PlusAchtergrond

Zaalsport onder druk: ‘We krijgen de begroting niet rond’

Zaalsportverenigingen hebben het ­financieel moeilijk: zonder kantine-inkomsten leunen de clubs volledig op contributie van leden. Dat het in Amsterdam ook nog speuren is naar een vrije zaal, helpt niet. ‘Verenigingsleden zijn sportconsumenten geworden.’

Wedstrijden van volleybalclub Albatros in de Wethouder Verheijhal in Oost.Beeld Eva Plevier

Financiële problemen door weinig tot geen omzet van de kantine en een tekort aan leden. Uit onderzoek van het Centraal Bureau voor de Statistiek blijkt dat zaalsportverenigingen het zwaar hebben. De verschillen met buitensportverenigingen zijn groot.

Voetbalclubs haalden in 2018 38 procent van hun totale omzet uit kantineverkopen, bij tennis was dat 29 procent. Buitensportclubs leven voor een belangrijk deel van die inkomsten, in tegenstelling tot de zaalsportclubs. Daar wordt namelijk niets verdiend aan de verkoop van eten en drinken, omdat de kantine vaak in handen is van de gemeente of een zelfstandige uitbater.

Geen plek voor meer leden

Handbal-, volleybal- en basketbal­verenigingen zijn volledig afhankelijk van de contributie van leden. Zo ook in Amsterdam. Clubs als Albatros (volleybal), Westsite (handbal) en BV Amsterdam (basketbal) hebben vrijwel geen andere bron van inkomsten. Het liefst zouden de drie clubs hun ­ledenbestand uitbreiden en zo de ­omzet verhogen. In Amsterdam lijkt dat onmogelijk. Elke vereniging speurt de stad af om een zaal te vinden, maar alles is elke avond gevuld. De sporthallen zitten op doordeweekse avonden vol, waardoor er geen plek is voor nieuwe aanwas van leden.

De meeste verenigingen trainen noodgedwongen op verschillende ­locaties, omdat ergens toevallig een sportuur is vrijgekomen. Ook de sporthallen van middelbare scholen worden vrijwel elke avond in gebruik ­genomen door binnensportverenigingen.

Volleybalclub Albatros uit Oost is ondanks de beperkte trainingsruimte en de afhankelijkheid van ledenaantallen financieel gezond. Dat geldt ook voor basketbalclub BV Amsterdam uit West. Met respec­tievelijk 300 en 350 leden die jaarlijks ongeveer 250 euro contributie per persoon betalen, ontvangen die clubs genoeg geld om te overleven.

Verwend geraakt

Daarbij helpt de gemeente de verenigingen ook door de huurprijzen van de sporthallen te drukken. Die is overal in de stad gelijkgetrokken: 37 euro per uur per zaal. Elders in het land ligt dat bedrag soms wel drie of vier keer zo hoog. “Wij zouden als club in dat geval flink in de problemen komen,” zegt Gerard Herts, secretaris en ­bestuurslid van BV Amsterdam. “En met ons veel andere verenigingen.”

Handbalvereniging Westsite uit Nieuw-West heeft het financieel zwaarder dan de andere twee clubs. Met 200 leden komt de club net rond. Voorzitter Rob van der Vecht ziet in zijn vereniging een duidelijk verschil met tien à vijftien jaar geleden. “Verenigingsleden zijn sportconsumenten geworden. Het liefst spelen de handballers elke zaterdag om 14.00 uur, elke keer thuis en als het even kan met de leiding in handen van een scheidsrechter uit de eredivisie. ­Leden moeten begrijpen dat ze ook uitwedstrijden moeten spelen in Hippolytushoef. Mensen zijn soms te verwend.”

Anders dan Albatros en BV Amsterdam heeft Westsite naast het binnenseizoen ook een kort buitenseizoen. In het voorjaar en in de herfst speelt de club zes wedstrijden waarbij ook inkomsten uit de kantine binnen­komen. “Daar blijft weinig van over,” zegt Van der Vecht die de jaarlijkse omzet van zijn vereniging schat op zo’n 30.000 tot 40.000 euro.

Samen met clubgenoten zoekt Van der Vecht, al 53 jaar voorzitter, naar manieren om te blijven bestaan. “We moeten alternatieve inkomstenbronnen vinden. Zo zijn er in de zomer ­festivals op ons veld of organiseren we toernooien. Onder normale omstandigheden krijgen we de begroting niet rond.”

Sport levert 1,2 miljard op

Sinds 2009 liggen de inkomsten van sportclubs elk jaar nagenoeg gelijk: rond de 1,2 miljard euro. Dat bedrag werd afgelopen jaar bijeen­gebracht door minder clubs en minder leden, wat betekent dat de gemiddelde contributie dus steeg. 

Over het hele land is te zien dat buitensportclubs meer inkomsten hebben dan binnensportverenigingen. 82 procent van de totale inkomsten was afkomstig van buitensport. Twee vijfde deel daarvan kwam uit het voetbal. Dat verschil is met name te verklaren door inkomsten uit de kantine. In het voetbal komt dat geld direct terecht bij de club. Handbal-, basketbal- en volleybalverenigingen hebben de kantine niet in eigen beheer. Zij zijn volledig afhankelijk van de contributie van le­den, terwijl bij voetbalclubs de contributie een derde van het totale inkomen vormt. 

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met Het Parool?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van Het Parool rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@parool .nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden