Plus

Zaanstad bouwt nieuw cultureel imago rond Claude Monet

Zaanstad wil meer toeristen met een bredere interesse dan molens, kaas en klompen. De Franse schilder Claude Monet moet daarbij helpen.

De Zaanse Schans Beeld ANP

In 1871 bracht Claude Monet vier maanden door in de Zaanstreek. Dat korte verblijf van de Franse impressionist moet 150 jaar later grootscheeps worden gevierd. Als het aan het stadsbestuur ligt, komt het jaar 2021 volledig in het teken te staan van de wereldberoemde schilder, en zal Zaanstad vanaf dat moment op de toeristisch-culturele kaart staan als dé Monet-stad van Nederland.

Daarvoor moet nog wel het een en ander gebeuren. Zaanstad heeft een Monet Atelier, daar hangen replica’s van de 25 werken die de schilder langs de rivier maakte. In het Zaans Museum op de Zaanse Schans hangt één echte: het werk De Voorzaan en de Westerhem, dat in 2015 voor 1,1 miljoen euro op de kop is getikt.

Tweede museum

De grote droom is een overzichtstentoonstelling van de Zaanse werken, maar daar is de Schans niet de geschikte plek voor, legt directeur Jan Hovers van het Zaans Museum uit. De twee miljoen bezoekers per jaar willen daar molens, kaas en klompen zien, en een selfie maken. Slechts een klein percentage van de mensen neemt de tijd en de moeite om zich in het museum te verdiepen in het Zaanse erfgoed.

Het plan is dan ook om een tweede museum neer te zetten in het centrum van de stad. Daar kan de blockbustertentoonstelling over Monet een plek krijgen, maar ook exposities met werk van Pieter Saenredam (Assendelft) en Jan Verkade. “Er is nu een groot gebrek aan cultureel aanbod in Zaanstad,” vertelde Hovers. “We zijn de zestiende stad van Nederland, maar op de cultuurindex staan we op de 41ste plek.”

Het zal niet lukken om dat nieuwe museum in 2021 klaar te hebben, weet hij, laat staan om afspraken te maken met musea en verzamelaars over de hele wereld over het in bruikleen afstaan van de Monets. Die tentoonstelling zal dus ergens in de jaren daarna moeten worden gehouden. Maar het kan wél: Hovers heeft zijn voelhoorns uitgestoken, en noemt de eerste signalen bemoedigend.

Voor het Monetjaar heeft Zaanstad dus één Monet tot zijn beschikking, en dat blijft wat mager. Gelukkig is er de stichting Monet in Zaanstad die onder leiding van oud-wethouder Dennis Straat druk bezig is plannen te ontwikkelen. Die variëren van het zichtbaar maken van de plekken waar de schilder indertijd zijn ezel heeft opgezet, tot een bezoekerscentrum à la het aan Vincent van Gogh gewijde Vincentre in Nuenen.

“Monet moet in de hele stad opduiken,” aldus Straat. “We denken bij voorbeeld aan steigerdoeken met zijn werk langs de invalswegen. We moeten de claim van Monetstad stevig neerzetten.” De stichting rekent op de medewerking van ondernemers in de stad om daarbij een handje te helpen. “De kunst moet centraal staan, maar er is niets mis met een restaurant dat een Monetlunch aanbiedt.”

Jeroen Bosch

Zaanstad spiegelt zich aan Den Bosch, dat tevreden terugblikt op het Jeroen Boschjaar. In 2016 trok de stad 1,4 miljoen bezoekers die er samen meer dan 150 miljoen euro achterlieten. Oud-burgemeester Ton Rombouts adviseert tegenwoordig Europese steden die vergelijkbare culturele evenementen willen organiseren, en legde zijn ervaringen neer in een handleiding met de titel Small cities with big dreams.

Rombouts staat ook Zaanstad bij met raad en daad. Zijn belangrijkste advies: het Monetjaar moet geen doel zijn, maar een middel. “Het gaat niet om het feestje. Dat vervliegt heel snel. Het evenement moet een hogere ambitie dienen. Zaanstad heeft behoorlijk grote problemen op sociaal-economisch terrein. Er zijn meer voorbeelden van steden die door kunst en cultuur een enorme impuls hebben gekregen.”

De eerste eigen Monet van Zaanstad, De Voorzaan en de Westerhem. Beeld Collectie Zaans Museum

Nog een tip: doe het niet alleen. Rombouts noemt Amsterdam als een geschikte partner. “Amsterdam heeft Zaanstad nodig voor de overloop van toeristen. De stad beschikt over een geweldige expertise. Dat lijkt mij een prima ruil.”

En Zaanstad moet niet bang zijn om de naam van Monet te claimen. “Toen wij met Jeroen Bosch begonnen, waren andere steden daar niet blij mee. Niets van aantrekken, gewoon doen.”

Vluchteling

Tussen 1870 en 1880 bracht Claude Monet, gevlucht voor de oorlog tussen Frankrijk en Pruisen, drie bezoeken aan Nederland. Hij verbleef maakte in Zaandam, Amsterdam en de Bollenstreek 42 schilderijen. De 25 werken in Zaandam zijn vooral landschappen langs de Zaan. In Amsterdam schilderde Monet de Zuiderkerk en de Montelbaanstoren.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met Het Parool?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van Het Parool rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@parool .nl.
© 2019 de Persgroep Nederland B.V. - alle rechten voorbehouden