel, met twee begeleiders van het Rijks. Daarna gaan we met zijn allen uit eten, met onze contactpersonen van het museum. Geweldig.”

Hotels

“Het zwaarste schoonmaakwerk dat er bestaat. Ga jij maar elke keer weer bukken om in al die kamers de bedden op te maken! We proberen in onze hotels de werkdruk te verlagen. Ik hoop dat er wat meer innovatie komt: met de technologie van nu zou je toch bedden makkelijk elektronisch omhoog kunnen brengen. Als je bedden staand kunt opmaken, heb je aan het eind van de dag geen pijn in je rug.”

Zwart

“Toen ik Zwarte zakenvrouw van het jaar werd, zeiden mijn Surinaamse en Ghanese medewerkers: waarom? Jij bent niet zwart! Zwart betekende kennelijk allochtoon. Ik ben twee keer genomineerd voor Zakenvrouw van het jaar. Het maakt mij niet uit of ik het word, als het maar een gekleurd iemand wordt.”

Nielson

“Prachtige stem heeft hij. Ik houd sowieso van Nederlandstalige muziek. Vooral van René ­Froger en Frans Bauer.”

Rahma el Mouden: Rahma, de weg naar mijn vrijheid. Uitgeverij Luitingh-Sijthoff, €19,99. 

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met Het Parool?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van Het Parool rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@parool.nl.